Juridische procedures helpen vaak helemaal niet om conflicten op te lossen. Wordt een probleem juridisch, dan nemen jargon en regels het over en is de menselijke maat zoek. Voor een betere oplossing van conflicten moet ons juridisch model op de schop, zodat er veel meer ruimte komt voor andere disciplines zoals de gedragswetenschappen, maar vooral voor mensen zelf. 

Ons juridische model van conflictoplossing voldoet al een hele tijd niet meer. Echtscheidingen escaleren onder de rechter, daders recidiveren op grote schaal, burenruzies etteren na een vonnis gewoon door. De overheid kan haar pretentie van conflictoplosser voor de ergste normovertredingen bij lange na niet waarmaken.

Het begint al met het kleine aantal zaken dat wordt opgespoord, het nog veel kleinere aantal dat wordt vervolgd en het minieme aantal dat wordt berecht.1 Hierin schuilt een grote mate van willekeur. Die willekeur is er soms zelfs al bij de vraag wie dader is en wie slachtoffer. Na een vechtpartij tussen twee jonge mannen in een buurt kan die vaststelling bijvoorbeeld afhangen van wie er het eerste bij het politiebureau is om aangifte te doen. Het verschil is echter van wezenlijk belang: het slachtoffer wordt vriendelijk bedankt voor de aangifte en kan verder niets anders doen dan passief en eendimensionaal slachtoffer zijn. De dader is het voorwerp van berechting en wordt ook gereduceerd tot dit deel van zijn
handelen. 

Voor geen van de partijen is dat bevredigend, maar in het huidige juridische model is er simpelweg geen andere mogelijkheid. Als er straf volgt, herstelt dit niet de gevoelens van onveiligheid in de buurt, worden buurtbewoners, vrienden of familie niet bij de oplossing betrokken en geeft de procedure geen inzicht om de volgende keer voor een andere oplossing te kiezen. 

De problemen met onze modellen van conflictbeslechting worden vrij algemeen onderkend en toch gaan we door op de huidige weg. Met bijvoorbeeld het spreekrecht voor slachtoffers2 wordt door juristen geschaafd en geschuurd aan het systeem, maar er wordt geen stapje teruggezet of naar alternatieven gekeken.

Doorbreek het monopolie van juristen

Er zijn alternatieven. Echte alternatieven. Maar daarvoor moet de deur open en het monopolie van juristen op conflictbeslechting worden doorbroken. Verdere aanpassing van het be­staande door juristen gedomineerde systeem is niet de oplossing. Voor zo’n systeemwijziging heb je meerdere disciplines nodig. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat gedragsweten­schappers minstens zoveel weten van het op­ lossen van conflicten als juristen. Een relatie­therapeut kan stellen vaak beter begeleiden bij hun echtscheiding dan een advocaat. Ook economen kunnen ons veel leren over men­selijk gedrag. Juristen laten deze kennis maar mondjesmaat toe in hun procedures. 

Ons systeem van conflictbeslechting zou op een goede manier aangepast kunnen worden als we van de rechter een tweedelijnsvoorziening ma­ken. Analoog aan de gezondheidszorg, waar de huisarts de eerstelijnszorg biedt en de specialist de tweedelijns. De toegang tot de rechter moet en mag niet worden geblokkeerd.3 Wel kan de weg ernaartoe met financiële prikkels en gewij­zigde regelgeving worden verlegd door eerst uit te zoeken of alternatieven voor de rechter pas­sender zijn.4

Neem het strafrecht als minst voor de hand liggend en toch heel geschikt rechtsgebied. Het is evident dat je twee partijen nodig hebt om een conflict op te lossen. Toch is dit uitgangs­punt al lang geleden in ons strafrecht losgela­ten. De overheid heeft met succes de praktijk van particuliere vergelding teruggedrongen door het slachtoffer uit de procedure te duwen. Het heeft geleid tot een procedure waar veel slachtoffers niet tevreden over zijn, veel daders onbestraft blijven of recidiveren en de samen­leving door de jaren heen met grote gevoelens van onrechtvaardigheid en onveiligheid achterblijft.5

Het strafrecht kent van oudsher drie doelen. Vergelding, generale preventie en specifieke preventie. Een evident vierde element ont­breekt en dat is herstel. De rechter6 is onmis­baar als het om vergelding gaat, maar de ande­re drie doelen kunnen beter worden gediend door dader en slachtoffer zelf. Of door een psy­choloog, door de gemeentelijke afdeling weg­ beheer na een ernstig ongeval, door familie en vrienden, opa en oma enzovoorts. Creëer voorafgaand aan de rechter een eerstelijn in de vorm van een loket waar gekeken wordt wat de beste oplossing voor een specifieke zaak is. Dat is lang niet altijd de directe route naar de rechter.

In de praktijk bestaat nu al de zogenoemde ZSM­-tafel: een methode om zo snel, slim, selec­tief, simpel, samen en samenlevingsgericht mogelijk binnen de strafrechtketen strafrech­telijke zaken af te doen.7 In aanloop naar de rechter kijken partijen zoals de Officier van Justitie, reclassering en slachtofferhulp wat de beste oplossing is voor een strafzaak. Dit in­strument zou kunnen worden uitgebouwd naar een loket waar de hoofdroute niet auto­matisch richting de rechter loopt, het slachtof­fer wel automatisch als relevante partij wordt gezien en reële alternatieven buiten de ge­ baande juridische paden beschikbaar zijn. De rechter kan ook altijd later nog worden inge­schakeld om een onderdeel op te lossen, zoals het opleggen van een (rest)straf of het door­ hakken van knopen in deelgeschillen. 

Mediation helpt

Een andere vorm van conflictbeslechting is mediation in het strafrecht. Rechtbanken ex­ perimenteren hier op beperkte schaal al mee.8 De strafzaken die door mediation zijn afge­daan kennen een succespercentage van 80%.9 In deze gevallen eindigt de mediation met een overeenkomst tussen dader en slachtoffer die ter beoordeling aan de rechter of officier van justitie wordt voorgelegd.

De winst in deze zaken is groot. Voor dader én slachtoffer omdat beiden kunnen laten zien dat ze meer zijn dan een eendimensiona­le partij. Omdat ze verantwoordelijkheid kun­nen nemen voor de oplossing. Omdat een op­lossing die zelf gevonden is veel beter wordt uitgevoerd. Omdat de angst voor een nieuwe confrontatie met de dader (deels) verdwijnt. Omdat het helend kan zijn om te zeggen wat de impact is geweest van een delict en helpend kan zijn om van het slachtoffer te horen wat het met hem of haar heeft gedaan. Omdat de omgeving zich ook makkelijker kan verzoenen met de oplossing. Omdat het langslepende conflicten kan beëindigen.

Wie de magie van een geslaagde strafrech­telijke mediation heeft meegemaakt, snapt en voelt vooral dat hier een conflict op een veel duurzamer en herstellende wijze wordt opge­lost dan de overheid ooit vermag met de hui­dige strafrechtelijke procedures. Alle reden dus om in iedere strafzaak in een vroeg stadi­um, bijvoorbeeld aan de ZSM­-tafel, te kijken of vrijwillige mediation een geschikt middel is.10 Dat is uiteraard lang niet altijd het geval.

Voor de Holleeder­-zaak is mediation niet geschikt. De georganiseerde criminaliteit laat zich niet met mediation bestrijden. De meeste ontkennende verdachten: niet geschikt. Laat de opsporings­ en vervolgingscapaciteit van Justitie zich vooral op dit soort zaken richten. Schroef de pakkans hier drastisch op. Maar laat de meest voorkomende en meest gevoelde criminaliteit, die in en rond het huis en in de buurt, zoveel mogelijk duurzaam oplossen door mediation. Hier is vaker ruimte voor dan gedacht, mits uitgevoerd door een professio­nele en gecertificeerde mediator – of beter nog: twee mediators. De kwaliteit van mediation bepaalt in belangrijke mate het succes ervan. Mediation is een ambacht gelijk aan dat van de rechter of de advocaat. De inzet van professi­onele mediators en de toets na afloop door de rechter of Officier van Justitie moeten machts­ misbruik voorkomen.

Kleinere rol voor de rechter 

Ook bij het civiele recht en het bestuursrecht kan de rechter het beste in de tweede lijn opereren. Kijk naar de manier waarop we in Nederland in zijn algemeenheid bestuurs­ rechtelijke en civiele conflicten oplossen. Dat doen we met lange en ingewikkelde gerechte­lijke procedures, waarbij juridische bijstand altijd verstandig is, en soms zelfs verplicht. Juristen hebben hiervoor een manier van denken met bijbehorend jargon ontwikkeld die buitenstaanders ook echt buitenhoudt. De opleiding tot jurist leert dat er maar één weg is naar conflictoplossing: de bestaande weg die alleen de jurist kent.

Stel, u heeft een (civielrechtelijk) conflict met uw buurman over geluidsoverlast. Als de juridische weg naar conflictoplossing een­maal is ingeslagen, wordt uw conflict in een juridische mal gegoten. Standpunten worden geherformuleerd en uitvergroot, juridische dreigementen worden geuit, dwangmiddelen toegepast. Vervolgens is het aan de rechter om in die berg vervormde informatie de ‘feiten’ vast te stellen en hierin de ‘waarheid’ of het ‘recht’ te vinden. Vaak herkent u uw eigen con­flict niet meer. Dat subjectieve belevingen, context en emoties een grote rol spelen bij het ontstaan van conflicten en zeker ook bij het duurzaam oplossen van conflicten, wordt in het huidige systeem volledig ontkend.

Dit alles natuurlijk als u het geluk hebt dat u een procedure kunt betalen en deze tot het bittere einde kunt volhouden. Het vraagt im­mers een stevige financiële investering en een nog groter financieel risico om ‘je recht’ te ha­len. Degene met de dikste portemonnee en de meeste tijd komt het verst en heeft dus baat bij doorprocederen. Een bekend voorbeeld is de verzekeraar tegen de patiënt met letsel­schade. De procedure werkt dus in het voordeel van de gevestigde belangen en – verras­send genoeg – ook van degene die vanwege minvermogendheid op toevoeging proce­deert tegen iemand die dit zelf moet betalen. De zelfbetaler moet met regelmaat wegens geldgebrek afhaken. De echtscheidingsprak­tijk kent hiervan schrijnende voorbeelden.

En zelfs als je de procedure wint, kun je de strijd nog verliezen. Dan is de rechter het bij­voorbeeld met je eens dat de tegenpartij je nog geld is verschuldigd, maar helpt dat je niet omdat je het geld niet geïncasseerd krijgt. Of denk aan vechtscheidingen waarin partijen elkaar en hun kinderen om emotionele rede­nen kapot procederen, waarbij de rechtsbij­stand vaak nog gefinancierd wordt door de overheid.

Steeds meer mensen erkennen de proble­men rond de bestaande procedures van ge­schilbeslechting.11 Maar de oplossingen die worden bedacht, zijn bijna allemaal oplossin­gen die het bestaande systeem alleen een beetje aanpassen. De problemen worden ten onrech­te niet herkend als systeemfalen.

Ook ik ben opgeleid in de gedachte dat problemen binnen ons systeem moeten wor­den opgelost. Ook ik nam aan dat de oplos­singen door juristen gegeven moesten wor­den. En met die gedachte worden nog steeds vele duizenden rechtenstudenten per jaar klaargestoomd voor de praktijk. In plaats van de rol van de rechter kleiner te maken, wor­den er voorstellen gedaan om diens rol juist te vergroten. Invoering van de buurtrechter – met de rechter in een soort laagdrempelige bemiddelende, vredestichtende rol – is het meest recente voorstel in dit rijtje. De ten­dens dat de rechter steeds meer een bemid­ delende rol op zich neemt, ontkent echter de kern van zijn taak: de knoop doorhakken waar dat moet en dat is lang niet altijd in het midden.

Rechters en rechtsbijstandsverleners zijn en blijven nodig. Iemand moet de knoop door­hakken als partijen er niet zelf uitkomen. Ie­mand moet gezaghebbend kunnen zeggen dat het nu klaar is. Kennis van het recht is no­dig om je juridische positie te kennen en par­tijen tot een akkoord te laten komen dat ook uitvoerbaar is als bijvoorbeeld de fiscus langs­komt. Kortom, juristen hebben een zinvolle en onmisbare taak, maar alleen als we hun posi­tie zuiver houden en hun monopolie doorbre­ken door het systeem van conflictoplossing te wijzigen.

In de eerste lijn moet gekeken worden of partijen er met professionele hulp zelf uit kun­nen komen, voordat het geschil ze uit handen wordt genomen en wordt verengd tot een juri­disch geschil. De rechter kan dan in de tweede lijn worden ingezet op punten waar partijen er zelf niet uitkomen.

Deze vorm van conflictoplossing is voor bijna iedereen geschikt. Je hoeft niet gestu­deerd te hebben om je belangen en emoties te verwoorden. Mensen zijn hier over het al­gemeen vrij goed toe in staat. Mits goed bege­leid en met input van deskundige kennis over de materie en eventueel bijgestaan door een (rechts)hulpverlener kan bijna iedereen zelf zijn of haar problemen oplossen. Dit is een er­ varing die mensen kracht geeft en vormt een voorbeeld voor de hele omgeving hoe met toe­komstige problemen om te gaan. Intervisie, visitatie, publicatie van overeenkomsten en media­aandacht voor de uitkomst zorgen voor de nodige transparantie en controle.

Er is nu politieke ruimte voor verandering. Dat blijkt uit de ambitie in het regeerakkoord om te experimenteren met vernieuwingen in de rechtspleging. Dat blijkt ook uit initiatie­ ven als Divorce Challenge12, waarin op verzoek van de Tweede Kamer juist buiten het bestaan­ de juridische circuit is gezocht naar oplossin­ gen om vechtscheidingen tegen te gaan. Het blijkt uit het vervolg hierop in de vorm van de aanbevelingen van de commissie­-Rouvoet.

Vanuit de wetenschap komen eveneens ini­tiatieven. Professor Scheltema heeft een alter­natieve visie neergelegd voor geschilbeslech­ting in het sociale domein.13 Een werkgroep onder leiding van HiiL en de NVVR heeft een alternatieve procedure bedacht voor de af­handeling van ernstige verkeersdelicten.14

Er is een digitale tool die echtparen bij hun scheiding helpt overeenkomsten in plaats van verschillen te vinden.15 In het medisch Tuchtrecht wordt gekeken naar alternatieven voor de huidige onbevredigende juridische procedure. De aanzetten zijn er, het inzicht is er. Het is nu tijd om deze ruimte te benutten, de volgende stap te zetten en er echt werk van te maken. 

  • 1. Factsheet strafrechtketen­ monitor 2016 (juni 2017, straf­rechtketen.nl).
  • 2. Ars Aequi (code: AA20160665) 1­9­2016 uitbreiding spreek­ recht slachtoffers, I.M. Abels.
  • 3. Artikel 6 EVRM.
  • 4. Denk aan het toewijzen van één (rechts)hulpverlener aan beide partijen, het altijd ge­motiveerd beproeven van de mogelijkheid tot mediation, het eerst zoeken naar overeen­komsten in plaats van naar tegenstellingen, de gemeente in plaats van de rechtbank het loket maken enzovoort.
  • 5. Recidivebericht 2015 WODC, Veiligheidsmonitor 2016, CBS.
  • 6. Waar ‘rechter’ staat, is in het strafrecht in een toenemend aantal gevallen ook de offi­cier van justitie verantwoor­delijk voor strafrechtelijke eindbeslissingen met een vergeldend karakter. 
  • 7. Openbaar Ministerie, Landelijke invoering van de ZSM werkwijze, 2012.
  • 8. Argentinië en Nieuw­Zeeland hebben mediation in het strafrecht al op grote schaal ingevoerd. België en Duits­land zijn ook al verder dan Nederland met de invoering. Zie ook: Amendement Recourt c.s. over mediation in het strafrecht – Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (V I) voor het jaar 2017. Kamernummer KST34550VI16.
  • 9. Mediation in strafzaken, Infoblad 2, november 2017 (rechtspraak.nl).
  • 10. Mediation is naar haar aard vrijwillig. Gedwongen media­tion bestaat niet. Dit neemt niet weg dat de vrijwilligheid wel gestimuleerd kan worden met voorlichting en voordelen.
  • 11. Barendrecht, M., Van Beek, K. & Muller, S., Menselijk en rechtvaardig. Is de rechtsstaat er voor de burger? (hiil.org).
  • 12. ‘Motie Recourt over het uit­ schrijven van een divorce challenge – Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016’. Kamernummer KST­ 34300VI40 en brief aan Twee­de Kamer van platform Schei­den Zonder Schade van 22 februari 2018.
  • 13. Advies Scheltema over inte­grale geschilbeslechting soci­aal domein (Rijksoverheid.nl).
  • 14. Ik ben zelf deelnemer aan die werkgroep.
  • 15. Rechtswijzer.nl heeft al een poosje met succes gedraaid, maar kreeg de financiering niet rond. Het initiatief is nu bezig met een voorzichtige doorstart. 

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2018)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Klara Boonstra, Menno Hurenkamp, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [eindredactie] en Reinier Tromp

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl