In Den Haag Zuidwest is weinig sociale cohesie en veel werkloosheid. Bewoners zijn er vooral bezig met overleven. Meike Bokhorst liep mee met werkbezoeken van de fractie van PvdA Den Haag, en tekende de verhalen op van sleutelfiguren uit het gebied. Hoe valt de sociale cohesie in Zuidwest te versterken? Incidenteel geld en tijdelijke aandacht zijn niet genoeg. Wijken zoals deze hebben een permanente wijkaanpak nodig.

Door: Meike Bokhorst
Redacteur S&D, senior wetenschappelijk medewerker bij de WRR en associate researcher bij Institutions for Open Societies en USBO 

In Den Haag Zuidwest voelen bewoners zich vergeten. Velen verlaten dit deel van de stad zodra ze daar de middelen toe hebben.[1] Zuidwest is een van de armste en meest diverse gebieden van Den Haag. Het omvat de wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust en is onderdeel van het stadsdeel Escamp. Burgers, vrijwilligers en professionals maken zich zorgen over de verloedering en het afglijden van de wijken door het achterblijven van investeringen. Een actieve Moerwijker ziet de buurt verloederen: ‘Het voelt alsof we het afvoerputje van Den Haag zijn. Mensen met problemen worden hier snel gehuisvest, zonder dat er “echt sterke schouders” zijn om dat te dragen. Mensen hebben problemen, zijn bezig met overleven en niet betrokken bij de buurt.’[2]

In 2018 waarschuwde toenmalig stadsdeeldirecteur Rene Baron dat als we niet uitkijken zich onder onze ogen een sociologische ramp voltrekt: ‘het uiteenvallen van onze samenleving’. De buurtwerkers deden hun best om de boel bij elkaar te houden, maar volgens Baron was een deltaplan voor samenlevingsopbouw nodig.[3]

De tweedeling in Den Haag is de afgelopen twintig jaar groter geworden, omdat gedifferentieerd bouwen tegen de markt in gaat. In de herstructurering is de laatste tien jaar de klad gekomen door de economische crisis en het Vestia-debacle. Baron schreef een essay met de lessen uit de eerdere herstructurering. Zijn advies: ‘Maak het mogelijk dat mensen met wie het ietsje beter gaat een wooncarrière kunnen maken in hun eigen buurt. Dat beschermt de sociale verbanden die er nog zijn en voorkomt dat wijken een doorgangshuis worden.’[4]

Een deltaplan voor samenlevingsopbouw kwam er niet, wel een regiodeal en een woondeal. De gemeente Den Haag heeft ambitieuze doelen om de sociale woningvoorraad te verduurzamen, mensen uit de bijstand te helpen en de sociale cohesie te laten stijgen. De Rijksoverheid investeert samen met de gemeente elk € 7,5 mln in een regiodeal om de achterstanden in Den Haag Zuidwest aan te pakken, want de opgave is ‘grootschalig, meervoudig, langdurig en zeer urgent’.[5]

In het verleden waren er ook ambitieuze plannen voor beter wonen, werken en leven, maar de problematiek van armoede en achterstand is hardnekkig. Gebiedsontwikkelaar John van Leeuwen was in 2016 betrokken bij de plannen voor Escamp 2040, Ruimte voor de Stad.[6] ‘Zo'n zestig buurtbewoners dachten op een gegeven moment mee. Een prachtig initiatief, wie beter dan de bewoners zelf kunnen aangeven wat er ontbreekt. Maar van die ambitieuze plannen op het gebied van huisvesting, werkgelegenheid en vervoersmogelijkheden is maar weinig terechtgekomen.’[7]

Den Haag Zuidwest stond op de krachtwijkenlijst van PvdA-minister Vogelaar. Maar onder de kabinetten Rutte is de wijkaanpak weggezakt. Rutte I stopte met het wijkenbeleid en met de economische crisis ging ook de geldkraan voor herstructurering dicht. Waar het kabinet Balkenende IV nog € 128 mln voor de Haagse krachtwijken uittrok[8], stelt het kabinet Rutte III alleen voor Den Haag Zuidwest € 7,5 mln regiogeld ter beschikking. De urgentie is echter niet minder geworden.

Door de gentrificatie van de centrumwijken zijn mensen met minder middelen nog meer aangewezen op de portiekflats van Zuidwest. En door het Vestia-debacle is er in veel huizenblokken lang niet geïnvesteerd.[9] Waar de vooroorlogse centrumwijken Schilderswijk, Transvaal en Stationsbuurt nog tot de verbeelding spreken, blinken de naoorlogse wederopbouwijken in Zuidwest uit in onbekendheid. Zelfs de naam klopt niet: Zuidwest ligt in het zuiden van Den Haag. Op de ambtelijke tekentafel ligt de Haagse kaart doorgaans een kwartslag gedraaid, waardoor de kust aan de bovenkant ligt. Mensen zien hierdoor het ‘echte’ westen vaak aan voor het noorden.

Zoals Den Haag Zuidwest zijn er vele wijken in Nederland: Amsterdam Slotervaart, Tilburg Noord, Utrecht Overvecht, Delft Buitenhof, Arnhem Presikhaaf. Net als in de wederopbouwwijken elders is de autochtone middenklasse in Den Haag Zuidwest weggetrokken en kwamen er mensen met veel verschillende migratie-achtergronden voor in de plaats. Bakker Cevdet, die acht jaar de Turkse Bakkerij Escamp runt, viel vooral de enorme wisseling van buurtbewoners op: ‘Ik zie telkens nieuwe gezichten in de zaak. Mensen blijven niet lang hangen.’[10]

Een van die bewoners is Nikita van Doorn met haar twee dochters: ‘Ik ben hier komen wonen na mijn scheiding en zodra het kan ga ik hier weer weg. Ik denk niet dat mijn kinderen hier dezelfde kansen krijgen als elders. Je merkt het aan het niveau van scholen, aan de vriendjes met wie ze omgaan. Uiteindelijk gun ik ze een betere plek om op te groeien dan Zuidwest.’[11]

De vraag is hoe de sociale binding valt te versterken. Wat hebben de bewoners en professionals in de wijk van de overheid nodig om de negatieve spiraal te doorbreken? Deze reportage doet verslag van het gesprek dat PvdA-gemeenteraadsleden daarover voeren met de bewoners en professionals tijdens werkbezoeken in Moerwijk, Morgenstond, Vrederust en Bouwlust. De PvdA heeft hier bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen veel stemmen verloren en probeert het vertrouwen terug te winnen.[12] Sinds december 2019 draagt de PvdA weer bestuurlijke verantwoordelijkheid. Martijn Balster is wethouder Wonen, Wijken, Welzijn en als stadsdeelwethouder verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling van Zuidwest.[13]

Die verantwoordelijkheid weegt extra zwaar sinds de corona-crisis. Het rapport Berichten uit een stille stad over de maatschappelijke impact van Covid-19 in Den Haag laat zien dat juist de zwakste groepen het hardste getroffen worden door de corona-crisis: ‘Haagse respondenten met een tijdelijk contract, lager opgeleiden, laagbetaalden en mensen met een zwakke gezondheid geven veel vaker aan inkomensverlies te hebben geleden, medische zorg te mijden en minder zorg te ontvangen. Ook de stress is toegenomen, met name onder jongeren en de minima.’[14] Hoewel Covid-19 de onderlinge solidariteit tussen bewoners heeft gestimuleerd, zijn er ook inwoners van Den Haag die aangeven (veel) minder hulp te ontvangen dan vóór Covid-19. Om te voorkomen dat zij door het ijs zakken is extra aandacht nodig voor groepen met gering sociaal kapitaal. In Den Haag Zuidwest zijn die groepen oververtegenwoordigd. Maar over wat voor wijk gaat het hier eigenlijk en wat was het beleid tot dusver?

De demografie: lage cohesie, hoge werkloosheid

Zuidwest telt bijna 70.000 inwoners en vormt 13% van de Haagse bevolking.[15] Den Haag Zuidwest vormt samen met de vooroorlogse wijk Rustenburg-Oostbroek, de wijk Leyenburg en de vinexwijk Wateringse veld het stadsdeel Escamp. Bouwlust/Vrederust is de grootste wijk met bijna 25.000 inwoners, Moerwijk heeft ruim 19.000 inwoners en Morgenstond heeft bijna 16.500 inwoners. In Zuidwest wonen relatief veel ouderen: 17% van de bevolking is ouder dan 65 jaar tegenover 13% elders in Den Haag. Ze wonen vooral in Morgenstond en Bouwlust/Vrederust. In de wijken Moerwijk en Morgenstond zijn relatief veel eenpersoonshuishoudens (beiden 56%). Moerwijk en Bouwlust/Vrederust hebben ook relatief meer eenoudergezinnen.[16]

In Zuidwest heeft 72% van de bewoners een migratie-achtergrond. In heel Den Haag heeft 55% van de inwoners een migratie-achtergrond en onder de jongeren tot en met 19 jaar is dit aandeel nog hoger (60%). In Zuidwest wonen relatief veel mensen met een Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en overig niet-westerse achtergrond. De gemiddelde leeftijd van de inwoners met een Nederlandse achtergrond is aanzienlijk hoger dan die van de inwoners met een niet-Nederlandse achtergrond.

Een grote groep nieuwkomers die zorgt voor veel verloop zijn de 45.000 tijdelijke arbeidsmigranten. Den Haag is inmiddels woonstad nummer één van Poolse (arbeids)migranten. De Poolse gemeenschap is gegroeid tot bijna 15.000 mensen. In heel Escamp wonen ongeveer 10.000 Oost-Europeanen. De Polen verdienen hier gemiddeld een derde minder dan Nederlanders, maar wel drie keer zoveel als thuis.[17] Arbeidsmigranten zijn ongelijk verspreid over het stadsdeel en wonen vooral in wijken met veel particulier huizenbezit, zoals in Rustenburg-Oostbroek.

Den Haag Zuidwest heeft relatief veel lage inkomens, hoge werkloosheid en een laag opleidingsniveau. Het schoolverzuim en het aantal vroegtijdige schoolverlaters is relatief hoog. De achterstandsscore voor Zuidwest is hoog met 11,3. Moerwijk scoort na Transvaal het hoogst in Den Haag met een achterstandsscore van 14,9. Morgenstond en Bouwlust/Vrederust hebben beide een achterstandsscore van 9,8.[18] Het jaarinkomen in Moerwijk was in 2018 gemiddeld € 16.500 per inwoner.[19] De levensverwachting van mensen in Moerwijk is het kortst en zij leven het langst in slechte gezondheid.

In stadsdeel Escamp is de sociale cohesie laag en minder dan de helft van de inwoners meent dat mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan. Zo’n 40% is tevreden over de bevolkingssamenstelling en voelt zich thuis bij mensen uit de buurt. Zo’n kwart van de mensen vindt de buurt gezellig. Ruim 40% meent dat mensen elkaar nauwelijks kennen in de buurt. De gemeente Den Haag heeft grote ambities voor Escamp: de indicator voor sociale cohesie moet stijgen van 4,9 naar 5,5 (Haags gemiddelde 5,6) en het aandeel mensen dat onveiligheidsgevoelens ervaart dient te dalen van 40% naar 30% (Haags gemiddelde: 27,6%).[20] Met welk beleid gaat de gemeente dat realiseren?

Het beleid: investeren in een Regio Deal voor Den Haag Zuidwest

De samenwerking tussen het Rijk en de gemeente in de zogenoemde Regio Deal voor Den Haag Zuidwest beschrijft de grote sociaaleconomische multi-problematiek: armoede, schulden, werkloosheid, radicalisering, polarisatie en gezondheidsproblemen. Deze problemen leiden ook tot overlastgevend gedrag, criminaliteit en geringe sociale cohesie: ‘Veel bewoners voelen zich regelmatig onveilig in hun eigen buurt en ervaren grote sociale overlast. Bijna de helft van de bewoners heeft moeite om rond te komen. De ambitie van deze Regio Deal is om deze neerwaartse spiraal aan te pakken en de sociaaleconomische positie en leefbaarheid van Den Haag Zuidwest op te stuwen in de richting van het gemiddelde van Den Haag.’[21]

In 2019 heeft de gemeente met het Rijk ook een woondeal gesloten om 10.000 extra huur- en koopwoningen te bouwen in Den Haag Zuidwest.[22] Hoewel het percentage sociale woningbouw al op 69% ligt, komen er ook nieuwe sociale woningen.[23] Maar de meeste woningbouw moet van marktpartijen komen voor de middenklasse, zodat meer kapitaalkrachtige bewoners zich in de wijk zullen vestigen. Ook bedrijvigheid en basale voorzieningen zoals onder meer een havo-vwo-school moeten de wijk aantrekkelijker maken.[24]

In de collegeperiode 2018 – 2022 wil de gemeente Den Haag vijfhonderd mensen extra uit de bijstand helpen met een persoonlijke aanpak, de sociale woningvoorraad versneld verduurzamen, het aandeel bewoners dat in armoede leeft (max. 105% van het sociaal minimum) laten dalen van 26% naar 20% en het totaal aantal mensen met schulden laten afnemen.

Het college dat in 2019 viel had de ambitie om 10.000 marktwoningen toe te voegen en de sociale woningvoorraad te vervangen. Het nieuwe college wil ook de sociale woningvoorraad vervangen. Maar bij de toe te voegen woningen zal 30% sociale huur zijn en 20% uit middeldure huur bestaan. Het totale percentage sociale woningen in Den Haag neemt hierdoor af. In Escamp zorgt het college ervoor dat er niet alleen gebouwd wordt, maar dat mensen het ook binnen de sociale voorraad beter krijgen. Het nieuwe college heeft daarom tientallen miljoenen extra uitgetrokken voor de sociale woningbouw, het welzijnswerk en de wijkaanpak.[25]

De vrijwilligers: de gemeente moet een betrouwbare samenwerkingspartner zijn

In Moerwijk hopen de vrijwilligers vooral dat de gemeente bij het ontwikkelen van nieuwe plannen begint met de wensen die leven in de buurt. De problemen in Moerwijk zijn groot. Veel mensen kunnen rekeningen niet betalen en bij de kerk komen veel verzoeken binnen voor noodhulp.

Het leven in Moerwijk vreet alle tijd van mensen. Het is voor velen erop of eronder. Mensen die boos zijn, zijn nog betrokken - maar steeds meer mensen haken af. Die mensen kan het niet meer schelen waar ze hun afval neergooien. De vraag in deze wijk is of en hoe je elkaar nog kunt bereiken.

Bewoners maken zich zorgen over een straat met vage barretjes, bakkerijen, supermarkten en administratiekantoren die nooit open zijn. Betrokken bewoners signaleren dat, maar ja wat doe je aan die ondermijning? Bewoners zijn ook bang dat er voor de oude huizen die in de wijk gesloopt worden alleen maar dure koophuizen terugkomen. Moerwijkers die er al jaren wonen kunnen hierdoor niet meer terug in de wijk komen. Voor hun kinderen is het al helemaal moeilijk een huis in de wijk te bemachtigen. De corporatie moet ook de bestaande woningen renoveren, want mensen worden ziek van de schimmel. Er zijn hele blokken met woningen die op zijn. Een arts ziet dat het afkalft en slechter wordt in de wijk: ‘We zitten nu op een kantelpunt in de wijk. Iedereen kijkt naar de Schilderswijk, maar hier is het een krottenparadijs.’

De droom voor Moerwijk is dat iemand als Harry Jekkers er net als vroeger weer gaat wonen.[26] De wijk moet groener, maar het lukt niet om de aanleg van voedseltuinen bij de gemeente voor elkaar te krijgen. De fondsen zijn bereidwillig, maar willen alleen financieren als de gemeente Den Haag meedoet. Bewoners ervaren de gemeente niet als een betrouwbare partner, omdat die mondelinge toezeggingen niet altijd nakomt en steeds weer nieuwe ‘spelregels’ maakt. Er komen telkens nieuwe ambtenaren die zich eerst in moeten lezen. Aan de top en aan het loket is het gemeentepersoneel stabiel, maar in de tussenlagen is iedereen telkens aan het verschuiven. Het verloop onder de ambtenaren is groot.

Zo heeft de wijk in een paar jaar tijd een aantal programmamanagers zien komen en gaan en twee wijkmanagers versleten. De komst van al die nieuwe managers kost de wijk heel veel tijd. Een nieuwe manager heeft zeker een jaar nodig om de wijk goed te leren kennen. Het opbouwen van relaties vraagt een flinke tijdsinvestering. Je kunt niet meteen beginnen met plannen uitrollen in de wijk, maar moet eerst luisteren wat er speelt.

Mensen helpen elkaar in Moerwijk. Een verpleegster vertelt dat ze juist in Moerwijk woont vanwege het sociale contact dat mensen met elkaar hebben. Toen ze zelf ziek was kwam iedereen elke dag langs. Er zijn ook allerlei sociale initiatieven in Moerwijk, zoals de Moerwijk Coöperatie en de Voedselbank. De Moerwijk Coöperatie is opgezet om mensen uit de buurt in te zetten voor werk in de buurt. Nu gaan klussen nog vaak naar mensen en allerhande adviesbureaus van buiten de wijk of de stad. Met de pilot van de bewonerscoöperatie kunnen mensen met behoud van een uitkering weer actief worden en hun eigen leven weer op de rit krijgen.

Een ander initiatief is de Kinderwinkel in Moerwijk van de Marcuskerk die in samenwerking met de P. Oosterleeschool tot stand is gekomen.[27] De Marcuskerk wilde meer interactie met bewoners in de wijk, dit vanuit haar christelijke missie, met als doel een veilige plek voor de jeugd in de wijk te creëren. De Kinderwinkel is een plek waar moeders met peuters bij elkaar kunnen komen, de peuters om te spelen en de moeders vaak om de Nederlandse taal te oefenen en buitenshuis een sociaal leven op te bouwen. Tieners komen er voetballen en met elkaar koken voor buurtbewoners. De activiteiten zijn in principe gratis of er wordt een kleine bijdrage gevraagd, bijvoorbeeld voor de muzieklessen.

Vrijwilliger Rik Pronk woont al zo’n zestig jaar in Moerwijk en is vanaf het begin betrokken bij de Kinderwinkel.[28] Hij wijst op de omgeving: ‘Kijk dan, een kindcentrum in een straatje met aan beide kanten geparkeerde grote auto’s en vier kroegjes, cafetaria en snackbars naast elkaar.’ Op de hoek staat een Heineken-vrachtwagen de vaten te lossen en te laden. ‘Hier ben je leuk bezig met de jongeren, maar als ze naar buiten lopen, komen ze direct in aanraking met zaken die juist niet goed voor ze zijn.’ De dure auto’s suggereren een verkeer van mensen die op alternatieve manieren hun geld bij elkaar hosselen. ‘De buurt verloedert. Wij maken er het beste van voor de jeugd, maar soms is het moeilijk moed te houden. Het voelt alsof we het afvoerputje van Den Haag zijn. Mensen met problemen worden hier snel gehuisvest, zonder dat er genoeg “echt sterke schouders” zijn om dat de dragen. Mensen hebben problemen, zijn bezig met overleven en niet altijd zo betrokken bij de buurt.’

Hij beschouwt zichzelf als iemand met sterke schouders die graag wat voor de wijk wil betekenen. De laatste jaren heeft hij zo vaak zijn neus gestoten bij instanties en beleidsmakers dat het hem zwaar valt vertrouwen te hebben voor de toekomst. Vooral de communicatie stoort hem. Veel bewonersinitiatieven heeft hij niet van de grond zien komen door de bureaucratie. Hij richt zich daarom nu volledig op de Kinderwinkel. Daar heeft hij plezier met de kinderen en het gevoel er echt toe te doen.

De gezondheidsprofessionals: meer doen aan preventie en sport

De huisarts maakt zich zorgen over de slechte leefsituatie en gezondheid van mensen: ‘De situatie is schrijnend, omdat er zoveel mensen met schulden zijn. Dat vertaalt zich in enorme gezondheidskosten. Mensen zouden veel meer moeten sporten. Ik zou ook zo graag meer aan preventie doen. Ik moet kinderen kunnen doorverwijzen naar sport. We hebben een faciliterende overheid nodig en geen regisserende. Onze tijdlijn is anders dan die van de gemeente. Er zijn zoveel problemen en we laten zoveel verloederen. Preventie valt niet onder de ziektekostenverzekering. Je krijgt het niet voor elkaar om dat te organiseren. Ik moet een business plan inleveren. Ik krijg alleen geld als ik kan laten zien dat ik geld bespaar. We hebben het over een achterstandswijk met veel chronische zorg. Het is al heel wat als mensen komen opdagen. Het gaat hier stap voor stap.’

Een van de sterke kanten aan Zuidwest is de grote oppervlakte aan sportvoorzieningen. Bij de bouw van de nieuwe wijken was er de wens dat er sportvelden zouden komen ook voor de mensen uit de dichtbebouwde vooroorlogse wijken Transvaal en Schilderswijk. Met de vele sportverenigingen gaat het minder goed door een tekort aan vrijwilligers. De Sportcampus in het Zuiderpark is een grote aanwinst, want daardoor kunnen stagiaires van de HALO-opleiding deze clubs ondersteunen. Onderwijs en sport worden zo met elkaar verbonden.

De gemeente heeft het Zuiderpark opgeknapt en wil met de sportvoorzieningen de wijk aan het sporten krijgen.[29] Er zijn buurtsportcoaches aangesteld die proberen mensen in beweging te krijgen. Deze sportcoaches zorgen ervoor dat mensen weer zelfvertrouwen krijgen via sport. Ze laten mensen zichzelf een haalbaar doel stellen. Dit helpt sommige mensen uit een langdurig uitzichtloze situatie van isolement, schulden of eenzaamheid.[30]

De opbouw- en welzijnswerkers: zorg voor langdurige sociale begeleiding

Een andere plek waar mensen uit de wijk bij elkaar komen is het Wijkcentrum Moerwijk. Daar zit de welzijnsorganisatie Mooi Welzijn. Mensen kunnen naar het wijkcentrum en het servicepunt gaan voor vragen over veranderingen in de zorg, de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo), administratieve en financiële hulp, solliciteren, ontspanning en sociale contacten. Ook voor buurtinitiatieven of vrijwilligerswerk kunnen bewoners in het Wijkcentrum terecht bij allerlei soorten professionals.

De buurtmoeders: geen huurverhoging bij vocht- en schimmelproblemen

Op woensdagochtend is er een koffieuurtje voor bewoners aansluitend op het wegbrengen van de kinderen naar de naastgelegen christelijke P. Oosterleeschool en peuterschool. Tien vrouwen en een man zitten bij elkaar aan tafel. De meeste moeders hebben kinderen of een kleinkind op de school, maar er zitten ook vrijwilligers aan tafel. Diane Messemaker van Mooi Welzijn begeleidt het koffie-uurtje. Ze stimuleert ouderbetrokkenheid, werkt voor het opvoedsteunpunt bij de P. Oosterleeschool en begeleidt de kinderraad Moerwijk. De school heeft een peuterschool en sinds kort werkt de school volgens het door de ouders zeer gewenste continurooster, waarbij de kinderen tussen de middag niet naar huis gaan. Alle andere scholen in de buurt hebben ook zo’n continurooster.

Hoewel de ouderbijdrage voor de school vrijwillig is, ervaren ouders wel druk om te betalen. Kinderen worden er in de klas op aangesproken als de ouderbijdrage niet betaald is en dat leidt tot schaamte. Met de Haagse Ooievaarspas compenseert de gemeente veel kosten, maar niet iedereen komt voor die pas in aanmerking. De moeders ervaren al jaren dat hun inkomen gelijk blijft, maar dat de kosten steeds stijgen. Ze klagen ook over vocht- en schimmelproblemen. De corporatie zou eigenlijk geen huurverhoging mogen doorvoeren als de woning niet in orde is. Ook in de gerenoveerde nieuwbouw hebben mensen nog steeds last van vocht.

Een moeder vertelt over lekkage, een gat in de keukendeur, deuren die onhandig tegenover elkaar geplaatst zijn en slechte afwerking. Wel zijn de problemen met bronchitis en astma bij de kinderen verholpen na de verhuizing naar een nieuwe woning. De moeder heeft het huurteam een huurcheck laten doen en daaruit bleek dat het huis een huur van € 270 rechtvaardigde in plaats van de € 600 die zij betaalde. Nu betaalt zij minder, maar niet alle huurders zijn mondig genoeg om een huurcheck te laten doen. De rest van de straat blijft € 600 betalen. De moeders hebben nog een hele lijst met vragen en problemen, variërend van glasscherven op de grond tot een tekort aan hondenuitlaatstroken.

De opbouwwerker: meer opbouwwerkers voor Moerwijk

Paul Hendriks is de enige vrijgestelde opbouwwerker in Moerwijk. In totaal is er maar 2 fte beschikbaar voor samenlevingsopbouw in deze kwetsbare wijk met 21.000 bewoners. Bewoners zijn hier vroeg oud en ontwikkelen vijf tot tien jaar eerder gezondheidsklachten dan elders. 80% van Moerwijk bestaat uit huurwoningen. Mensen kampen in deze woningen met vocht en schimmel. De corporatie zegt dat dat komt omdat mensen te hoog stoken en te weinig ventileren, maar de corporatie deelt die informatie niet. De organisatie Duurzaam Den Haag komt praten bij het wijkcentrum. Maar bewoners hebben niks met het thema duurzaamheid. Ze hebben last van vocht en schimmel en zijn vooral bang dat de huur nog verder zal stijgen.

Hendriks: ‘Er is wantrouwen in de wijk. Er is gekort op de welzijnsorganisaties en bewoners hebben slechte ervaringen met professionals van buiten de wijk. Er wordt steeds weer wat anders bedacht, zoals de community centers voor laagdrempelige ontmoetingen. Maar wij hebben slechte ervaring met projecten zonder kop en staart. Die beschadigen het vertrouwen. Dan worden er partijen uit Amsterdam ingehuurd voor de herinrichting van een plein. In de beleving van bewoners zijn dat al snel “dure jongens”. Dat had ook bij Haagse partijen ondergebracht kunnen worden.’

Hendriks moet dagelijks drie kansen laten liggen. Bewoners bellen voor een activiteit, zoals een kookworkshop. Maar Hendriks kan niet alles ondersteunen en moet mensen dan teleurstellen. Hoe kan hij nog wat betekenen voor de mensen in Moerwijk als hij zoveel niet kan doen? Er is ook maar beperkte capaciteit voor het jeugdwerk en ouderenwerk. Er is in de wijk veel potentie met burgerinitiatieven en er is ook veel jeugd. Je kunt bewoners binden door vervuiling en verpaupering aan te pakken. Maar dat zijn taaie zaken die niet snel leiden tot resultaat.

Zzp-projecten concurreren nu met het opbouwwerk. Zzp-ers kloppen bij de opbouwwerker aan om zijn netwerk, maar waarom zou hij zijn netwerk delen? Nu is er weer veel speciale aandacht voor eenzaamheid. Als je een netwerk in de wijk hebt, signaleer je ook eenzaamheid. Je moet dit soort vragen niet single issue aanpakken. Je moet geen eilandjes van hulpverleners en projecten creëren in een wijk als Moerwijk aldus Hendriks.

De sociaal werker: taboethema’s bespreekbaar maken bij migrantengroepen

Aisah Manraj richt zich vanuit het Opvoedsteunpunt op het bereiken, betrekken en informeren van migrantengroepen in heel Escamp. Zij verzorgt opvoedvoorlichtingen en opvoedcursussen bij onder meer zelforganisaties, scholen, wijkcentra en centra voor jeugd en gezin. Ze houdt zich bezig met thema’s als opvoeden tussen twee culturen, hersenontwikkeling, huiselijk geweld en kindermishandeling, puberteit en huiswerkmotivatie. Ze heeft vijfentwintig jaar gewerkt als trainer en adviseur bij onder meer instellingen voor migranten. Ze heeft ook een verdienmodel ontwikkeld voor armoedebestrijding. Manraj: ‘Laat mensen klusjes doen in ruil voor een uitkering, dan hebben ze minder last van schaamte.’ Verder helpt ze een jongeman die in de wijk een queer-platform (platform voor gender- en seksuele diversiteit) heeft opgericht: ‘Het is erg lastig om dat soort zaken bespreekbaar te maken. De tolerantie is er, maar de acceptatie niet.’

Bij de Erasmusschool is Manraj in gesprek met de directeur over het Nederlands spreken op school. Verder heeft ze een werkgroep opgezet voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Het personeel van Mooi Welzijn is heel divers van samenstelling zodat er enigszins een afspiegeling van de wijk is. Er is ook een wijkscan gemaakt van de sociale cohesie. Manraj maakt zich vooral zorgen over de nieuwe ronde bezuinigingen voor de subsidieverzoeken voor het nieuwe jaar.

De sociaal werker: geld voor langdurige sociale begeleiding

Els Beekhuis is een sociaal werker en welzijnscoach die mensen met elkaar probeert te verbinden. Dat kunnen jongeren, ouderen, vrijwilligers en statushouders zijn die elkaar ontmoeten bij activiteiten. Ze gaat veel op werkbezoek. Toen Beekhuis tien jaar geleden begon als sociaal werker was er 60 uur beschikbaar voor ouderen. Nu heeft ze nog 21 uur voor ouderen. De helft van haar klanten moet ze langdurig volgen en motiveren om mee te doen met activiteiten.

We zitten in de drukke ontmoetingskamer waar op dat moment zo’n twintig mensen koffiedrinken, afwassen en overleggen. Een mevrouw wordt geholpen met de administratie. Een man met een handdoek om zijn nek gaat sporten. Er komt net een groep bewoners terug van een gezamenlijk wandeling. Het is lastig om vrijwilligers uit de buurt te vinden en te behouden. De vrijwilligers kampen zelf ook met problemen zoals Parkinson, hersenbloeding en hartklachten. Er is een enthousiaste vrijwilliger die jongeren leert schaken en dammen. Het is niet gelukt om mensen uit andere wijken of van sportclubs hier vrijwilligerswerk te laten doen, dus zet Mooi Welzijn studenten in. 

De sociaal werker: ‘Als je eenzaamheid wil bestrijden, moet je met mensen in gesprek over hun interesses. Je verwijst mensen dan ergens heen, zoals naar de postzegelclub. Je vraagt ook wat de belemmeringen zijn om ergens heen te gaan. Soms helpt het om mensen met de wijkbus op te halen, kennissen mee te laten gaan of in uitzonderlijke gevallen zelf de eerste keer mee te gaan. Er zijn ook mensen met straatvrees, maar die gaan soms wel mee naar een activiteit omdat wij een vertrouwd gezicht voor ze zijn.’

Er is al jaren geen financiering voor langdurige begeleiding. Dat wringt in wijken waar een lange adem nodig is om resultaten te behalen. Bij ouderen en kwetsbare mensen heb je meer tijd nodig om vertrouwen te winnen en aan een traject te beginnen of door te verwijzen. Ouderen die niets willen, maar waar zorg en hulpverleners het idee hebben dat er meer zorg nodig is, worden gemonitord. Dit gebeurt met een telefoontje of een huisbezoek. Wanneer er dan een acute situatie ontstaat kan een sociaal werker sneller schakelen en mensen beter begeleiden.

De jeugdwerker: voorkom dat jongeren onder hun schoolniveau zakken

Jamal Aoulad m’hand issa is een van de twee jeugdwerkers in Moerwijk en woont zelf ook in Zuidwest. In de wijk Morgenstond is maar één jeugdwerker. Hij organiseert bijvoorbeeld een kookworkshop voor jongeren en laat ze dan koken voor ouderen uit de buurt. Hij helpt ze met solliciteren en neemt ook jongeren van de jongerenraad mee naar de gemeenteraad. Aan één-op-één begeleiding komt hij niet toe, terwijl veel jongeren dat eigenlijk wel nodig hebben. Hij krijgt positieve energie van het helpen van jongeren. Vooral als hij ziet dat ze ten goede veranderen.

Aoulad m’hand issa heeft psychologie gestudeerd en volgt nu de master gezondheidspsychologie. Hij maakt zich zorgen over jongeren die een schoolniveau zakken en dan gedemotiveerd raken: ‘Jongeren schuiven ook makkelijk hun verantwoordelijkheid af, maar balen wel als ze zakken van vwo naar vmbo-kader. Het is lastig om daarna nog terug te komen op een hoger niveau. Ze worden kwetsbaar als ze geen vrienden hebben en thuis weinig begeleiding krijgen. Er komt ook een verstandelijk beperkte jongen op de activiteiten af. Die wordt gepest en is erg kwetsbaar. Zo’n jongen weet niet wie zijn vrienden zijn. In de groep van twintig jongeren zitten ook twee tot zeven Eritreeërs. Je kunt Engels met ze praten en ze volgen Nederlandse les. Meestal is er een de woordvoerder van de groep die net wat beter Nederlands kan dan de anderen.’

De maatschappelijk werker: wees vooraf duidelijk waar mensen aanspraak op kunnen maken

Tanja Nathanya is sinds 2017 maatschappelijk werker. Ze ondersteunt cliënten bij hun maatschappelijke hulpvraag. Medewerkers van de sociale dienst of de IND verwijzen mensen naar Mooi Welzijn door. Ze maakt mensen wegwijs zodat ze zelf stappen kunnen zetten. Ze heeft ook lang met daklozen gewerkt. Een deel van de ouderen is digibeet en komt hier om geholpen te worden met de Wmo-aanvraag.

Mensen hebben behoefte aan meer duidelijkheid vooraf over waar ze wel en geen aanspraak op kunnen maken. Een aanvraag voor een elektrische fiets is niet kansrijk. Mensen krijgen vaak maar een indicatie voor drie maanden en krijgen daarna een herindicatie. Maar veel ouderen hebben tot het einde van hun leven hulp nodig. De problematiek is vaak complex met schulden en relatieproblemen. Een huishoudelijke hulp krijgen mensen meestal wel voor een half jaar. In het gebouw van het Serviceplein zit ook een helpdesk geldzaken en een Wmo-team.

De schoolleider: meer sfeer en veiligheid

De Petrus Dondersschool in Vrederust is een school met ongeveer 250 leerlingen en vormt samen met de peuterspeelzaal De Peutergaarde een voor- en vroegschool. De meeste leerlingen komen uit de wijk, slechts enkelen uit het nabijgelegen Wateringse Veld. De Erasmusweg is een harde scheidslijn. De school kent net als de wijk een hoge doorstroom van leerlingen. Zo heeft een kwart van de leerlingen een Poolse achtergrond. Veel ouders zijn van de tweede generatie met een Turkse of Marokkaanse achtergrond. Als het hen voor de wind gaat, verhuizen ze naar Wateringse Veld, Ypenburg, Zoetermeer of andere wijken. Slechts enkele leerlingen hebben een Nederlandse achtergrond. De leraren hebben wel vrijwel allemaal een Nederlandse achtergrond. Het lerarenbestand kende tot voor kort veel wisselingen. Toen de directeur Senne Donders in 2015 kwam, volgde hij een interim-directeur op die anderhalf jaar op de school heeft gewerkt. Daarvoor was een directeur voor drie jaar werkzaam op de school.

De school is vernoemd naar Peerke Donders, een zalig verklaarde Nederlandse priester, die werkte in een leprakolonie op de Surinaamse plantage Batavia. De Rotterdamse Senne Donders is verre familie van hem en vond het bijzonder om juist op deze school directeur te worden. Bij aanvang had hij hele hoge verwachtingen en wilde hij werken volgens de principes van ‘lean’ of ‘scrum’ management. Maar al snel klaagden collega’s over de sfeer in de school en waren er onveilige situaties in de klas.

De helft van het team ging weg uit onvrede opgedaan in voorgaande jaren en over de nieuwe koers die was ingeslagen. Nu is er meer sfeer en focus, ook in de relatie met de ouders. Er was een koffieochtend waarop een conflict ontstond met een dominante ouder. Die ouder trok zich terug. Ouderbetrokkenheid blijft een punt van zorg. De medezeggenschapsraad is sinds dit schooljaar stabiel. De school werd een aantal jaar geleden als zwak beoordeeld, maar kreeg binnen een halfjaar na het aantreden van Donders een voldoende van de inspectie.

Het werven van leraren is lastig vanwege het lerarentekort. Bij de Buurtplaats, een andere school uit de koepel in de Schilderswijk, zijn zoveel leraren weggegaan dat de school mogelijk moet sluiten. Met de gesubsidieerde STIP-banen vanuit de gemeente heeft Donders wisselende ervaring. Sommige deelnemers zijn supergoed, maar deelnemers die problemen creëren, kosten veel tijd, geld en energie.

 De Petrus Dondersschool is een Brede Buurtschool en werkt volgens de sociaal-emotionele methode De Vreedzame School. Per klas zijn leerlingen aangewezen met gele hesjes die kunnen bemiddelen bij conflicten tussen leerlingen. Ook werkt de school met het Leerkansenprofiel (LKP) waarin leerlingen zes uur per week extra vakken krijgen zoals muziek, dans, drama, koken, creatief en wetenschap & techniek. Het tuinieren is erbij ingeschoten, omdat er geen mensen zijn om de moestuin te onderhouden. Leerlingen zijn zelf de eigenaar van hun leerproces en geven in een persoonlijk ontwikkelingsplan aan wat ze willen leren. Sommige leerlingen gaan in het weekend naar de Escamp University. Uit de evaluatie van de Haagse Hogeschool blijkt dat dat leidt tot meer maatschappelijke betrokkenheid.[31] Een effect op de leerprestaties ziet de directeur echter nog niet.

Taalachterstanden worden weggewerkt door middel van klankonderwijs. Ook is er een taalbeleidsplan. De regel dat iedereen op school Nederlands moet spreken, heeft de school losgelaten. Uit onderzoek blijkt dat het geen kwaad kan als leerlingen elkaar in elkaars taal wat uitleggen. Ook ouders die onderling met elkaar in de eigen taal spreken, laat de directeur in hun waarde. Maar als een ouder luidkeels op het schoolplein staat te bellen in een vreemde taal zegt de directeur er wel wat van.

De directeur heeft moeite met de ingewikkelde subsidieformulieren van de gemeente. Het kost veel tijd om die in te vullen, terwijl hij die tijd liever besteedt aan het begeleiden van de leraren. Het schoolgebouw is inmiddels zestig jaar oud en zou best vervangen of vernieuwd mogen worden. Ook zou de gemeente wat mogen doen aan de onveilige sfeer in de wijk Vrederust. Gelukkig is de supermarkt vernieuwd en is de wijk groener geworden. Maar het verdwijnen van lunchtentjes en de komst van shisha-lounges met afgeplakte ramen komt de wijk niet ten goede. De school ziet dat de methodiek van de Vreedzame Wijk zorgt voor een veiligere omgeving in de wijk. Ouders, wijkbewoners, de winkels, sportverenigingen en de scholen spreken door de methode ‘dezelfde taal’. Voor de kinderen zorgt dit voor meer voorspelbaarheid.

De ondernemers: kom uit het gemeentehuis en kijk in de praktijk wat er nodig is

Traub Stuc is een praktijkopleidingscentrum in Moerwijk waar jonge mensen het vak van stukadoor leren. Traub Stuc heeft een vestiging in Den Haag en Breda. In Den Haag zat het bedrijf in een voormalig tandtechnisch laboratorium en in een aantal gehuurde rijtjeshuizen.  Het bedrijf is inmiddels zo gegroeid dat ze zijn verhuisd naar een bedrijfsverzamelgebouw in Zichtenburg waar ze 1000 m2 hebben in samenwerking met de Energieacademie. Het oude gebouw wordt gesloopt, want heel Moerwijk gaat op de schop.

Traub Stuc is in 1999 opgericht door de gebroeders Peet en Michel Traub. In 1994 werd Michel werkloos en is hij zich gaan omscholen bij een vakopleiding via de gemeente Delft. In 2011 zijn zij zelf een opleidingsbedrijf gestart. Peet: ‘Wij zijn nu het grootste opleidingscentrum voor stukadoors in Europa. Het eerste jaar moesten we er veel geld bijleggen. We begonnen met een theorielokaaltje, maar kwamen er al snel achter dat jongeren geen theorie willen leren. Nu zijn er praktijkruimtes met boxen waarvan de wanden en plafonds gestuukt en weer afgebikt worden.’ Naast praktijkjongeren richt Traub Stuc zich ook op oudere zij-instromers, statushouders, werkzoekenden en vroegtijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie. Ze nemen iedereen aan. Peet: ‘Als je van een drol een gebakje kunt maken, dan is dat leuk.’

Het bedrijf werkt samen met lokale overheden en regionale onderwijsinstellingen, zoals De Einder en ROC Mondriaan. Zo hebben ze net met de gemeente een contract getekend om zestig mensen op te leiden. De jongeren uit de Schilderwijk, Transvaal en Zuidwest zijn vaak werkloos en kansarm en leren in een beschermde omgeving, waar ze opdrachten uitvoeren. Ook wordt er veel aandacht besteed aan omgangsvormen en werkmoraal.

Sommige jongeren moeten ze heropvoeden. Daar nemen ze bij Traub Stuc ook de tijd voor. Zoals voor een jongen die zich op het werk ongecontroleerd gedroeg. Tijdens een gesprek bleek dat zijn vader was overleden. Veel jongens slepen onzichtbare tragiek met zich mee, zoals een zieke ouder of ouders die rond moeten komen met € 5 eetgeld per dag. Als stukadoors komen ze bij mensen thuis en zien ze de armoede in de krotwoningen. Maar een groot probleem vormt ook het vocht en de schimmel als gevolg van verkeerde isolatie in de nieuwbouwhuizen.

Voor Peet en Michel Traub was het werken met jongeren met zulke diverse achtergronden een hele cultuurschok. Peet: ‘Het maakt me niet uit of ze Jan of Ali heten, als ze maar aan het werk gaan. We hebben een Surinaamse opleider, die ook voor ons kookt. Ik ben dol op Surinaams. Van een Marokkaanse leerling kreeg ik bij het offerfeest een zak met schapenhersenen. Dat vond ik minder.’

De opleiding duurt zes tot negen maanden. Sommige deelnemers hebben wel negen tot elf maanden nodigen om het vak onder de knie te krijgen. De eerste twee maanden worden deelnemers werkfit gemaakt en dan is er twee keer een periode van drie maanden met opleiding die eindigt met een praktijkexamen. Traub Stuc monitort een jaar lang waar mensen terechtkomen nadat ze zijn uitgeplaatst en begeleidt de leerlingen naar hun nieuwe werkgever. In de bouw komt vrijwel iedereen aan de slag. Toch is het niet makkelijk voor deelnemers om voldoende financiering te vinden voor de opleiding bij Traub Stuc. De gemeente wil in veel gevallen maar twee tot drie maanden van de opleiding financieren. De opleiding is ook relatief duur door de gebouw- en materiaalkosten.

De gebroeders Traub hebben wisselende ervaringen met de gemeente. Met de ene wethouder verloopt de samenwerking beter dan met de andere. Ambtenaren denken veelal vanuit een papieren werkelijkheid en komen naar hun beleving nauwelijks het gemeentehuis uit om in de praktijk te kijken wat er nodig is.

De wethouder: zittende bewoners betaalbare woningen bieden

De nieuwe PvdA-wethouder Martijn Balster komt veel in de wijk om te kijken wat er nodig is. Tijdens de collegeonderhandelingen heeft hij zich hard gemaakt voor extra geld voor betaalbare woningbouw en stedelijke vernieuwing in Den Haag Zuidwest: ‘Een wijk van vijftig jaar oud verdient groot onderhoud. Dat kan alleen samen met de bewoners door te werken aan sociale samenhang en met flink wat geld. Als je dat niet doet en de woningvoorraad is goedkoop en beweegt naar de goedkoopste van de stad, dan krijg je een overconcentratie van problemen en probleemgroepen. Dat proces is versterkt nadat het Rijk geen geld meer uittrok voor de wijkaanpak. De crisis bracht alle herstructureringsplannen tot stilstand en dit viel lokaal onvoldoende te compenseren. Daar komt nog een recente kaalslag in het welzijnswerk bij.’

Het vorig college verliet volgens Balster het pad van ‘samen de stad maken’ en ging op het spoor zitten van bouwen voor kapitaalkrachtige mensen van buiten de wijk: ‘Mengen moet zeker ook, maar je zult mensen in de wijk ook perspectief moeten bieden. Voorwaarden voor herstel zijn een stevig fysiek en sociaal investeringsprogramma en intensieve betrokkenheid van en participatie door wijkbewoners.’ Balster wil een hoopvol perspectief bieden voor nieuwe, maar zeker ook voor zittende bewoners. Hij streeft ernaar om in Zuidwest tot een programma te komen met forse cofinanciering vanuit de Rijksoverheid.

Een punt van zorg is voor Balster de staat van de Haagse woningcorporaties: ‘Vestia zit stevig in Zuidwest en kan al jaren niet meer investeren. De crisis is een beetje gedempt doordat de gemeente met een wijkontwikkelingsmaatschappij een deel van de herstructurering heeft gered nadat Vestia in de problemen kwam. Het onderhoud is zeer gebrekkig en de huren stijgen meer dan bij andere corporaties. Dat heeft grote gevolgen voor huurders in Zuidwest. In het algemeen is de investeringscapaciteit van corporaties in onze regio het laagst. Dat verklaart zeker ook het afglijden van Zuidwest.’ 

Tot slot

Hoe kan Den Haag Zuidwest de sociale binding versterken? Den Haag Zuidwest raakt veel sociale cohesie kwijt, doordat mensen met wie het net wat beter gaat niet in de wijk kunnen blijven wonen. Bij sloop- en nieuwbouwprojecten in de wederopbouwwijken komen mensen niet terug, omdat het proces te lang duurt en mensen elders al gewend zijn geraakt.[32] In 2019 hebben de Rijksoverheid en de gemeente een Regio Deal en woondeal gesloten om de neerwaartse spiraal in Den Haag Zuidwest te doorbreken. Het doel is, zoals eerder gezegd, om de sociale cohesie, de sociaaleconomische positie en leefbaarheid op te stuwen in de richting van het gemiddelde van Den Haag.[33]

Op dergelijke ambitieuze doelen reageren actieve bewoners en professionals uit de wijk met terughoudendheid. Zo’n € 15 mln aan budget via de Regio Deal is een beperkte investering in vergelijking met Rotterdam Zuid waar de Rijksoverheid en de gemeente samen € 260 mln investeren en al jaren samenwerken. Ook zijn mensen terughoudend op grond van de eerdere actieplannen en beloftes van de gemeente.

Incidenteel extra geld kan structurele achterstanden niet wegnemen. Daarvoor zijn de problemen te hardnekkig. Net als bij het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is er in Den Haag Zuidwest behoefte aan een lange termijn investeringsprogramma. Het Rijk en de gemeente Den Haag hebben ook aangegeven te streven naar een bijzondere Rijksstatus voor Den Haag Zuidwest en te werken aan een meerjarig partnerschap voor de stedelijke vernieuwing en verdichting.[34] Langdurige investeringsprogramma’s zijn ook elders in Nederland noodzakelijk om verschil te maken met een permanente wijkaanpak.

De schade die stilstand in dit soort kwetsbare wijken aanricht, toont volgens sommigen met terugwerkende kracht het gelijk van de Vogelaar-aanpak.[35] En volgens anderen het ongelijk van de verhuurdersheffing.[36] Het toont in ieder geval het belang van krachtige woningcorporaties en welzijnsorganisaties. Nadat eerst de klad gekomen was in de herstructurering, is er nu weer geld voor investering en vernieuwing. De overheid probeert met woondeals vooral mensen uit de middenklasse van buiten de wijk aan te trekken. Maar het is ook van belang dat bewoners en hun kinderen een wooncarrière kunnen maken in hun eigen buurt. Dat beschermt de sociale verbanden die er nog zijn en voorkomt dat de wijk een doorgangshuis wordt.[37] Het vervangen van oude woningen door nieuwbouw heeft vaak ingrijpende gevolgen voor de sociale cohesie in een buurt. Als bewoners niet terug kunnen keren, verdwijnen bestaande netwerken.[38] Daarom zijn er meer betaalbare woningen nodig voor de bewoners in de wijk.

Het is daarbij ook van belang om de lessen van voormalig wethouder Adri Duivesteijn ter harte te nemen en te zorgen voor voldoende eigenaarschap van mensen.[39] Herstructurering kan een gunstig effect hebben op de sociale cohesie bij de verkoop van sociale huurwoningen, wanneer de bestaande bewoners het eigendom van hun woning krijgen. Het idee hierachter is dat eigenaren meer investeren in hun woning en de woonomgeving. Bij zowel de herstructurering als de verkoop van sociale huurwoningen ziet het Sociaal en Cultureel Planbureau ook gunstige effecten in relatie tot de criminaliteit, onveiligheidsbeleving en de tevredenheid van bewoners met de woonomgeving.[40]

Het is voor bewoners en professionals van groot belang dat de overheid zich opstelt als een betrouwbare partner. Ambtenaren en bestuurders dienen langdurig betrokken te zijn bij de samenlevingsopbouw in de wijk en niet elke paar jaar te wisselen. Ze moeten niet alleen oog hebben voor vastgoed, maar ook voor het sociaal weefsel in de wijk. De vaste wijkprofessionals dienen niet afhankelijk te zijn van losse projectsubsidies en voldoende tijd te krijgen om te investeren in de relatie met kwetsbare mensen.

Van burgers kan de gemeente niet verwachten dat ze professionele businessplannen schrijven als ze sociale initiatieven willen nemen. Het beroep op de eigen verantwoordelijkheid moet gebaseerd zijn op realistische vooronderstellingen over gedrag van mensen in kwetsbare leefomstandigheden.[41] Of om met de stukadoors te spreken: kom uit het gemeentehuis en kijk in de praktijk wat er nodig is.

Den Haag Zuidwest zal het Haagse gemiddelde niet snel gaan benaderen. Net zo min als Tilburg Noord zo wordt als Tilburg of Utrecht Overvecht wordt zoals Utrecht. Maar met goede voorzieningen, professionele netwerken en betrokken vrijwilligers kunnen deze kwetsbare wijken wel meer mensen aan zich binden. De wijkwethouder staat voor de opgave om bij het verder ontwikkelen en uitvoeren van de meerjarenplannen samen te werken met de vrijwilligers en professionals uit de wijk en het eigenaarschap van bewoners te versterken. Ze kunnen daarbij alle steun van de rijksoverheid gebruiken.

Dank gaat uit naar alle mensen die een bijdrage hebben geleverd aan de reportage door openhartig te spreken tijdens de werkbezoeken van de gemeenteraadsleden van de PvdA Den Haag. In het bijzonder gaat dank uit naar Chantal Linnemann, Martijn Balster, Hans van Daal, Janneke Holman en Mikal Tseggai van de PvdA Den Haag voor hun hulp, observaties en commentaar.

Noten

  1. Kompagnie, A. (2019, 24 april). ‘Bewoners Den Haag Zuidwest voelen zich vergeten en proberen de wijk te verlaten’. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/den-haag/bewoners-den-haag-zuidwest-voelen-zich-vergeten-en-proberen-de-wijk-te-verlaten~a43e3eca/
  2. Op basis van een verslag van Chantal Linnemann
  3. Derks, B. (2018, 17 oktober) ‘Den Haag Zuidwest snakt naar aandacht. En een paar miljoen euro.’ De Volkskrant, Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/den-haag-zuidwest-snakt-naar-aandacht-en-een-paar-miljoen-euro~bf2b4022/
  4. Baron, R. (2018, 15 januari). Naar een ongedeelde stad. Geraadpleegd van https://www.platformstad.nl/ongedeelde-stad-anno-2018/
  5. Gemeente Den Haag. (2019). Startdocument Regiodeal Den Haag Zuid-West. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7348270/1/RIS301876_bijlage_1_Startdocument_Regiodeal_Den_Haag_Zuid-West
  6. Zie ook: Daal Warries Architecten. (2016). Escamp 2040, Escampologisch dichterbij Den Haag. Geraadpleegd van http://www.daalwarriesarchitecten.nl/escamp-2040-escampologisch-dichterbij-den-haag-2/
  7. Kompagnie, A. (2019, 24 april). ‘Bewoners Den Haag Zuidwest voelen zich vergeten en proberen de wijk te verlaten’. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/den-haag/bewoners-den-haag-zuidwest-voelen-zich-vergeten-en-proberen-de-wijk-te-verlaten~a43e3eca/
  8. Gemeente Den Haag. (2015). Onderzoek naar bestedingen en effecten van het krachtwijkenbeleid 2008-2014. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/overige_bestuurlijke_stukken/68837
  9. König, E. (2019, 11 oktober). ‘Vestia komt 180 miljoen te kort voor volkshuisvesting’. NRC Handelsblad. Geraadpleegd van: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/10/11/vestia-komt-180-miljoen-te-kort-voor-volkshuisvesting-a3976415
  10. Kompagnie, A. (2019, 24 april). ‘Bewoners Den Haag Zuidwest voelen zich vergeten en proberen de wijk te verlaten’. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/den-haag/bewoners-den-haag-zuidwest-voelen-zich-vergeten-en-proberen-de-wijk-te-verlaten~a43e3eca/
  11. Ibid.
  12. Bokhorst, M. (2018). Van Bezuidenhout tot Bouwlust. Socialisme & Democratie75(2). Geraadpleegd van https://www.wbs.nl/publicaties/van-bezuidenhout-tot-bouwlust
  13. Coalitie Gemeente Den Haag. (2019). Samen voor de stad Coalitietakkoord 2019-2022. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8273586/1/Bijlage_Samen_voor_de_stad_coalitieakkoord_2019_2022
  14. Rusinovic, K., et al. (2020). Berichten uit een stille stad. De maatschappelijke impact van COVID-19 in Den Haag. p. 33. Geraadpleegd van https://www.dehaagsehogeschool.nl/docs/default-source/documenten-onderzoek/expertisecentra/governance-of-urban-transitions/rapport-berichten-uit-een-stille-stad-def.pdf
  15. Wijkrapport krachtwijk Zuidwest demografie. Geraadpleegd van https://denhaag.incijfers.nl/jive
  16. Gemeente Den Haag. (2019). Verkenning Den Haag Zuidwest, p. 8. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7638235/1
  17. Lammerding, E. (2018, 4 juni). Steeds meer Polen in Escamp: Pierogi eten op de Leyweg. Geraadpleegd van https://www.denhaagcentraal.net/citylight/lifestyle/steeds-meer-polen-in-escamp-pierogi-eten-op-de-leyweg/
  18. Gemeente Den Haag. (2011). Gezondheid in de krachtwijken. Gezonde wijkenanalyse Haagse Krachtwijken. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/3328259/1/RIS180644a
  19. Informatie Wijk 36 Moerwijk. (z.d.). Geraadpleegd van https://allecijfers.nl/wijk/wijk-36-moerwijk-den-haag/
  20. Gemeente Den Haag. (2019). Startdocument Regiodeal Den Haag Zuid-West. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7348270/1/RIS301876_bijlage_1_Startdocument_Regiodeal_Den_Haag_Zuid-West
  21. Ibid.
  22. Gemeente Den Haag. (2019). Verkenningen en vervolgstappen Den Haag Zuidwest. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/modules/13/Overige%20bestuurlijke%20stukken/512655
  23. Gemeente Den Haag. (2019). Verkenning Den Haag Zuidwest, p. 11. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7638235/1
  24. Kraaijeveld, M. (2019, 23 mei). Den Haag Zuidwest gaat ingrijpend op de schop: 10.000 betaalbare huizen erbij, géén hoogbouw. Algemeen Dagblad. Geraadpleegd van https://www.ad.nl/den-haag/den-haag-zuidwest-gaat-ingrijpend-op-de-schop-10-000-betaalbare-huizen-erbij-geen-hoogbouw~a2addff3/
  25. Coalitie Gemeente Den Haag. (2019). Samen voor de stad Coalitietakkoord 2019-2022. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/8273586/1/Bijlage_Samen_voor_de_stad_coalitieakkoord_2019_2022
  26. Gemeente Den Haag. (2020, 19 februari). Moerwijk-Oost in ontwikkeling: verbeteren van de wijk. Geraadpleegd van https://www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/wonen-en-bouwen/moerwijk-oost-in-ontwikkeling-verbeteren-van-de-wijk.htm#
  27. Paragraaf op basis van een verslag van Chantal Linnemann.
  28. De Kinderwinkel Den Haag. Knooppunt Kerken en Armoede. Geraadpleegd van https://www.knooppuntkerkenenarmoede.nl/de-kinderwinkel-den-haag/
  29. Heimgartner, R. (2019, 5 februari). Wethouder de Mos: “Sportkwartier moet Escamp weer aan het bewegen krijgen”. Geraadpleegd van https://denhaagfm.nl/2019/02/05/wethouder-de-mos-sportkwartier-moet-escamp-weer-aan-het-bewegen-krijgen/
  30. Op basis van een verslag van Martijn Balster.
  31. De Haagse Hogeschool. (2019). De weekendschool als motor voor sociale mobiliteit? Geraadpleegd van https://www.dehaagsehogeschool.nl/docs/default-source/documenten-onderzoek/lectoraten/public-governance/schilderswijk-escamp-university.pdf
  32. Baron, R. (2019, 7 september). Den Haag Zuidwest. Bijeenkomst PvdA Den Haag [Presentatieslides].
  33. Gemeente Den Haag. (2019). Startdocument Regiodeal Den Haag Zuid-West. Geraadpleegd van https://denhaag.raadsinformatie.nl/document/7348270/1/RIS301876_bijlage_1_Startdocument_Regiodeal_Den_Haag_Zuid-West
  34. Ministerie van Algemene Zaken. (2019, 13 juni). Kamerbrief woondeal zuidelijke Randstad. Geraadpleegd van https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2019/06/13/kamerbrief-woondeal-zuidelijke-randstad
  35. van der Lans, J. (2019, 12 september). Het gelijk van Vogelaar. Geraadpleegd van https://www.socialevraagstukken.nl/het-gelijk-van-vogelaar/
  36. Rosenberg, H. (2020, 15 mei). Interview met wethouder Martijn Balster over problemen in de huursector. Geraadpleegd van https://www.denhaagcentraal.net/nieuws/economie/wethouder-martijn-balster-over-huursector-aanpak-woningnood-vergt-meer-sturing/
  37. Baron, R. (2018, 15 januari). Naar een ongedeelde stad. Geraadpleegd van https://www.platformstad.nl/ongedeelde-stad-anno-2018/
  38. Custers, G., & Glas, I. (2019). Vier adviezen voor een leefbare stad. Socialisme & Democratie76(6). Geraadpleegd van https://www.wbs.nl/publicaties/vier-adviezen-voor-een-leefbare-stad
  39. Zie ook: https://www.adriduivesteijn.nl/category/publicaties/
  40. Wittebrood, K., Permentier, M., & Pinkster, F. (2011). Wonen, wijken & interventies: krachtwijkenbeleid in perspectief. Den Haag: SCP. 
  41. WRR. (2017). Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid. Geraadpleegd van https://www.wrr.nl/publicaties/rapporten/2017/04/24/weten-is-nog-geen-doen

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2019)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Klara Boonstra, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Wiljan Linders [eindredactie]

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl