In 2012 had de PvdA haar zaakjes goed op orde, en GroenLinks niet. In 2017 waren de rollen omgedraaid. Niet alleen de inhoud doet ertoe bij verkiezingen, maar zeker ook de vorm, en onderschat ook de rol van toevalligheden niet.

In 2012 haalde GroenLinks de slechtste verkiezingsuitslag in haar geschiedenis: 2,3% van de stemmen. Dankzij een lijstverbinding met grote broers PvdA en de SP werden dit 4 zetels. Vijf jaar later haalde GroenLinks het beste verkiezingsresultaat uit de geschiedenis: 9,1% van de stemmen, 14 zetels. Daarmee is GroenLinks de grootste partij op links. Wat is erin de tussentijd gebeurd? 

Zoals alle partijen na een verkiezingsverlies doen, werd er in 2012 een evaluatiecommissie ingesteld door het partijbestuur. Deze stond onder leiding van oud-Europarlementariër Nel van Dijk. De diagnose van de verkiezingsuitslag was mede gebaseerd op kiezersonderzoek dat ik voor de commissie heb uitgevoerd (Van Dijk e.a. 2013). In dit onderzoek stonden vijf conclusies centraal (Otjes 2013). De belangrijkste conclusie was dat kiezers steeds meer tussen partijen wisselen. De uitslag maakte duidelijk wat politicologen al een tijd stellen: partijen hebben geen vaste achterban meer. Zoals Kees Aarts (2017, p.37) stelt: ‘Nederlandse kiezers (…) [zijn] echt gaan kiezen, in plaats van de partij trouw te blijven waar ze volgens hun sociale achtergrond bij horen.’ 

De stelling dat partijen een vaste achterban hebben of dat resultaten uit het verleden een goede voorspelling zijn voor toekomstige resultaten, is voorbij. Voor GroenLinks – een partij met hoger opgeleide, kritische kiezers – geldt dat van verkiezing tot verkiezing maar ongeveer de helft van de kiezers loyaal blijft. Uit onderzoek van Tom van der Meer en collega’s blijkt dat kiezers wel binnen bepaalde blokken blijven. Voor linkse kiezers is er een links blok. 

Ter illustratie: in 2010 haalde de centrumlinkse partijen (PvdA, GroenLinks, SP, D66 en de PvdD) 68 zetels. In 2012 waren dat er 71. Ondanks de grote wisselingen in de uitslag tussen partijen, was de uitslag van de blokken relatief stabiel. Overigens ook in 2017 zien we dit terug. De vijf centrum-linkse partijen samen met DENK gingen van 71 zetels terug naar 64. Zoals De Lange (2017) laat zien, hebben met name andere linkse partijen voordeel gehad van de implosie van de PvdA. 

GroenLinks leerde de les dat partijen geen vast electoraat meer hebben op een harde manier toen de kiezers die iedere verkiezing in grote getalen tussen GroenLinks en de PvdA heen en weer gingen, in 2012 maar één richting gingen: weg van GroenLinks en naar de PvdA. De belangrijkste reden dat mensen in 2012 niet op GroenLinks stemden, had niets te maken met de inhoud maar met de interne onrust. De chaotisch verlopen lijsttrekkersstrijd tussen de zittende fractievoorzitter Jolande Sap en haar uitdager Tofik Dibi had de partij veel schade aangedaan. Bovendien oefende de PvdA een enorme aantrekkingskracht op potentiële GroenLinks-kiezers uit omdat Samsom in een strijd om het Torentje verwikkeld was met de Rutte. 

Pas na deze factoren, die met name te maken hebben met het vertrouwen in GroenLinks, kwamen inhoudelijke overwegingen. In de eerste plaats vonden voormalige GroenLinkskiezers de koers van GroenLinks onvoldoende herkenbaar en te pragmatisch, zeker waar het sociaaleconomische onderwerpen betrof. In Vrijheid eerlijk delen (2005) had Femke Halsema samen met Ineke van Gent een nieuwe sociaaleconomische agenda voor GroenLinks geïntroduceerd. Van al die voorstellen waren met name het versoepelen van het ontslagrecht of het verkorten va de WW opvallend omdat GroenLinks zich hiermee dichter bij de VVD en D66 positioneerde dan in de buurt van de SP. Later omarmde GroenLinks ook het verhogen van de AOW-leeftijd en verhogen van eigen betalingen in de zorg, waarmee ze zich op hetzelfde ‘hervormingsgezinde’ speelveld begaf. Daarnaast was de steun van GroenLinks aan de politiemissie in Kunduz, Afghanistan, een punt van ergernis voor mensen die geen GroenLinks meer stemden. Het enige onderwerp waar GroenLinks wel herkend werd, was het klimaat. 

Toen Jolande Sap één maand na de verkiezingen de Tweede Kamer verliet, was de ruimte vrij om de partij opnieuw op te bouwen. De eerste twee jaar gebeurde dit onder het leiderschap van Bram van Ojik als fractievoorzitter, Rik Grashoff als partijvoorzitter, en Wijnand Duyvendak als campagneleider. De belangrijkste inzet was om het vertrouwen in GroenLinks te vergroten. Lang bleven associaties met de chaotische leiderschapsverkiezing, het rommelige vertrek van Sap aan de partij kleven.

Ondertussen werden er partijbrede discussies georganiseerd rondom de inhoudelijke thema’s die een splijtzwam waren geweest: militaire interventies en de toekomst van de verzorgingsstaat. In de partijbrede discussie over militaire interventies werden de principes die GroenLinks al jarenlang hanteerde over de inzet van militaire middelen vastgelegd (Van Ree 2014). De discussie over sociaaleconomische onderwerpen begon in 2013 toen Bram van Ojik (2013) een essay uitbracht over de werk en inkomen. Van Ojik (2013, p.33) schreef hierin dat hij in een tijd van groeiende werkeloosheid ‘[…] een verschraling van de WW-duur niet voor [zijn] rekening [kon] nemen. […] Hetzelfde geldt voor het ontslagrecht. Werknemers hebben nu behoefte aan rust en duidelijkheid.’ Met het oog op de veranderde sociaaleconomische werkelijkheid, koos GroenLinks voor een meer traditionele linkse koers. Dit werd bevestigd met een tweede partijbrede discussie over de arbeidsmarkt (Lohfink 2015).

Ondertussen profileerden ook andere Tweede Kamerleden, in het bijzonder Jesse Klaver, zich op sociaaleconomische onderwerpen. Hij haalde de stereconoom Thomas Piketty naar de Tweede Kamer en zette vermogensongelijkheid en belastingontwijking op de agenda van de Tweede Kamer. Hij pleitte voor ‘nieuwe nivelleringspolitiek’ (Klaver 2014). In mei 2015 werd Klaver partijleider. Hij koos voor een scherp sociaaleconomisch profiel door zich af te zetten tegen het economisme (Klaver 2015). Met Klaver had GroenLinks bovendien een leider die de branie had om het leiderschap op links op te eisen. 

Hiermee had GroenLinks aan de belangrijkste voorwaarden voldaan om bij de verkiezingen kiezers te overtuigen om op GroenLinks te stemmen. Het beeld van de partij in chaos was vervangen door het beeld van een idealistische partij met een jonge ambitieuze leider. De onduidelijke hervormingsgezinde koers werd vervangen door een herkenbaar linkse koers. GroenLinks was in de ogen van kiezers meer dan alleen een groene partij. Het is ook de partij die vooroploopt waar het gaat om eerlijk delen. Wijnand Duyvendak en Sybren Kooistra zetten een ijzersterke campagneorganisatie op, met als doel om de verkiezingen te winnen. Een vernieuwende campagne op sociale media zorgde ervoor dat ook de jonge kiezers die niet meer de traditionele media volgen, de boodschap van GroenLinks binnen kregen. Het was nu zelfs Klaver die zich als kandidaat-premier van links positioneerde.

Het resultaat was 10 zetels winst, een ongekende uitslag voor GroenLinks. Voor sommige analisten viel de uitslag van GroenLinks zelfs wat tegen, gegeven de enorme terugval van de PvdA. De belangrijkste reden hiervoor is dat GroenLinks een zeer uitgesproken progressief profiel heeft op de zogenaamde nieuwe culturele vraagstukken als islam, de integratie van migranten, immigratie, Europese integratie en veiligheid. Hiermee is GroenLinks voor een groot deel van electoraat, ook van voormalige PvdA-stemmers, geen optie (De Lange 2017, Otjes & Krouwel 2015). Een sterk inhoudelijke profiel kan een partij ook zeer beperken in welke kiezersgroepen zij kan aanspreken, zeker als de partij op deze thema’s tegen de maatschappelijke stroom in zwemt. 

Welke lessen kan de Partij van de Arbeid leren van GroenLinks? Ten eerste, het besef dat geen enkele (seculiere) partij in Nederland een vast electoraat heeft die altijd op haar stemt. Dat betekent dat iedere partij bij iedere verkiezing haar best moet doen kiezers op haar te laten stemmen. Verkiezingsuitslagen zullen steeds volatieler worden: partijen kunnen in korte tijd groot groeien (zoals de PvdA in 2012 en GroenLinks in 2017) en hard vallen zoals (GroenLinks in 2012 en de PvdA in 2017). 

Ten tweede, dat de redenen waarom mensen uiteindelijk wel of niet een partij stemmen niet in de eerste plaats gaat om inhoud. In de keuze tussen GroenLinks en de PvdA, bijvoorbeeld, die programmatisch dicht bij elkaar staan, spelen inhoudelijke overwegingen maar beperkt een rol: GroenLinks verloor in 2012 in de eerste plaats vanwege een chaotisch verlopen lijsttrekkersstrijd en vanwege de aantrekkingskracht van de PvdA als potentiële regeringspartij. Abstracter gesteld: of een partij sterk genoeg is om verantwoordelijkheid te dragen en hoe een partij met in hen gestelde vertrouwen omgaat, zijn des te belangrijker. Om wisselingen van kiezers tussen partijen te verklaren, speelt inhoud een minder grote rol; immers kiezers wisselen tussen partijen die inhoudelijk dichtbij elkaar staan. De opdracht voor de PvdA is om dat vertrouwen te herwinnen en zich vanuit dat opzicht te herbezinnen op haar koers.

Literatuur

De Lange, S. (2017), ‘Waarom oude witte mannen niet genoeg zijn en een volksbeweging nodig is, in: S&D 2017/2.

Halsema, F. & I. Van Gent (2005), Vrijheid Eerlijk Delen. Vrijzinnige voorstellen voor sociale politiek, Den Haag: GroenLinks.

Klaver, J. (2014), Nieuwe Nivelleringspolitiek, Den Haag: GroenLinks.

Klaver, J. (2015), De Mythe van Economisme. Pleidooi voor nieuw idealisme, Amsterdam:  Bezige Bij.

Lohfink, A. (red.) (2015), Werken in de 21e eeuw. Partijbrede Discussie GroenLinks, voorjaar 2015, Utrecht: GroenLinks.

Otjes, S. (2013), ‘Van 10 naar 4. De redenen voor het verlies van GroenLinks in 2012’, Appendix van evaluatierapport Terug naar de Toekomst. Utrecht: GroenLinks.

Otjes, S. (2015), ‘Hervormen en Herverdelen. Is de linksrechtslijn de enige conflictlijn op het sociaaleconomisch terrein?’, Res Publica, 57(2)

Otjes, S. & A. Krouwel (2015), ‘Two shades of Green? The electorates of GreenLeft and the Party for the Animals’, Environmental Politics 24(6).

Van der Meer, E. van Elsas, R. Lubbe & W. van der Brug, ‘Kieskeurige kiezers: een onderzoek naar de veranderlijkheid van Nederlandse kiezers, 20062010’.

Van Dijk, N. en anderen (2013), Terug naar de Toekomst, Utrecht: GroenLinks.

Van Ree, T. (red.) (2014), Vrede, daar blijf je aan werken. Groen
Links en militaire interventies. Partijbrede discussie 2014, Utrecht: GroenLinks.

Van Ojik, B. (2013), Kiezen om te delen. Een verzorgingsstaat die werkt, Den Haag: GroenLinks.

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2018)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Klara Boonstra, Menno Hurenkamp, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Wiljan Linders [eindredactie] en Reinier Tromp

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl