Camiel Hamans en Jan Marinus Wiersma schrijven voor de WBS een maandelijks blog over de Europese Unie en buitenlandse politiek. De auteurs duiden actuele politieke ontwikkeling aan de hand van de historische context en gaan tevens op zoek naar de raakvlakken met de sociaal-democratie. Zij putten daarbij uit hun politieke ervaring in onder andere Midden- en Oost-Europa en bij de Europese Unie. 

Door: Jan Marinus Wiersma en Camiel Hamans
Research fellow bij de WBS en Senior Associate Fellow bij Clingendael; Oud-directeur van de Anne Vondeling Stichting

Van Amsterdam naar Warschau is precies twee keer de afstand van Amsterdam naar Berlijn. Toch is het verschil in politiek klimaat aanzienlijk meer dan de dubbele fysieke afstand. Waar Duitsland nu gezien wordt als een van de meest stabiele democratieën van de EU, lijkt er geen grens aan de afbraak van de rechtsstaat in Polen. Nu weer de farce van de presidentsverkiezingen. Die stonden op de rol voor zondag 10 mei. Er leek geen vuiltje aan de lucht voor de zittende president Andrzej Duda, voormalig backbencher in het Europees Parlement. Duda, lid van de regerende Prawo i Sprawiedliwość, PiS kortheidshalve, Recht en Rechtvaardigheid in rond Nederlands. Hij stond een straatlengte voor op zijn tegenkandidaten in de polls. Maar toen ineens kwam er Corona. Polen ging op slot en het leek erop dat, net als elders, de verkiezing een aantal maanden uitgesteld zou moeten worden.

Pensioen

En dat kon wel eens gevaarlijk worden, bedacht PiS-leider Jarosław Kaczyński, want als de economie ineen zou storten, was het niet uitgesloten dat de Poolse kiezer boos zou worden en de economische neergang zou wijten aan PiS. ‘Recht en Rechtvaardigheid’, een nationalistisch, cultureel uiterst rechtse partij met veel binding met het meest bigotte deel van de Poolse Rooms-Katholieke kerk, had immers de vrijwel absolute macht weten te verkrijgen in 2015 met een programma dat sociaal-economisch links is: hogere pensioenen, een lagere pensioenleeftijd, een immense verhoging van de kinderbijslag en optrekken van het minimumloon.

Kaczyński, toen premier en nu formeel slechts een onbetekend lid van de Sejm, de Poolse Tweede Kamer, had in 2007 al eens verkiezingen verloren. Dat zou hem niet opnieuw gebeuren, had hij zichzelf, zijn partij en zijn kiezers beloofd, toen hij in 2015 de liberalen van Donald Tusk had weten te verslaan. En dus werd er in de zaterdagnacht dat het parlement bijeengeroepen was om de economische steunmaatregelen die nodig waren om de Coronacrisis te beteugelen, tegen drie uur ’s ochtends ineens een wetje tussen de overige voorstellen gemoffeld dat een presidentsverkiezing per brief mogelijk maakte.

Uitvoerende macht

Dat tekent Kaczyński, die zoals dat in Polen heet het land ‘vanaf de achterbank’ bestuurt. Hij wil hoe dan ook voorkomen dat zijn tegenstanders - in zijn ogen vijanden en verraders van de Poolse natie - ooit nog weer het roer kunnen overnemen. Welke schimmige tactieken hij daar ook voor moet gebruiken. Helaas voor hem heeft hij anders dan zijn Hongaarse collega geen tweederde meerderheid, dus de grondwet kan hij niet veranderen, maar via allerlei slinkse maatregelen – het verlagen van pensioenleeftijd voor rechters, het plaatsen van een volgzaam bestuursorgaan boven een onwelgevallige museumdirecteur, het ontslaan vanwege futiliteiten van tegenstanders, het instellen van disciplinaire juridische kamers etc. -  is het hem in een paar jaar tijd gelukt de rechterlijke macht ondergeschikt te maken aan de uitvoerende, waar PiS vazallen op essentiële posten heeft benoemd, de publieke omroep tot propaganda-instrument om te bouwen, het recht op demonstratie in te perken, de kieswet zo te veranderen dat de districtsgrenzen zo getrokken worden dat zijn kandidaten meer kans hebben, een variant op het Amerikaanse Gerrymandering, etc. De scheiding der machten is in Polen zo goed als opgeheven en alles is ondergeschikt gemaakt aan PiS.

Slachtoffers

Waarom? Omdat Kaczyński oprecht gelooft dat hij Polen moet redden. Van nieuwe bezetters en van de morele ondergang. Polen is in zijn ogen, en in die van veel van zijn landgenoten, een natie van slachtoffers. In 1672 heeft de Poolse koning Jan III Sobieski de Turken bij Wenen verslagen en zo Europa gered. Polen kreeg stank voor dank. In 1772 verdeelden de toenmalige grootmachten Polen onder elkaar. En er was geen onafhankelijk Polen meer tot 1918. Twee jaar later hield de grote Poolse generaal, en latere half dictator, Jozef Pilsudski de rode Russische hordes die op weg waren naar Berlijn tegen bij de Slag om Warschau. Wederom kregen de Polen stank voor dank. Want in 1939 verdeelden Hitler en Stalin Polen onder elkaar. In 1945 gaven Roosevelt en Churchill in Jalta Polen weg aan de Sovjet Unie en dat terwijl er hele Poolse brigades meevochten aan de geallieerde kant. Het Brabantse Breda is bijvoorbeeld bevrijd door de Polen.

Kolonialisme

Polen, een land met een roemrucht verleden dat teruggaat op het Pools-Litouwse Gemenebest dat rond 1600 reikte van de Oostzee tot de Zwarte Zee, is volgens de nationalisten altijd het slachtoffer van de geschiedenis geweest. En nu weer. Eindelijk wist het land zichzelf in 1989 te bevrijden en nu komt daar Brussel en die Polen regels op komt leggen. Wat nog meer telt: een derde van de werkenden Polen is in dienst van een bedrijf waarvan het hoofdkantoor gevestigd is in West-Europa of de Verenigde Staten. De winsten gaan dus daarheen. Als dat geen nieuw kolonialisme is. De vorige regeringen hebben in de ogen van PiS gecollaboreerd met de nieuwe bezetter. De eerste minister van Financiën na de communisten, Leszek Balczerowicz, was een voorstander van de shocktherapie: liberaliseer alles en laat de markt zijn werk doen. Zijn linkse opvolgers weken niet essentieel af van dat recept, want zij volgden het recept dat linkse Derde Weggers, zoals Blair, Schröder en Kok, hadden uitgewerkt. De consequenties voor de zwakkeren in de samenleving werden aan de kerk en de caritas overgelaten.

Het recept van Balczerowicz heeft in zijn algemeenheid gewerkt. De Poolse economie is in 25 jaar verzevenvoudigd. Het BNP groeit jaarlijks nog steeds met minstens 4% – nu door de Corona wordt dat minder, maar de Poolse achteruitgang wordt door internationale organisaties geschat op zo'n 4%, terwijl Nederland wellicht op -7,5% zal uitkomen. En ook de inkomensongelijkheid is volgens dezelfde clubs minder sterk gestegen dan elders. Toch bleek bij de verkiezingen van 2015 dat er grote onvrede leefde over het liberale beleid van Tusk. Ook de zwakkeren zijn er wel op vooruit gegaan, maar het blijft sappelen voor die groep. Plus dat het verschil in inkomen en welvaart met West-Europa nog aanzienlijk is. Een hoogleraar verdient maximaal een kleine duizend euro bruto in de maand, terwijl hij aan de benzinepomp vrijwel hetzelfde betaalt als zijn Nederlandse collega.  Het is dan ook niet voor niks dat twee miljoen van de in totaal 39 miljoen Polen in het buitenland werken.

Links

Kaczyński heeft die onvrede goed aangevoeld en heeft à la Wilders zijn vroegere rechtse programma met linkse sociale maatregelen geflankeerd. En tegen het rechtse identiteitsdeel van zijn programma heeft een fors deel van de Poolse bevolking geen bezwaar. Ze voelen zich immers al jaren slachtoffer. Kaczyński’s kreet ‘niet langer op de knieën’ raakt een snaar en moet je nu echt je nek uitsteken voor een stelletje 'nichten en potten'? Moet het nu allemaal wel zo modern en wild? Kaczyński zegt het hardop: Polen is geen land voor twee mama’s of twee papa’s. Zijn minister van buitenlandse zaken varieerde daarop in een anti-Brusselse toespraak en vroeg zich a of Polen echt een land moest worden voor alleen fietsers en vegetariërs?

Wat stelt links hier tegenover? Vrijwel niets. Links speelt nauwelijks nog een rol in Polen. Na de val van de communisten heeft een deel van het partijkader op tijd zijn jasje weten te keren. West-Europese sociaal-democraten hadden soms wel enige twijfel bij de oprechtheid van deze politieke opportunisten, maar zijn bij gebrek aan beter toch met ze in zee gegaan. Ten onrechte zoals al vrij snel bleek. Een behoorlijk deel van deze lieden en hun jongere volgers was meer geïnteresseerd in de geneugten die de macht aankleven, dan in serieus beleid. We herinneren ons een gezamenlijk congres in Gdańsk waar de delegatieleider van de Poolse sociaal-democraten alleen in badjas op weg naar de sauna werd gezien of in de bar met een Chivas Regal. Zelfs de immense verkiezingsnederlaag in 2007, waarbij de restanten van links weggevaagd werden, leidde niet tot zelfonderzoek. We waren voor overleg in Warschau en ontmoetten de nieuwe buitenland-secretaris. Hij had helaas weinig tijd. Dus combineerden we het overleg met een diner. Onze Poolse gesprekspartner mocht het restaurant bepalen. De rekening was voor ons. Het werd ongeveer de duurste plek van Warschau en de meeste tijd van de bijeenkomst ging helaas verloren aan het bestuderen van de wijnkaart door de jeugdige internationaal secretaris. Intussen hebben jongere linkse enthousiastelingen wel begrepen dat ze zich van dit soort uitvreters moeten ontdoen, maar het electoraat is de geur van zelfbevoordeling die rond dit type politici hing nog niet vergeten en daarom zal het de Poolse sociaaldemocratie nog veel tijd en energie kosten om een alternatief te bieden.

Non-interventie

En dan is het misschien te laat. Kaczyński en PiS zijn namelijk zo slinks en handig bezig het land naar hun hand te zetten, dat er tegen de tijd dat links weer een stem kan opzetten voldoende wetten en bezwaren in de weg zullen staan om ooit nog aan de macht te komen. Dus moet de hulp van buiten komen, maar op een wijze die niet als bevoogdend gezien kan worden. Dus: bouwen op uitspraken van het Europese Hof in Luxemburg, algemeen geaccepteerde voorwaarden verbinden aan steun – en vervolgens die voorwaarden ook toepassen op het eigen land -  Poolse gerechtelijke uitspraken tegen het licht houden en als die niet tot stand gekomen zijn op een wijze die acceptabel is, die niet erkennen in Nederland en de rest van de EU en een algemeen Europees monitorsysteem voor rechtsstatelijkheid instellen. Dus weg met het non-interventiebeginsel dat zegt dat we ons niet mogen bemoeien met de binnenlandse aangelegenheden van een collega-EU-lidstaat. Als Europa claimt een waardegemeenschap te zijn, dan moeten we die waarden handhaven. In Nederland, in Polen en in de hele EU.

 

Meer blogs in de serie De Achterkant van Europa leest u hier.