Begin deze maand stelde minister Slob € 460 mln extra beschikbaar voor het onderwijs. Terecht. Een behoorlijk salaris is niet alleen nodig omdat leerkrachten dat verdienen, maar ook voor de aantrekkingskracht van het beroep. Daarmee is de rust in het onderwijsveld nog niet teruggekeerd. In januari volgen nieuwe stakingen voor structureel hogere lonen en verlaging van de werkdruk. Of die stakingen het gewenste resultaat zullen opleveren moet nog worden afgewacht, maar Slob lijkt in ieder geval het probleem te zien en is bereid tot een gesprek.

In schril contrast hiermee staat de reactie van kabinetsgenoot Bruins. De gesprekken tussen de vakbonden en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) liggen al maanden stil. De verpleegkundigen vragen een loonsverhoging van 5%, de NVZ zegt met een beetje schuiven een kleine 4% te kunnen bieden. In de praktijk resteert een gat van € 200 mln. De voorzitter van de NVZ, Ad Melkert, deed een beroep op het kabinet om dit gat te dichten.

Minister Bruins liet onmiddellijk weten dat de ziekenhuizen dit extra geld kunnen vergeten. Maar hij ging nog een stap verder. Hij vond het 'niet passend' om dit soort discussies te voeren 'over de rug van patiënten of medewerkers'. Tegelijkertijd weet Bruins dat de ziekenhuizen met handen en voeten gebonden zijn aan het zogenoemde hoofdlijnenakkoord: de afspraken die het ministerie van VWS, de zorgverzekeraars en de zorgaanbieders maken over de maximaal toegestane groei van de zorgkosten.

Hoewel verwacht wordt dat de zorgvraag de komende vier jaar met 10% zal stijgen, mogen de kosten van ziekenhuizen met niet méér dan 1,7% stijgen en staan ze vanaf 2022 zelfs op de nullijn. Als de minister zegt dat hij het niet passend vindt als de werkgevers dit soort discussies voeren, zegt hij eigenlijk dat de werkgevers niet mogen opkomen voor de gerechtvaardigde belangen van hun personeel. Dat is wrang. Verpleegkundigen worden lager betaald dan leerkrachten en vragen nog niet de helft van het bedrag dat naar onderwijs gaat. En om ieder misverstand uit te sluiten: dat geld gaat terecht naar het onderwijs.

Wat de minister wel doet? Hij stelt een verkenner aan die moet kijken of hij de onderhandelingen weer vlot kan trekken. (Verkenners schijnen de nieuwste methode van VWS te zijn om de eigen verantwoordelijkheid af te schuiven. Bij de sluiting van de IJsselmeerziekenhuizen werd ook een verkenner aangesteld om te bekijken of de Spoedeisende Hulp en acute geboortezorg behouden zouden kunnen blijven. Het resultaat is bekend: niet dus.) En het ministerie heeft reclamespotjes laten maken: Ik zorg. Onveranderlijke strekking van die spotjes is dat degene die de zorg ontvangt zo dankbaar is en dat de zorgverlener daar zo blij van wordt. 'Daar doe je het voor.' 

Ja, inderdaad, het leeuwendeel van de zorgverleners heeft wat ze zelf een ‘zorghart’ noemen. Maar als ik iets 'niet passend' zou moeten noemen dan is het om schaamteloos misbruik te maken van dat zorghart.    

Vorige week woensdag draaiden veel ziekenhuizen ‘zondagsdiensten’. Spoed, kinderafdelingen en kankerbehandelingen gingen gewoon door, niet dringende ingrepen en consulten werden uitgesteld. In alle commentaren - van ziekenhuisbestuurders, maar met name van het publiek - was er niet alleen begrip maar ook instemming en steun. Patiënten en hun omgeving zien hoe hard verpleegkundigen werken, dat zij vaak op meerdere plekken tegelijk moeten zijn en te weinig tijd hebben om de aandacht te geven die zij nodig vinden. Voor de meerderheid van de burgers lijkt de gevraagde 5% geen punt te zijn. Alleen, zij gaan er niet over. Degenen die er wel over gaan (VWS, zorgverzekeraars en zorgaanbieders) willen of kunnen de gevraagde loonstijging niet realiseren.   

Afgelopen zaterdag verzuchtte premier Rutte dat de mensen waar zijn kabinet ‘het allemaal voor doet’ dat niet zo ervaren. Wat de verpleegkundigen betreft lijkt me dat niet zo gek. Zijn kabinet zag er geen probleem in om voor te stellen de dividendbelasting van €1,9 miljard af te schaffen, maar vindt € 200 miljoen om verpleegkundigen fatsoenlijk te belonen te veel. Het afschaffen van de dividendbelasting zou goed zijn om gunstiger voorwaarden te scheppen voor bedrijven, zodat zij banen creëren. Voor verpleegkundigen gelden kennelijk andere regels. Gunstigere voorwaarden zijn voor hen niet nodig. Ze hebben al een zorghart.

Er zijn dezer dagen veel boze beroepsgroepen: boeren, leerkrachten, bouwers, noem maar op. Ze hebben allemaal ongetwijfeld een punt. Maar het zou het kabinet sieren als het eens één keer niet zou toegeven aan de groepen met de grootste mond en de meeste hindermacht, maar zou luisteren naar een misschien wel te lieve beroepsgroep met een zeer bescheiden vraag. Al was het maar om te laten zien dat redelijkheid kan lonen.

 

Marijke Linthorst.