De Europese Unie vervreemdt veel burgers van zich met haar handelsbeleid. Bij het tot stand komen van handelsakkoorden als TTIP, CETA en JEFTA wordt geen rekening gehouden met mensen die zich bedreigd voelen door de voortsnellende globalisering. Bovendien worden kwesties die voor veel burgers belangrijk zijn, zoals opwarming van de aarde, migratie en belastingontwijking, genegeerd.

De sociaal-democratie is van oudsher een voorstander van internationalisering. De sociaal-democratische openheid, zowel tegenover mensen als tegenover (economische) vooruitgang, is een overwinning op de beperkingen van verschillende soorten nationalisme. Maar met de nieuwe Europese ‘supraregionale’ handelsovereenkomsten als TTIP (met de Verenigde Staten), CETA (met Canada) of JEFTA (met Japan) kan het geloof in internationalisering en liberalisering weleens tegen de eigen grenzen aanlopen.

In dit artikel wil ik de beoogde sociaal-democratische agenda verkennen ten aanzien van deze nieuwe overeenkomsten. Eerst bespreek ik de redenen waarom zulke nieuwe supra-regionale handelsovereenkomsten die meer openheid en vooruitgang beloven te brengen – juist kunnen leiden tot meer uitsluiting, en wel op ten minste drie manieren. Inhoudelijk plaatsen deze brede akkoorden veel politieke strijdpunten buiten de werkingssfeer van de democratische politiek, naar het domein van het internationaal recht. Institutioneel zetten zij een aantal instanties op die noch vertegenwoordigend zijn, noch democratische verantwoording hoeven af te leggen. Ironisch genoeg zijn de beloofde economische voordelen van de akkoorden tegelijkertijd op z’n best marginaal.1 Om deze redenen betoog ik dat sociaal-democraten de handelsakkoorden zoals ze momenteel door de Europese Unie worden bepleit, moeten verwerpen. 

Betekent dit tevens dat de sociaal-democratie het project van internationalisering maar volledig moet opgeven? Het antwoord is resoluut nee – zij kan noch moet dat doen. Veel processen en ontwikkelingen die zich op internationaal gebied voltrekken (zoals klimaatverandering of migratie) kunnen moeilijk gestopt of gekeerd worden. Internationalisering als project loslaten betekent alle regelgeving voor deze wereldwijde processen overboord gooien, en daar kan de sociaal-democratie toch moeilijk achter staan.

In het tweede deel van dit artikel bespreek ik hoe een nieuwe sociaal-democratische internationaliseringsagenda eruit zou kunnen zien. Het eerste agendapunt dat ik daarvoor aandraag: kijk naar andere vormen van internationalisering naast handelsliberalisering en investeringen (zoals duurzame ontwikkeling). Twee: oefen druk uit om de discussie rond klimaat, migratie, belasting, (economische) ontwikkeling en financiën én die rond internationale handel samen te brengen. En ten derde moet de sociaal-democratie reductionistische neoklassieke verhalen over de kosten van regelgeving bestrijden door ook de positieve kant te tonen – en tegelijk mondiale integratie in een concrete nieuwe context te plaatsen (denk bijvoorbeeld aan gegevensbescherming). 

Kritiek van links en van rechts

De golf ‘supra-regionale handelsovereenkomsten’ van Europa met grote geavanceerde economieën als de Verenigde Staten, Canada of Japan begon in 2013 met het rapport van de zogeheten EU-VS-werkgroep voor werkgelegenheid en investeringen.2 Niet lang daarna begonnen in alle stilte de onderhandelingen over TTIP. Daaruit is inmiddels een brede waaier aan bepalingen voor verdere marktopenstelling en -regulering gerold, evenals regels gericht op het scheppen van nieuwe institutionele kaders (bescherming van investeringen en samenwerking op regelgevingsgebied). De economische beloften waren groot, althans volgens de Europese Commissie,3 en volgens andere commentaren heeft TTIP nog veel meer ambities, tot een ‘economische NAVO’ aan toe.4

Tegelijkertijd roept het project – enigszins verrassend voor de betrokken handelsadepten – veel verzet op. De eerste, nogal luide weerstand kwam van ‘links’ – die bezwaar maakte tegen deze zakelijke staatsgreep in de vorm van geschillenbeslechting tussen investeerders en staten (ISDS) en tegen samenwerking op regelgevingsgebied. Het beeld doemde op van een machtig bedrijfsleven met grote invloed op de agenda.5 Latere kritiek kwam van ‘rechts’, zoals de Trump-regering en tot op zekere hoogte Brexit; groepen die niets zien in de ‘brave new world’ van een kosmopolitisch hightech-samenleving die geen rekening houdt met de mensen die vooral beducht zijn voor de gevaren van globalisering voor hun materiële of morele bestaan. 

De reactie van de Europese Unie op deze weerstand was op z’n best mager. Het antwoord op maatschappelijke protesten van links was het beleidsdocument Handel voor iedereen, bedoeld als aanzet voor een rechtvaardiger en inclusiever handelsbeleid.6 Het document is echter allesbehalve een breuk met de denkwijze die juist tot internationale (handels) verdragen als TTIP heeft geleid. Grondgedachte blijft immers een geloof in de economische voordelen van openstelling en liberalisering van de handel en de centrale rol van particuliere investeringen. Sociale en milieunormen worden opgevat als ‘niet-tarifaire handelsbelemmeringen’ die je kunt wegnemen door samenwerking op het gebied van regelgeving, terwijl hun goede kanten nauwelijks worden opgemerkt. Het beleidsdocument negeert een kwestie als verlegging van het handelsverkeer, bijvoorbeeld in verband met belastingrisico’s en -ontduiking, en ziet de relatie met Afrika door een EU-bril zoals ‘Aid for Trade’ (hulp voor handel) – een beleidslijn die Afrikaanse landen financiële voordelen belooft in ruil voor unilaterale handelsliberalisering.7 

De reactie op Trump, aan de andere kant, is dat Eurocommissaris Malmström zich nog sterker opwerpt als voorvechter van vrije handel.8 Met groot enthousiasme maakt de EU zich op voor nieuwe handelsovereenkomsten als JEFTA en versnelde onderhandelingen met Mexico of MERCOSUR (een douane-unie tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela). Kritische geluiden van links worden
bovendien weggezet als het in de kaart spelen van rechts-populistische retoriek. Europese burgers kunnen kiezen uit twee smaken: Trumpachtig protectionisme of de neoliberale handelsagenda. 

Maar als iets ‘linkse’ en ‘rechtse’ kritiek, hoezeer ook verschillend, bij elkaar brengt, is het wel de aandacht voor de opkomst en neergang van allerlei structurele winnaars en verliezers in de huidige economische wereldorde. De sociaal-democratie moet daar oog voor hebben. 

Er zijn drie belangrijke redenen waarom supra-regionale handelsovereenkomsten niet passen in het streven naar internationalisering waar sociaal-democratische partijen in heel Europa zich sinds jaar en dag hard voor maken. Ze leiden tot verkeerde instituties die eerder democratische én materiële uitsluiting versterken. Met als gevolg meer ongelijkheid en nog meer weerstand tegen internationale integratie.

De handelsovereenkomsten bestrijken een groot aantal onderwerpen – van ambitieuze regels voor de markttoegang, waaronder openbare aanbesteding en technische handelsbelemmeringen, tot fytosanitaire maatregelen. Hieruit volgt dan een regelgevend kader dat het handelsverkeer moet vereenvoudigen: regels en voorschriften op het gebied van concurrentie, intellectuele eigendom, midden- en kleinbedrijf of energie en grondstoffen. Tot slot worden TTIP, CETA en JEFTA opgetuigd met een reeks instituties, bijvoorbeeld voor geschillenbeslechting van investeringen (de beruchte ISDS en het investeringsgerecht), en regelgevende samenwerking – technocratische samenwerkingsvormen tussen regelgevende instanties die niet-tarifaire handelsbelemmeringen waar mogelijk moeten wegnemen.

Als je kijkt naar al die wettelijke bepalingen, is het duidelijk dat ze enerzijds veel marktregulering omvatten en anderzijds betrekking hebben op kwesties die normaal gesproken aan de nationale politiek worden overgelaten. Door deze bepalingen onder internationale overeenkomsten te scharen worden ze grotendeels onttrokken aan democratische controle; politieke compromissen worden bestendigd ten koste van een democratische uitwisseling van standpunten, politieke discussie en de mogelijkheid van elkaar te leren. 

Niet-representatieve instituties

Supra-regionale handelsovereenkomsten scheppen dus ondemocratische, niet-representatieve instituties. Daarnaast brengt bovengenoemde samenwerking op regelgevingsgebied9 een bepaald soort expertise met zich mee. In de opstartfase van de samenwerking worden vooral ‘handelsexperts’ en ‘regelgevingsspecialisten’ ingezet, terwijl andere soorten expertise (milieu-ambtenaren, sociale zaken-experts, et cetera) alleen aan bod komen als een kwestie hen aangaat (en dit ook wordt erkend!).10 Aangezien deze functionarissen aan een zekere beroepsdeformatie lijden,11 dreigt de institutionele oververtegenwoordiging over een breed aantal onderwerpen (letterlijk elke veronderstelde handelsbeperkende regeling kan deel uitmaken van regulerende samenwerking) veel andere normatieve kwesties te overschaduwen. Deze institutionele constructie hangt ook samen met het liberaliseringsdoel van de handelsakkoorden – en welke expertise is dan vanzelfsprekender?12

Ten tweede vergroten de voorgestelde instituties de aanwezigheid van ‘belanghebbenden’ in het regelgevingsproces, zowel nationaal als grensoverschrijdend. En die vertegenwoordiging zou weleens in het voordeel kunnen werken van zakelijk belanghebbenden, die specifieke belangen najagen en die over meer middelen beschikken om aan regelgevingsprocessen deel te nemen. Het maatschappelijk middenveld en niet-georganiseerde belangengroeperingen daarentegen maken om dezelfde redenen van oudsher weinig gebruik van mogelijkheden tot participatie.13 Dit lijkt de opstellers van de akkoorden evenwel geen zorgen te baren.

Een laatste elementaire tekortkoming van de handelsakkoorden is dat burgers, arbeidsorganisaties, ngo’s et cetera bijzonder weinig ‘rechten’ hebben om de bepalingen van een overeenkomst af te dwingen. Eén groep daarentegen lijkt, zelfs buiten het nationale rechtsstelsel om, extra beschermd te moeten worden: investeerders. Waarom blijft tot dusver onduidelijk, hoewel het ontbreken van bescherming nog niet heeft geleid tot minder investeringen tussen de EU en hetzij de VS, Canada of Japan, ’s werelds grootste handelspartners.14

Democratisch tekort

Een derde punt van zorg betreft de democratische impact van de handelsakkoorden. Zoals gezegd hebben ze een enorme reikwijdte en gaan hun onderliggende instituties mank aan velerlei onvolkomenheden. Kunnen nationale democratische instituties de negatieve gevolgen wellicht beperken? Niet zonder problemen.

Allereerst verleggen de akkoorden de besluitvorming van traditionele democratische kanalen naar technocratische kanalen. De instituties lijken te passen in een trend in de richting van bovenstatelijke technocratie – politieke vragen worden ‘technische’ vragen, besluitvorming depolitiseert. Het probleem is alleen dat ‘technische’ vragen uiteindelijk niet apolitiek zijn, dat ze herverdelingseffecten hebben, met winnaars en verliezers. 

Neem alleen al de recente oproep tot ‘regulerende samenwerking’ door het Forum voor samenwerking op regelgevingsgebied, waar bijvoorbeeld ook sanitaire en fytosanitaire maatregelen onder vallen.15 Is de regelgeving inzake pesticiden en chemicaliën een technische zaak waar regelgevende instanties opnieuw over zouden moeten kunnen onderhandelen? Die positie is nauwelijks houdbaar als je bedenkt dat deze regelgeving nauw verweven is met grondwettelijke beginselen en waarden (het voorzorgsbeginsel), terwijl de bijzonder technische vraag wie de ‘bewijslast’ draagt om de giftigheid van bepaalde chemicaliën aan te tonen, leidt tot diametraal verschillende uitkomsten qua beschermingsniveau in Canada en de Verenigde Staten versus de EU.16 

Ten tweede verzwakken de handelsovereenkomsten de democratisch gekozen parlementen door (voorheen) politieke kwesties steeds meer onder te brengen in het internationaal recht, waardoor ze buiten het bereik van en de beïnvloeding van de democratische politiek komen. Internationale verdragen aanpassen werd, althans tot de huidige Amerikaanse regering, zelfs als schier onmogelijk gezien. 

Tot slot leggen de akkoorden steeds meer regels op over de uitvoering van het nationale regelgevingsproces – en perken zo het politieke debat in door het opleggen van (al even dwingende) cijfers. En voor zover nationale parlementen en het Europees Parlement al kunnen ingrijpen, maakt de wildgroei aan tamelijk obscure organen, commissies en werkgroepen met hun ondoorzichtige en asymmetrische participatie (wat betreft functionarissen, expertise en stakeholders) elk verantwoordingsmechanisme in de praktijk moeilijk toe te passen.

Sociaal-democratische agenda voor internationale samenwerking

Internationale samenwerking staat centraal in het sociaal-democratische project. Het feit dat die samenwerking momenteel voorrang geeft aan economische integratie, hoe gebrekkig ook in veel opzichten, betekent niet dat de sociaal-democratie haar streven naar internationale samenwerking maar moet intrekken. Internationale samenwerking is misschien wel harder nodig dan ooit. 

Klimaatverandering bedreigt het leven op aarde; economische ongelijkheid, milieuschade, oorlog en conflict veroorzaken steeds grotere migratiegolven. Als milieubescherming en sociale rechtvaardigheid essentieel zijn voor een vreedzaam en gelukkig leven op aarde, wat zijn dan de belangrijkste sociaal-democratische agendapunten als het gaat om internationale (economische) samenwerking? 

Zoals hierboven betoogd, brengt het centraal stellen van economische samenwerking via liberalisering van handel en investeringen diverse tekortkomingen met zich mee: de dominantie van handelsexperts, het ondergesneeuwd raken van andere normatieve kwesties, fragmentatie van de internationale ruimte waarbij handel zich weinig lijkt aan te trekken stellen van klimaat of migratie.  

Daarom moeten sociaal-democraten economische samenwerking alleen ondersteunen onder de juiste, inclusieve doelstellingen zoals duurzame ontwikkeling of, radicaler, een ‘sociaal-ecologische transitie’.17 Daarvoor zijn allerlei soorten expertise benodigd, zodat er meer oog komt voor andere normatieve kwesties en voor het feit dat verschillende domeinen – zoals vrijhandel en milieueffecten – met elkaar verbonden zijn. Een teleurstellende poging om rekenschap te geven van die verbanden – via het ‘verticale’ hoofdstuk over duurzame ontwikkeling in supra-regionale overeenkomsten18 – getuigt nu juist van die scherpe fragmentatie en het gebrek aan verantwoordelijkheid in het denken over internationale samenwerking. 

Klimaat, migratie, belasting, financiële markten – allemaal terreinen die losstaan van handel en investeringen en daar tegelijk mee verweven zijn. Welke gevolgen heeft verdere handelsliberalisering voor CO2-emissies?19Effenen de nieuwe handelsovereenkomsten de weg naar directe buitenlandse investeringen die mogelijk resulteren in ‘landonteigening’ en daarmee economische migratie?200 Leiden handelsovereenkomsten van de EU met diverse Afrikaanse clusters tot het onderverdelen (compartimentering) van de Afrikaanse economische ruimte in gebieden met verschillende tarieven, regels, toegangsmogelijkheden, openheid – en leggen ze op lange termijn een rem op een (effectievere) intern geleide economische ontwikkeling? Of wat is de relatie tussen de grootschalige belastingontduiking door Afrikaanse landen en economische migratie?21 

Het is belangrijk om te onderzoeken hoe de verschillende onderdelen van internationale samenwerking op elkaar inwerken en elkaar beïnvloeden – zoals sommige politici nu ook onderkennen. Een opmerkelijke, zij het kleine stap in deze richting is het Duitse idee voor een Marshallplan voor Afrika.22 Het plan stelt het migratievraagstuk en economische achterstand centraal en brengt een aantal cruciale kwesties samen: het tegengaan van belastingfraude (en -ontduiking) en kapitaalvlucht, het vergroten van de belastinggrondslag van Afrikaanse staten, verdere hervorming van de internationale juridische en economische orde, de belangrije rol van overheden en overheidsinvesteringen in de economische ontwikkeling. Een eerste, schuchtere stap waar de EU haar beleid op zou moeten baseren. Helaas doet de handelsagenda van de Commissie er niets mee – zie Handel voor iedereen.23

Verlaat het simplistische neoklassieke discours over regelgeving

Tot slot moet de sociaal-democratie – een eenvoudige maar fundamentele stap – kiezen voor regelgeving. Regelgeving brengt immers veel goeds, dat wordt vaak vergeten in de verhalen over de kosten ervan. Regels vormen niet alleen ‘handelsbelemmeringen’, ze hebben ook voordelen. Zoals sommige milieubeschermers hebben opgemerkt: (Europese) instanties zijn zo naarstig op zoek naar manieren om de administratieve rompslomp terug te dringen dat ze de neiging hebben om ook milieu- en sociale voorschriften overboord te gooien.24

Daarnaast moet de sociaal-democratie ook echt politiek bedrijven: bied nieuwe kaders en identiteiten als alternatief voor de neoliberale mantra. Hoe? Een voorbeeld van politiek bedrijven – al komt het dan van liberale zijde – is de framing van het thema gegevensbescherming. Bij de onderhandelingen over supra-regionale overeenkomsten probeert de coalitie van voorstanders van vrije handel de discussie over de bescherming van persoonsgegevens consequent een andere draai te geven: het gaat om ‘datastromen’, wat beelden oproept
van economische groei en (potentiële, zij het nogal twijfelachtige) productieaantallen25. Die pogingen gegevensbescherming binnen de EU ter discussie te stellen moet de sociaaldemocratie serieus nemen door er een antwoord op formuleren: het is niet waar dat de hoge mate van online gegevensbescherming in de EU de wereldhandel heeft afgeremd – juist omgekeerd. Wat zijn de economische voordelen van ‘online vertrouwen’, en de relatie met mensenrechten? 

Neem gevoelens van uitsluiting serieus

Met haar handelsbeleid zal de Europese Unie naar verwachting veel burgers van zich blijven vervreemden. Als je kijkt naar de onderhandelingen en de teksten van de supra-regionale handelsovereenkomsten, valt op dat ze niet alleen veel belangrijke kwesties achterwege laten waar ze een grote invloed op hebben – klimaat, migratie, belasting – maar ook intern een vervreemdend effect geven. Ze projecteren een toekomstbeeld van de EU als een soort kosmopolitische, transnationale hightech-gemeenschap met mobiele actoren die beschikken over uitstekende taalvaardigheden, een flexibel wereldbeeld en goed onderwijs. Een visie die naadloos past bij het zelfbeeld van de elites die aan deze onderhandelingen meedoen.

Die nadruk op globalisering laat echter te weinig ruimte aan de mensen die zich niet herkennen in dit rooskleurige toekomstbeeld. De aanhangers van Trump en van de Brexit, alsmede de opkomst van extreem rechts in heel Europa, getuigen van dit gevoel van uitsluiting dat het huidige politiek-economische beleid bij velen teweegbrengt. Uitgesloten worden van die voorgespiegelde toekomst wekt weer allerlei angstgevoelens op waar we de laatste tijd getuige van zijn: de afkeer van migranten, werkende vrouwen, het establishment – bevoorrechte groepen voor wie in de toekomst wel plaats zou zijn.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de versterking van transnationale instituties in het huidige kapitalisme een kloof heeft gecreëerd tussen, zoals politiek wetenschappers het noemen, kosmopolitische elites en lokaal gebonden mensen. Die laatste groep kan zijn stem en belangen niet doen gelden en doet daarom niet mee aan het vormgeven van de toekomst. De Europese vrijhandelsovereenkomsten verhelpen dit probleem niet, maar
vergroten het eerder. 

Tot dusver hebben EU-handelsfunctionarissen de buitengesloten mensen voorgesteld als sukkels met verouderde standpunten die geen notie hebben van vooruitgang of van wat uiteindelijk voor henzelf goed is. Dat is een miskenning van het begrip besturen. Technologie en de economische orde waarin wij leven overkomen ons niet zomaar. Ze zijn niet het resultaat van een natuurlijk (markt) proces – ze worden geconstrueerd door politiek, beleid, wet- en regelgeving.

Als de sociaaleconomische orde wordt vormgegeven door instituties die worden beheerst door allerlei elitegroepen – en als opvattingen van anderen hier nauwelijks worden gehoord – zullen deze instituties alleen hun eigen visies op de wereld voortbrengen. Dus ook hoe je invulling geeft aan die toekomst en wat de juiste vaardigheden, waarden en houdingen zijn. De sociaal-democratie kan en moet daar iets beters tegenover stellen. 

Vertaling uit het Engels door Asaf Lahat.

  • 1. Zelfs het meest optimistische rapport in opdracht van de EU belooft een nettovoordeel ter waarde van een luttel kopje koffie per week. Zie M. Myant & R. O’Brien, The T TIP’s impact: bringing in the missing issue, ETUI WP 2015.01.
  • 2. Zie werkgroep op hoog niveau, eindverslag, 11 februari 2013 (http://trade.ec.europa. eu/doclib/docs/2013/february/ tradoc_150519.pdf).
  • 3. Zie Europese Commissie, T TIP: Economic Analysis Explained, september 2013 (http://trade.ec.europa.eu/ doclib/docs/2013/september/ tradoc_151787.pdf)
  • 4. Hilary Clinton, toenmalig Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken, noemde TTIP een ‘economisch NAVO’. Zie Politico, 17 september 2015 (https://www.politico.eu/ article/will-ttip-be-an-economic- nato/).
  • 5. Zie bijvoorbeeld Corporate European Observatory, een organisatie die onderzoek doet naar de invloed van lobbywerk (https://corporateeurope. org/internationaltrade/ 2015/07/ttip-corporatelobbying- paradise); of massamedia als The Independent (https://www.independent. co.uk/news/world/europe/ ttip-deal-business-lobbyistsdominate- talks-at-expenseof- trade-unions-andngos- 10475073.html), of Euroactiv (https://www.euractiv. com/section/trade-society/ news/de-gucht-downplayscorporate- dominance-inttip- talks/).
  • 6. Europese Commissie, ‘Handel voor iedereen. Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid’ (http:// trade.ec.europa.eu/doclib/ docs/2016/january/tradoc_ 154137.pdf).
  • 7. Mark Langan, The Moral Economy of EU Association with Africa (Abingdon, Oxon; New York, NY: Routledge, 2015).
  • 8. Politico, ‘EU’s Malmström: Trump’s trade policy “doomed to fail”’, 24 januari 2017 (https://www.politico.eu/ article/malmstrom-trumpstrade- policy-doomed-to-fail/).
  • 9. Samenwerking op regelgevingsgebied maakt deel uit van het EU-onderhandelingspakket en zit als zodanig in bijna alle nieuwe vrijhandelsovereenkomsten.
  • 10. Marija Bartl, ‘Making Transnational Markets: The Institutional Politics behind the TTIP’, Europe and the World 1, no. 1 (19 June 2017): 1-37.
  • 11. Ibid.
  • 12. Het antwoord van de Commissie op de kritiek vanwege deze oververtegenwoordiging van handelsdeskundigheid is niet een strategiewijziging naar een bredere deskundigheid, maar eerder zich bezighouden met de vraag wie er zitting moet hebben in de verschillende organen: minder in plaats van meer verantwoordingsplicht.
  • 13. Zie voor een uitstekende (empirische) analyse van de Amerikaanse context: Wendy E. Wagner, ‘Administrative Law, Filter Failure, and Information Capture’, Duke Law Journal 59 (2010). For the EU context zie: Beate Kohler-Koch & Christine Quittkat, De-Mystification of Participatory Democracy: EU-Governance and Civil Society, Oxford University Press, Oxford 2013.
  • 14. Zo gaat de Europese Commissie prat op het bereikte investeringsniveau met de Verenigde Staten: http://ec.europa. eu/trade/policy/countries-and-regions/countries/ united-states/.
  • 15. Zie: https://ec.europa.eu/ growth/content/call-proposals- regulatory-cooperationactivities- regulatory-cooperation- forum-rcf-under-ceta_en
  • 16. Marija Bartl, ‘Regulatory Convergence through the Back Door: TTIP’s Regulatory Cooperation and the Future of Precaution in Europe’, German Law Journal 18 (2017).
  • 17. Zie EuroMemorandum-rapport 2018 (http://www2.euromemorandum. eu/uploads/ euromemorandum_2018.pdf).
  • 18. De hoofdstukken over duurzame ontwikkeling bevatten bepalingen die gericht zijn op het handhaven van normen voor milieu- en arbeidsbescherming. Niet alleen beogen deze hoofdstukken niet de bescherming te vergroten, eventuele verplichtingen vallen onder zeer zwakke (indien aanwezig) handhavingsmechanismen, terwijl hun ‘verticale’ karakter duidelijk maakt dat de verplichtingen die zij opleggen niet integraal gelden voor andere gebieden en sectoren. Zie de briefing van de onderzoeksdienst van het Europees Parlement: http:// www.europarl.europa.eu/ EPRS/EPRS-Briefing- 595894-Trade-sustainabledevelopment- chapters- CETA-FINAL-old.pd
  • 19. Zie bijvoorbeeld Shunsuke Managi, ‘Trade Liberalization and the Environment: Carbon Dioxide for 1960−1999’, Economics Bulletin, 2004, Vol. 17, No. 1: 1−5; beschikbaar op Roger Meiners, ed., Cutting Green Tape: Pollutants, Environmental Regulation and the Law, 1st ed. (New Brunswick N.J.: Routledge, 1999).
  • 20. Zie bijvoorbeeld het transcript van de toespraak van Saskia Sassen (https://www. theguardian.com/globaldevelopment/ poverty-matters/ 2013/may/29/migrationexpulsion- foreign-landdeals). Interessant is dat in de recente migratiegolf Ethiopiërs de grootste groep ‘economische migranten’ zijn, terwijl Nederlandse bloemkwekerijen direct betrokken zijn bij het verdrijven van kleine boeren en nomadische volkeren van hun land en weidegronden aldaar – waarover zij vrij regelmatig protest ontvangen (https://www.farmlandgrab. org/post/ view/26476-dutch-israelifarms- in-ethiopia-attackedby- protesters).
  • 21. Zie het uitstekende rapport van Global Financial Integrity, ‘Illicit Financial Flows from Developing Countries: 2004-2013’, dec. 2015 (http:// www.gfintegrity.org/report/ illicit-financial-flows-fromdeveloping- countries- 2004-2013/).
  • 22. Duits ministerie van Economie en Ontwikkeling, Afrika en Europa – A new partnership for development, peace and a better future (https://www. bmz.de/en/publications/ type_of_publication/information_ flyer/information_ brochures/Materialie270_africa_ marshallplan.pdf).
  • 23. Hierboven aangehaald, noot 6.
  • 24. Roger Meiners (red.), Cutting Green Tape: Pollutants, Environmental Regulation and the Law, New Brunswick, NJ: Routledge, 1999.
  • 25. K. Irion & S. Yakovofleva, ‘The interface between trade and privacy: How to reconcile the European union governance of Personal data flows with external trade’. Presented at 10th Annual Privacy Law Scholars Conference (PLSC), Berkeley, CA, 1 & 2 juni 2017 (in bestand bij de auteur).

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2018)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Klara Boonstra, Menno Hurenkamp, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [eindredactie] en Reinier Tromp

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl