De Participatiewet is mislukt. Al die sancties, verplichtingen en negatieve economische prikkels werken averechts. Met een paar technische verbeteringen alleen lossen we dit niet op. De benadering van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt moet radicaal anders: niet uitgaan van wantrouwen, maar van vertrouwen.

Door: Gijs van Dijk
Tweede Kamerlid PvdA

De meeste mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt willen dolgraag werken. De realiteit is dat juist deze mensen te vaak ongewild thuis zitten zonder enig perspectief op werk. De bezuiniging die gepaard ging met de invoering van de Participatiewet heeft geleid tot het sluiten van de sociale werkvoorziening en tot minder begeleiding van gemeenten aan mensen die juist extra aandacht nodig hebben om volwaardig mee te kunnen doen. Een harde realiteit die we als sociaal-democraten moeten gaan aanpakken. Juist de meest kwetsbare mensen verdienen de beste begeleiding en sociale zekerheid.

Nu veel van ons thuis zitten tijdens de coronacrisis, realiseren we ons maar al te goed hoe belangrijk werk is. Het contact met collega’s, voldoening, erkenning en waardering, dat is voor iedereen ontzettend belangrijk. Maar als je een arbeidsbeperking hebt, is werk vinden én houden een stuk lastiger. Datzelfde geldt voor mensen die voor familie moeten zorgen, voor mensen die al lang worstelen met schulden of die al lang geen baan meer hebben kunnen vinden. Het idee dat we deze mensen zoveel mogelijk aan zinvol werk moeten helpen, bij voorkeur bij reguliere werkgevers, is goed. Tegelijkertijd zijn de conclusies van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de Participatiewet, de wet die dit moest regelen, keihard. De Participatiewet in zijn huidige vorm is mislukt en moet grondig worden herzien.

Mensen met afstand tot werk verdienen de beste begeleiding om volwaardig mee te kunnen doen. Ik zou graag zien dat mensen recht op werk en recht op begeleiding krijgen. Daarbij moeten nieuwe sociale ontwikkelbedrijven een grote rol krijgen. Ze kunnen een springplank zijn naar werk bij een reguliere werkgever, maar ook een vangnet voor als dat toch niet lukt.

De sociale ontwikkelbedrijven zijn een cruciale schakel voor gemeenten, werkgevers en voor mensen met een afstand tot werk. Uiteraard is het dan nodig om de komende jaren structureel in deze bedrijven te investeren om zo tot de beste begeleiding te komen. Aanvullend moet de overheid honderdduizend publieke basisbanen creëren voor die mensen die graag willen werken, maar nu nog aan de kant staan. Waardevol werk dat nu vaak niet gebeurt of dat niet wordt gewaardeerd. Werk in buurthuizen, toezichthouders in parken en speeltuinen, conciërges op scholen. En die banen moeten fatsoenlijk betaald worden. Ten minste met het minimumloon dus.

Tegelijkertijd zien we dat sommige mensen eerst aan andere problemen moeten werken voordat ze op de arbeidsmarkt kunnen meedoen. Het is een fundamentele denkfout dat mensen wel zouden kunnen werken, maar niet willen. Het SCP concludeert dat de sancties, verplichtingen en negatieve economische prikkels in de huidige wetgeving niet werken. Een verplichte tegenprestatie – een voorstel van staatssecretaris Van Ark – is dan wel het laatste wat je moet doen.

Gemeenten zouden de ruimte moeten krijgen om mensen te helpen in plaats van deze mensen naar niet-bestaande banen te jagen. Dat betekent vaak juist geen vernederende tegenprestatie, re-integratiewerkzaamheden of eindeloos solliciteren naar teleurstellingen. Ik geloof oprecht dat het goed zou zijn om mensen zelf mee te laten denken over het soort hulp dat ze nodig hebben, en deze hulp dan ook mogelijk te maken. We moeten de wetgeving die nu bol staat van sancties en wantrouwen ombouwen naar regelgeving die uitgaat van het beste van de mens. Wetgeving op basis van vertrouwen.

Veel problemen van de wet zitten in de techniek. In de systematiek van de loonkostensubsidie bijvoorbeeld. Al die problemen moeten worden opgelost. Maar dat heeft alleen zin als we kiezen voor een fundamenteel andere benadering. Een benadering waarmee iedereen zeker kan zijn van een fatsoenlijk en waardig bestaan.

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2019)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Klara Boonstra, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Wiljan Linders [eindredactie]

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl