Camiel Hamans en Jan Marinus Wiersma schrijven voor de WBS een maandelijks blog over de Europese Unie en buitenlandse politiek. De auteurs duiden actuele politieke ontwikkeling aan de hand van de historische context en gaan tevens op zoek naar de raakvlakken met de sociaal-democratie. Zij putten daarbij uit hun politieke ervaring in onder andere Midden- en Oost-Europa en bij de Europese Unie. 

Door: Jan Marinus Wiersma en Camiel Hamans
Research fellow bij de WBS en Senior Associate Fellow bij Clingendael; Oud-directeur van de Anne Vondeling Stichting

Ondank is ’s werelds loon. Is de EU de belangrijkste geldschieter van Servië, prijst de Servische president Aleksandar Vučić, China en Rusland de hemel in en looft hen in alle toonaarden voor hun steun. Tegelijkertijd presenteert zijn Kosovaarse collega Hacim Thaçi, De Amerikaanse president Donald Trump als zijn grootste vriend. Dat was het beeld van de afgelopen weken. De wind lijkt voor de EU de verkeerde kant op te waaien in de Westelijke Balkan. Hebben de Serviërs en de Kosovaren de EU afgeschreven of hebben ze Brussel niet meer nodig om hun problemen op te lossen?

Ontmoeting

Het lijkt op dat laatste, want Vučić en Thaçi aanvaardden zonder aarzelen een uitnodiging van president Trump om naar Washington te komen om te praten over een mogelijk akkoord over de status van Kosovo. 27 Juni was de dag waarop president Trump plande het bewijs te leveren van zijn succesvolle internationale onderhandelingstechniek. Na zijn Noord-Koreaanse zeperd kon hij immers wel een buitenlands succesje gebruiken. Fatsoenshalve waren de heren Vučić en Thaçi nog wel bereid om alvorens elkaar de hand te drukken in Washington, even Brussel aan te doen.

Maar Trump juichte te vroeg. Het door de speciale Amerikaanse gezant voor de Belgrado-Pristina dialoog Richard Grenell vakkundig voorbereide feestje ging niet door. Grenell is een intrigerende figuur. Hij was zeer kortstondig hoofd van de Amerikaanse National Intelligence en daarna even kortstondig Amerikaans ambassadeur in Berlijn, waar hij naar verluidt vooral ingezet heeft op terugtrekking van Amerikaanse troepen uit de Bondsrepubliek. Ook in Kosovo schijnt hij een omineuze rol vervuld te hebben. Naar insiders beweren is het aan zijn druk te wijten dat een coalitieregering waaraan ook tegenstanders van Thaçi deelnamen en die een andere visie hadden op de dialoog met Belgrado, kort na haar aantreden struikelde.

Grenell had echter een ding over het hoofd gezien: de rol van het KSC, de Kosovo Specialist Chambers, het Haagse tribunaal dat zich buigt over mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid begaan in de Servisch-Kosovaarse strijd van 1999-2001. Terwijl de Kosovaarse president op weg was om zijn Amerikaanse en Servische collega te ontmoeten, kreeg hij te horen dat er een aanklacht tegen hem is ingediend bij het KSC. Als een van de leiders het Kosovaarse bevrijdingsleger UCK zou hij zich schuldig gemaakt hebben aan moord en andere oorlogsmisdaden. Thaçi keerde meteen om. Waarom de KSC juist in deze week met de aanklacht naar buiten trad, blijft speculeren. Boze tongen beweren dat het tribunaal wilde voorkomen dat Vučić en Thaçi in Washington zouden overeenkomen het mandaat van de KSC in te trekken. Thaçi is een verklaard tegenstander van de KSC en klaarblijkelijk heeft hij daar goede redenen voor. Nu de bijeenkomst niet doorging, gebeurde er dus niets, terwijl dat toch zo hard nodig is, want Kosovo heeft een roerig jaar achter de rug.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Hacim Thaçi, de president van Kosovo
Hacim Thaçi, de president van Kosovo

Merelveld

Kosovo heeft zich in 2008 eenzijdig onafhankelijk verklaard. Zoals vaker in de Westelijke Balkan gaat daar een hele geschiedenis aan vooraf, die in dit geval zelfs teruggaat tot de late Middeleeuwen.

Kosovo was een autonome provincie van het verenigde Joegoslavië onder president Tito. De bevolking is voor het merendeel Albanees, maar er is ook een Servische minderheid. Nadat Joegoslavië in de jaren negentig van de vorige eeuw uit elkaar was gevallen, probeerde Slobodan Milošević, de nationalistische leider van Servië en een man die zich niet kon neerleggen bij het verdampen van de Groot-Servische gedachte, te behouden wat van het oude Joegoslavië over was – Servië en Kosovo.

In een nationalistische opwelling ontzegde Milošević de provincie haar autonomie in de hoop daarmee zijn slinkende populariteit een boost te geven. Kosovo werd door hem bestempeld tot de bakermat van Servië want daar, op het Merelveld in 1389, was de natie geboren na een veldslag tegen de Turken, die de Serviërs overigens verloren.

Onafhankelijkheid

Milošević’ ingreep was veel meer dan een staatkundige hervorming. De positie van de Serviërs ten opzichte van de Albanese meerderheid werd versterkt en het Albanees  werd in het onderwijs zo goed als verboden. Een Kosovaarse reactie kon niet uitblijven. Deze leidde in 1999 tot gewelddadigheden waarbij Servische eenheden slaags raakten met Kosovaarse verzetsgroepen. Daarbij vielen veel burgerslachtoffers. De NAVO greep in en dwong, met bombardementen op Belgrado, Milošević zich terug te trekken uit Kosovo.

Aanvankelijk werd Kosovo onder VN bewind geplaatst en de EU kreeg een belangrijke rol toebedeeld bij de ontwikkeling van de rechtsstaat. Met het uitroepen van de onafhankelijkheid in 2008 wilde de Kosovaarse politieke elite echter een eind  maken aan het internationale toezicht en als zelfstandige staat verder gaan. Dat laatste is maar gedeeltelijk gelukt. Servië verzet zich tot aan de dag van vandaag hevig tegen erkenning en kan rekenen op de steun van de Russische Federatie die een Kosovaars lidmaatschap van de VN blokkeert. Ook de EU heeft Kosovo niet formeel erkend omdat vijf lidstaten dat niet willen. Het gaat om landen die beducht zijn voor separatisme in eigen kring zoals Spanje en Slowakije.  

Mitrovica

Zo is een patstelling ontstaan die het zicht van zowel Kosovo als Servië op lidmaatschap van de EU – want dat willen beide landen – ontneemt. De EU heeft haar lesje geleerd: geen tweede Cyprus. Daarom nam Brussel al weer een tijd geleden het initiatief tot een dialoog tussen de twee. De bemiddeling door de EU heeft een aantal concrete resultaten opgeleverd met betrekking tot de erkenning van diploma’s en de telecommunicatie, maar de uitvoering van een meer omvattend plan waarbij de autoriteiten in de hoofdstad Pristina het volledige gezag over het hele land zouden krijgen in ruil voor veiligheidsgaranties voor de Servische minderheid is verzand door gebrek aan medewerking van beide kanten.

Belgrado blijft zich bemoeien met de gang van zaken in Noord Kosovo waar Serviërs de meerderheid vormen. De stad Mitrovica is etnisch opgesplitst aan de twee oevers van de rivier de Ibar. Ten noorden, waar de Servische minderheid woont, hebben de Kosovaarse autoriteiten nog steeds weinig in te brengen. Belgrado deelt daar de lakens uit en houdt een corrupt en half crimineel lokaal bestuur de hand boven het hoofd. De gangbare munt is er de Servische dinar, auto’s rijden er zonder nummerplaat rond, zodat de bestuurders ongestraft hun duistere zaakjes kunnen doen en een van de belangrijkste inkomstenbronnen is de smokkel van illegale sigaretten.

Uitruil

De presidenten van Kosovo en Servië zijn in 2018 met een radicale oplossing gekomen die in één klap het probleem van de Servische minderheid zou oplossen. Een uitruil van land: de regio Mitrovica voor Albanees sprekende delen van Zuid Servië. In de week dat dit voorstel werd gedaan bezochten we toevallig Kosovo en ontmoetten daar de hoofdrolspelers. President Thaçi legde uit waarom zijn plan het EI van Columbus was. Het zou immers de problemen voor eens en altijd oplossen. Zijn coalitiegenoot, premier Ramush Haradinaj, vond het maar niks, want het opgeven van zelfs maar een centimeter moederland ging tegen zijn principes in.. De premier had overigens net besloten forse importtarieven te heffen op Servische producten omdat zo voorkomen kon worden dat buurland Kosovo lid kon worden van Interpol tegenhield. Er was dus sprake van grote verdeeldheid. Het voorstel van Thaçi verdween naar de achtergrond. Helemaal toen na verkiezingen in oktober 2019 de oppositie de macht overnam onder leiding van de nieuwe premier Albin Kurti, een tegenstander van de landruil. De verkiezingen waren noodzakelijk geworden na het aftreden van de kosovaarse premier Haradinaj, die zich daartoe gedwongen zag na een aanklacht tegen hem van de KSC.

Coalitie

Eindelijk leek de macht van de partijen die waren voortgekomen uit het UCK, het voormalige bevrijdingsleger, gebroken. Kurti is de leider van Vetevendosje, een linkse partij waarmee de PvdA in het verleden regelmatig contact heeft gehad om te onderzoeken of er met die partij samengewerkt kon worden in Europees verband. Dat leidde toen niet tot resultaat. De nationalistische opstelling van Kurti en zijn verzet tegen de Belgrado-Pristina dialoog vonden wij bezwaarlijk. Ook gebruikte zijn partij op zijn zachtst gezegd onorthodoxe methoden om aandacht te trekken zoals het werpen van traangasgranaten in de plenaire zaal van het nationale parlement.

Het kostte Kurti vele maanden om een akkoord te bereiken met de andere winnaar, de Democratische Liga van Kosovo, LDK, die ooit was opgericht door de als vader des vaderlands beschouwde Ibrahim Rugova, die geweldloos verzet predikte. De twee partijen kwamen overeen de importheffingen op Servië af te bouwen op basis van wederkerigheid. Veel tijd kreeg Kurti niet om zijn voornemens in daden om te zetten,  Thaçi en zijn Amerikaanse vrienden onder leiding van speciale gezant Grenell bleven de LDK bewerken, die zich tenslotte liet overtuigen Kurti te laten vallen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

De Servische President Vučić ontmoet zijn Russiche ambtgenoot en vriend Putin
De Servische President Vučić ontmoet zijn Russiche ambtgenoot en vriend Putin.

Open einde

21 Juni waren er verkiezingen in Servië. Vučić won deze, zoals voorspeld, met overmacht. Grote delen van de oppositie boycotten echter deze ‘Corona stembusgang’. In de week voorafgaand aan de geplande top in Washington werd veel gespeculeerd over mogelijke voorstellen en een eventueel resultaat. Zouden Vučić en Thaçi opnieuw met een landruil op de proppen komen of zou president Trump nog een konijn uit de hoge hoed toveren? Voorlopig blijft het antwoord ongewis. Thaçi is vleugellam. Wanneer de aanklacht tegen hem wordt bevestigd door het Haagse tribunaal, kan hij gearresteerd worden. En ondanks zijn eclatante verkiezingsoverwinning is Vučić’ positie internationaal evenmin erg sterk. De geur van gemanipuleerde verkiezingen hangt om hem heen. De vraag is ook welke stappen Washington nu kan ondernemen. Wellicht dat de Amerikanen Thaçi zullen steunen als hij besluit aan te blijven, president Trump is immers een verklaard tegenstander van internationale strafprocedures.

Nu de Amerikaanse uitnodiging tot niets heeft geleid, moet de EU de kans niet laten lopen het initiatief over te nemen. De EU had trouwens best wat assertiever mogen optreden de afgelopen weken. Bovendien was het niet handig dat een sociaal-democratische Spanjaard een sociaal-democratische Slowaak tot EU gezant voor de Belgrado-Pristina dialoog benoemde – beide landen hebben immers Kosovo niet erkend. Parijs en Berlijn beseffen inmiddels dat het zo niet langer kan en hebben Servië en Kosovo uitgenodigd voor topoverleg in Parijs. Of dat vooraf zal gaan aan een nieuwe afspraak in Washington, is nog onduidelijk. Hopelijk maken Merkel en Macron vooraf duidelijk dat van een landruil geen sprake kan zijn. Dat betekent namelijk de facto een ontkenning van de multi-etnische samenleving die de EU steeds als uitgangspunt voor de Westelijke Balkan heeft gekozen. Het eerder bereikte beginselakkoord over de ongedeelde soevereiniteit van Pristina moet het uitgangspunt  blijven. De EU leiding zou er bovendien nog eens op moeten wijzen dat een deal tussen Belgrado en Pristina geen vrijkaartje voor EU lidmaatschap is. De belangrijkste belemmering daarvoor blijft de belabberde toestand van de rechtsstaat in beide landen waarvoor zowel Thaçi als Vučić verantwoordelijk zijn.