Annemarieke Nierop en Bert Otten - De vraag naar huishoudelijke hulp groeit en zal de komende jaren blijven groeien. Thuiszorgondernemingen als Evean en online bureaus als www.helpling.nl springen gretig in op dit gat in de markt. Ze bieden hun diensten goedkoop aan. Dat kan doordat huishoudelijk werk niet wordt erkend als ‘echt’ werk; veel mensen verdienen hier hun inkomen mee, zonder dat ze ontslagbescherming hebben of verzekerd zijn bij ziekte. Dat moet anders.

In 2030 is een op de vier Nederlanders ouder dan 65 jaar.(i) Dat heeft niet alleen gevolgen voor het straatbeeld, maar ook voor de manier waarop we onze publieke voorzieningen moeten inrichten. Betaalbaarheid van de zorg is al een paar jaar een actueel thema, maar we moeten veel breder de functies van onze verzorgingsstaat heroverwegen: ook ten aanzien van onze arbeidsmarkt(ii), de woningmarkt en de ruimtelijke ordening. En ten aanzien van de manier waarop we de arbeidsmarkt voor hulp en ondersteuning in het huishouden hebben geregeld.

Het afgelopen halfjaar hield de Wiardi Beckman Stichting zo’n honderd diepte-interviews met 66-plussers, mantelzorgers en huisartsen.(iii) We vroegen mensen wat ze belangrijk vinden, nu en in de toekomst, als ze nadenken over ouder worden, over ‘zingeving’, ‘wonen’, ‘hulp vragen van anderen’ en ‘zorg’. 

Een van de uitkomsten uit dit onderzoek was dat mensen aangaven zo lang mogelijk zelfstandig te willen blijven wonen, in hun ‘oude’ woning, eventueel met aanpassingen, in een aangepaste woning in hun eigen buurt, in een seniorenflat, of als dat nodig zou zijn desnoods in een aanleunwoning of appartement bij een verzorgingsinstelling. Een enkeling trekt liefst bij de kinderen in, of organiseert een gezamenlijk woonproject met andere ‘ouderen’. De wens langer zelfstandig te blijven wonen, sluit naadloos aan op het beleid van de afgelopen jaren om mensen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen.

Bij al deze vormen van wonen, kopen of huren mensen zelf hun woonruimte, en voeren ze hun eigen huishouden. Schoonmaken en boodschappen doet men in principe zelf. Veel mensen hebben hierbij hulp van mantelzorgers(iv), huren iemand in voor hulp in het huishouden(v), of ontvangen professionele hulp georganiseerd door de gemeente.

Het is, gezien de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen – het groeiend aantal ouderen en het groeiend aantal tweeverdienershuishoudens dat huishoudelijke hulp inhuurt(vi) - te verwachten dat de vraag naar huishoudelijke hulp de komende decennia sterk zal groeien. Dat inzicht noopt tot een herbezinning op de manier waarop we dit werk hebben georganiseerd in Nederland. Daar is namelijk het nodige mee mis.

Hulp in het huishouden: hoe is het geregeld?
Na vele onderzoeken, commissies en uitgesproken intenties werken nu nog steeds veel van de naar schatting 280.000 huishoudelijk werkers in Nederland als tweederangs werknemers (cijfers 2013). (vii)

De groep huishoudelijke werkers kan grofweg worden verdeeld in twee groepen:

  • Degenen met een ‘volwaardig’ arbeidscontract, bijvoorbeeld bij een thuiszorgorganisatie. Zij hebben dezelfde rechten en plichten als alle andere werknemers in Nederland (ontslagbescherming, verzekering bij ziekte et cetera).
  • Degenen die vallen onder de Regeling Dienstverlening aan huis. Dat zijn bijna alle huishoudelijke hulpen die worden betaald door particulieren. Maar ook een groeiend aantal huishoudelijk hulpen die worden betaald vanuit publieke middelen valt hieronder. Zij worden door particulieren ingehuurd, gefinancierd vanuit hun persoonsgebonden budget, of ze werken bij particulieren die van de gemeente een indicatie voor huishoudelijke hulp hebben gekregen, op basis van een alphahulp-constructie.

Hulp in het huishouden valt dus heel vaak onder de ‘Regeling Dienstverlening aan Huis’. 

Op basis van deze regeling hoeven particulieren die iemand minder dan vier dagen per week in dienst hebben voor huishoudelijk werk, geen belastingen en premies af te dragen. Daardoor heeft de desbetreffende werknemer minder socialezekerheidsrechten. Deze werknemer is niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen en de ontslagbescherming en loondoorbetaling bij ziekte zijn beperkter.(viii) Andere verplichtingen gelden wel, zoals het betalen van het wettelijke minimumloon, het betalen van een vakantietoeslag, het opbouwen van verlofuren en loon-doorbetaling bij ziekte voor een sterk verkorte periode, maar er bestaat nauwelijks controle op de naleving hiervan, en bij veel werkenden en werkgevers is dit onbekend.

Door het beleid dat de afgelopen jaren is gevoerd, is de positie van de hulp in het huishouden die wordt gefinancierd vanuit publieke middelen er niet beter op geworden. Met de uitbreiding van de Wmo in 2015 kregen gemeenten een korting van 40% op het budget dat beschikbaar was voor het organiseren van hulp in het huishouden van mensen die dat zelf niet meer konden. Veel gemeenten vingen deze bezuiniging op te snijden in de huishoudelijke hulp en door bij aanbestedingen scherp op de prijs te letten. Aanbieders van huishoudelijke hulp zagen zich op hun beurt genoodzaakt personeel te ontslaan en tot het verlagen van de prijzen. Dat laatste werd opgevangen door in toenemende mate te werken met alfahulp-constructies en met tijdelijke contracten (zodat ouder en duurder personeel buiten de deur gehouden kon worden).(ix)

Als gevolg van deze bezuinigen en het advies van de Commissie Dienstverlening aan huis onder leiding van Ella Kalsbeek is in het afgelopen jaar veel gesproken over de positie van de huishoudelijk werkers. Echter dit heeft nog niet geleid tot een duurzaam perspectief op goed en eerlijk huishoudelijk werk. Terwijl schijnconstructies in andere sectoren zijn aangepakt, behandelen we in Nederland werknemers die thuis bij een particulier huishoudelijk werk doen nog steeds slechter dan andere werknemers door ze uit te sluiten van rechten die andere werknemers wel hebben. In stand houding van de Regeling Dienstverlening aan huis maakt dat ratificatie van het ILO-Verdrag 189 - waarin de gelijkstelling tussen huishoudelijk werkers en andere werknemers wordt geregeld - niet mogelijk is. Nederland zet zich internationaal gezien te kijk door dit verdrag niet te willen ratificeren.

In diverse Europese landen is de stap inmiddels gezet naar een marktregulatie door de overheid. In Nederland kijken we tot nu toe weg en worden voorstellen voor een eerlijk en beter stelsel van dienstverlening aan huis, ook weer door het huidige kabinet, van de hand gewezen als te duur en te omslachtig. 

Geen lapmiddelen maar een duurzame oplossing
Teneinde de werkgelegenheidseffecten van de bezuiniging in de hulp bij het huishouden te verzachten, verstrekte het kabinet in 2015 en 2016 een (tijdelijke) huishoudelijke hulp toelage aan gemeenten. Deze maatregelen liepen in veel gemeenten vast vanwege bureaucratische rompslomp, en voorzover deze toeslag wel een succes was, kampt men met het probleem dat de regeling eind 2016 afloopt. 

Het kabinet heeft naar aanleiding van de Commissie Kalsbeek bovendien aangekondigd de alpha-constructie te willen beëindigen. Als dat daadwerkelijk gebeurt, zal dat een grote verbetering van rechtspositie betekenen voor hulpen in de huishouding die worden ingehuurd via de alphahulpconstructie door gemeenten. Zij mogen dan niet meer via de Regeling Dienstverlening aan Huis worden ingehuurd. Maar het biedt geen oplossing voor de slechte arbeidsvoorwaarden van huishoudelijke hulpen die worden gefinancierd vanuit een persoonsgebonden budget (publieke middelen!), en voor de vele hulpen in de huishouding die particulier worden betaald.

Het is duidelijk dat zolang de Regeling Dienstverlening aan Huis in haar huidige vorm van kracht is, hulp in het huishouden in Nederland geen ‘goed werk’ zal kunnen zijn. Als eerste is dus nodig deze regeling af te schaffen of grondig te herzien.(x) Zo is het absurd de positie van werkenden afhankelijk is gemaakt van het aantal uren dat de werkgever hen inhuurt, en niet van het aantal uur dat iemand werkt (het is gebruikelijk als hulp te werken bij verschillende werkgevers). Ook de definitie van ‘minder dan vier dagen per week’ die gewerkt moeten worden om onder de regeling te vallen is niet te verantwoorden ruim.

Het is hoog tijd te kiezen voor een kwalitatief hoogwaardig en eerlijk stelsel van zorg en ondersteuning aan huis. Voor de overheid ligt hier een duidelijk preventief belang: een goed werkend stelsel van dienstverlening aan huis maakt het mogelijk dat mensen langer zelfstandig blijven wonen en haalt de druk weg op de geïndiceerde zorg en ondersteuning. Laten we nu eindelijk eens een eenvoudig en toegankelijk systeem voor huishoudelijke hulp op poten zetten.

Bij hulp in het huishouden zijn de volgende zaken van belang:

  • betrouwbaarheid van degene die het werk doet;
  • een vaste hulp per huishouden(xi);
  • betaalbaarheid van de hulp;
  • toegankelijkheid van hulp;
  • Eenvoud: het heeft geen zin een bureaucratisch ingewikkeld systeem op te tuigen, want dan maakt niemand er gebruik van.

Met al deze zaken moet rekening worden gehouden bij het optuigen van een nieuwe regeling.

Mensen zijn over het algemeen zeer gehecht aan hun vaste hulp. Deze grofweg ‘verbieden’ of ‘onbetaalbaar’ maken is niet wenselijk. Het opzetten van een nieuw stelsel zal tijd kosten, en geld. 

Een nieuw stelsel zal alleen succesvol worden als de prijs voor het inhuren van hulp concurrerend is met het tarief dat nu betaald wordt voor zwart werk. Het werk zal dus, rechtsom of linksom, gesubsidieerd moeten worden, in elk geval de eerste jaren. 

Het verschil tussen het tarief voor een huishoudelijke hulp met een volwaardig arbeidscontract (circa 23 euro) en een ‘zwarte werkster’ (10 tot 15 euro) is fors. Daar staat tegenover dat er ook forse inverdieneffecten zijn te realiseren bij het ‘witten’ van een aanzienlijk deel van de markt van persoonlijke en huishoudelijke dienstverlening.(xii) 

Vaak is gepleit voor de introductie in Nederland van het Belgische systeem van gesubsidieerde dienstencheques. Ontegenzeggelijk biedt dit systeem veel aantrekkelijke kanten zoals ook eerder door Frank Vandenbroucke, oud-minister van Sociale Zaken van België in S&D verwoord(xiii), maar er zijn ook andere varianten denkbaar. Zo hebben Finland, Denemarken en Zweden belasting-verlaging ingezet om werkgelegenheid in deze sector te creëren en zwart werken tegen te gaan. Particulieren krijgen in deze landen 50% belastingverlaging op de personeelskosten van ‘diensten aan huis’, met een maximum van € 6000 per persoon per jaar. In Nederland zullen we ons eigen systeem moeten ontwerpen, dat het beste aansluit bij onze samenleving en bij onze wetgeving.

De voordelen van een goede, eerlijke regeling voor huishoudelijke hulp op een rij:

  • Mensen die nu nog schromen zelf huishoudelijke hulp in te huren omdat zij huiverige zijn vreemden in huis te halen, om ‘werkgever’ te zijn, of omdat ze niet willen meewerken aan uitbuiting van degenen die dit werk doen, krijgen toegang tot betrouwbare, betaalbare en goed geregelde huishoudelijke hulp.
  • Een substantiele groei van het aantal volwaardige banen rond het minimumloon.
  • Een impuls voor de schoonmaakbranche. Nu nog richten deze bedrijven zich alleen op de (krimpende) zakelijke markt, omdat de regelgeving het hen onmogelijk maakt te concurreren op de groeiende markt bij particulieren.
  • Zwart werk wordt wit werk. Dit zal niet van de een op de andere dag gerealiseerd zijn, ook gezien het feit dat mensen erg trouw blijken te zijn aan ‘hun’ hulp. Maar op de wat langere termijn is het effect groot.
  • Er komt een einde aan een markt van tweederangs werknemers in de huishoudelijke hulp. Nederland kan overgaan tot het ratificeren van het ILO-verdrag 189 en staat internationaal gezien niet langer voor schut.
  • De regulering van de markt kan een impuls geven aan de groei van sociale ondernemingen die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of met een arbeidsbeperking willen inzetten.

Het is niet nodig te verplichten dat de hulp in het huishouden een dienstverband moet hebben. 

Deze kan net zo goed als zzp’er werken, maar moet dan wel als zelfstandig ondernemer erkend worden en, net als andere zzp’ers, aanspraak kunnen maken op fiscale faciliteiten die bij het ondernemerschap horen.

Voor de PvdA, met het komende verkiezingscongres in aantocht ligt hier een kans om meer, goed en eerlijk werk te realiseren voor talrijke Nederlanders en een fatsoenlijk stelsel van dienstverlening aan huis. Goed, eerlijk en meer werk zijn kernwoorden in het concept-verkiezingsprogramma Een verbonden samenleving. Helaas is in het programma geen ambitie opgenomen voor een beter en eerlijk stelsel van dienstverlening aan huis. Laten we dat er alsnog aan toevoegen!

Noten
(i) Prognose CBS.
(ii) Als de pensioenleeftijd blijft stijgen met de gemiddelde levensverwachting, zullen we over enkele decennia waarschijnlijk doorwerken tot na ons zeventigste levensjaar, tegelijkertijd voorspelt het CBS een krimpende beroepsbevolking vanaf 2021.
(iii) Dit onderzoek ‘Ouder worden in Nederland’ is een onderdeel van het ‘Van Waarde Lokaal’ onderzoek van de Wiardi Beckman Stichting, naar de manier waarop de veranderingen in de zorg en rond werk uitwerken in de dagelijkse praktijk, zie o.a. www.vanwaardelokaal.nl. De resultaten van het onderzoek ‘Ouder worden in Nederland’ zullen op 10 december 2016 worden gepresenteerd tijdens een manifestatie in het Utrechtse Centrum voor de Kunsten.
(iv) Het hoeft, mede gezien de bezuinigingen op de huishoudelijke hulp vanuit de gemeenten, niet te verbazen dat mantelzorgers de afgelopen jaren steeds meer huishoudelijke taken op zich hebben genomen. Zie: Broek, Thijs van den, Supporting Ageing Parents Comparative analyses of upward intergenerational support, proefschrift Erasmus Universiteit Rotterdam, oktober 2016.
(v) Uit de interviews die de Wiardi Beckman Stichting hield (zie www.vanwaardelokaal.nl/interviews) blijkt bovendien dat mensen die zich dat kunnen veroorloven (AOW met een aanvullend pensioen) op grote schaal zelf huishoudelijke hulp inhuren - niet pas als ze dat werk echt niet meer zelf kunnen doen, maar al veel eerder, als ze nog wel allerlei andere activiteiten ondernemen.
(vi) https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/05/meer-tweeverdieners-met-een-voltijdbaan-en-een-grote-deeltijdbaan
(vii) FNV-OSB, Visiedocument Rechtspositie huishoudelijk werkers, 2013. Deze groep bestaat uit 150.000 huishoudelijke hulpen, 80.000 alphahulpen en 50.000 pgb zorghulpen.
(viii) De werknemer kan zich wel vrijwillig voor de werknemersverzekeringen verzekeren.
(ix) Zie het onderzoek dat Jurist Wevers verrichte in opdracht van FNV, Onderzoek gemeentelijk WMO-beleid, september 2016. Zie ook interviews die de Wiardi Beckman Stichting organiseerde over de huishoudelijke hulp, onder andere in Rotterdam: http://www.vanwaardelokaal.nl/interview/er-komt-waarschijnlijk-weer-een-....
(x) Zie ook Leontine Bijleveld en Eva Cremers, Een baan als alle andere?! De rechtspositie van deeltijd huishoudelijk personeel, Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, 2010.
(xi) Uit de interviews van de Wiardi Beckman Stichting bleek dat veel mensen die zelf huishoudelijke hulp inhuurden, erg gehecht waren aan vastigheid. Sommigen hadden al meer dan veertig jaar dezelfde huishoudelijke hulp. Zie www.vanwaardelokaal.nl/interviews.
(xii) SEOR, Doorrekening varianten huishoudelijk werk, 2013
(xiii) Frank Vandenbroucke, Dienstencheques, een vraagstuk van erkenning, S&D, februari 2015.