In de blog van vorige week schreef ik dat een salarisverhoging van 5% voor de verpleegkundigen niet per definitie hoeft te betekenen dat de premies voor de zorgverzekering omhoog gaan. Er zijn tal van terreinen waar zorgmiddelen effectiever besteed kunnen worden zonder dat de kwaliteit van de zorg wordt aangetast. Een voorbeeld.

In de Volkskrant van 14 september jl. luidden zorgbestuurders de noodklok: duizenden ouderen wachten op de juiste zorg. Het gaat zowel om een tekort aan thuiszorg als om te weinig plekken in verpleeghuizen. Regelmatig belanden deze ouderen in het ziekenhuis. Niet omdat zij daar thuishoren, maar omdat er geen thuiszorg beschikbaar is. Bestuursvoorzitter Langenbach van het Maasstadziekenhuis: “Helaas zijn er momenten dat wij vijftig patiënten hebben die beter af zijn op een andere plek. (…) Dan moeten wij oncologische operaties afzeggen, omdat er na zo’n operatie een bed beschikbaar moet zijn.” Dit probleem doet zich in het hele land voor. Bestuursvoorzitter Berden van het Elisabeth-TweeStedenziekenhuis: “We hebben dagelijks dertig patiënten voor wie de thuiszorg niet in staat is zorg te leveren. (…) In Tilburg leveren wij slechts 2 procent van de Nederlandse ziekenhuiszorg, dus reken maar uit.” Inderdaad, reken maar uit. De prijs van een ‘ligdag’ in het ziekenhuis is niet simpel meer te achterhalen. Deze is verdisconteerd in de Diagnose Behandel Combinatie. Maar vast staat dat een verblijf in het ziekenhuis duurder is dan een plek in een verpleeghuis en vele malen duurder dan thuiszorg. Als de verhoudingen in Tilburg (op een omvang van 2% van de ziekenhuiszorg zijn 30 mensen onterecht in het ziekenhuis opgenomen) ook elders in het land gelden, dan gaat het om zo’n 1500 mensen per dag. Dat loopt al gauw op tot tientallen miljoenen euro’s per jaar.  

Er zijn natuurlijk verschillende oorzaken van deze ‘mismatch’. Personeelstekort is er één van. Maar minstens zo belangrijk is het gebrek aan regie. En dat is een rechtstreeks gevolg van de introductie van marktwerking in de zorg in 2006. Er is een waslijst aan voorbeelden waar marktwerking, bedoeld om de zorg goedkoper en kwalitatief beter te maken, tot verspilling van middelen leidt. Zo dwingt het systeem zorgaanbieders en zorgverzekeraars om voor alle denkbare verrichtingen te onderhandelen over de prijs. Zelfs als een zorgaanbieder deze behandeling niet aanbiedt. Daar zijn aan beide zijden veel medewerkers mee gemoeid. Concurrentie betekent bovendien dat er een verbod is op het prijsgeven van ‘bedrijfsgevoelige informatie’. In gewoon Nederlands: een zorgaanbieder mag niet zeggen wat de prijs en de kwaliteit van zijn behandeling is. Dat maakt het moeilijk om de door iedereen onderschreven verplaatsing van zorg van de dure 2e lijn naar de goedkopere 1e lijn te realiseren. Want hoe kun je de zorgverlener die de zorg overneemt compenseren als onduidelijk is wat er bespaard wordt?

Op basis van de marktwerking verplicht de Nederlandse Bank de zorgverzekeraars grote buffers aan te houden. De omvang van deze buffers is mede afhankelijk van de samenstelling van het verzekerdenbestand: oudere verzekerden vergen een grotere buffer. Door de belastingdienst worden soms naheffingen opgelegd op grond van concurrentievoordelen. Het trof het Catharinaziekenhuis in Eindhoven. Dit ziekenhuis had de schoonmaak ingericht als intern bedrijfsonderdeel. Daarmee hoefde geen BTW te worden afgedragen. Maar volgens Europees recht had het ziekenhuis daarmee een onterecht concurrentievoordeel. Er volgde een naheffing van €5.8 mln. Deze risico’ s leiden er weer toe dat zorgaanbieders fiscalisten en andere consultants inhuren.

En dan is er nog het ‘klein bier’: de toezichthouders die in de gaten houden of de betrokken partijen zich wel aan de voorwaarden van marktwerking houden. (Alleen al de Autoriteit Consument en Markt heeft voor de afdeling Zorg 40 fte in dienst.) Het zijn allemaal kostenposten die de zorg niet verbeteren en al helemaal niet goedkoper maken. Als we die overbodige uitgaven schrappen, is er ruimte genoeg voor de gevraagde loonsverhoging voor verpleegkundigen.