Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen in Oekraïne — de tweede na de Euromaidan-opstand van 2014. Het is het land dat ons als buffer dient tegen Rusland niet goed vergaan. Niets is wat het lijkt in de Oekraïense politiek. Hans Oversloot laat zien hoe het spel van macht en geld er gespeeld wordt, en waarom ook een tv-acteur kans maakt op het presidentschap.

Een paar maanden na de tweede Maidan-opstand, waardoor president Viktor Janoekovitsj het land moest verlaten en de huidige president Petro Porosjenko zijn plek uiteindelijk kon innemen, schreef ik een stukje in S&D over de voorzienbare gevolgen van die opstand, dat in augustus 2014 werd gepubliceerd onder de titel ‘Oekraïne: meer continuïteit dan verandering’.1 Vier jaar later, een klein halfjaar verwijderd van nieuwe presidentsverkiezingen, is de politieke situatie in Oekraïne niet beter dan kort na de opstand, eerder slechter. De politiek-economische verhoudingen zijn niet ten principale veranderd en de hoop op verbetering die velen begin 2014 nog koesterden, is vergaan. Het bewind van Porosjenko is voor menigeen de geschiedenis van een desillusie geworden. 

De boodschap die ik in dit artikel uiteen zal zetten is: (a) dat er geen reden is voor het crazy enthousiasme van een flink aantal West-Europese politici over de morele oriëntatie van de inwoners van Oekraïne en hun politieke leiders tot heden; (b) dat er geen reden is aan te nemen dat deze Oekraïne-supporters in de nabije toekomst alsnog gelijk zullen krijgen; en (c) dat de presidentsverkiezingen die in maart 2019 zijn voorzien er niettemin toe doen.

Porosjenko en andere oligarchen

Op zondag 31 maart 2019 zijn in Oekraïne presidentsverkiezingen voorzien. De termijn van vijf jaar van zittend president Petro Porosjenko zit er dan op en waarschijnlijk stelt zich hij kandidaat voor een tweede termijn — als de verkiezingen doorgaan. In de opiniepeilingen scoort Petro Porosjenko slecht — hij lijkt thans de steun te hebben van nog geen 10 % van het electoraat — en hij lijkt onder de andere oligarchen weinig vrienden te hebben gemaakt.

Een wet die eerder dit jaar is aangenomen geeft de president de vrijheid de oorlogstoestand af te kondigen zonder voorafgaande toestemming van de Verchovna Rada (de Opperste Sovjet: het Oekraïense parlement) of van enige andere staatsinstelling.2 Als Petro Porosjenko’s politieke positie wanhopig wordt — als hij geen kans zou maken op herverkiezing en concurrenten hem geen onschendbaarheid kunnen of willen verzekeren
ook na ommekomst van zijn presidentstermijn — wie weet wat een kat in het nauw dan doet. De oorlogstoestand brengt (tijdelijk) soelaas, althans verkiezingen worden niet gehouden en de zittende president, opperbevelhebber van de strijdkrachten, krijgt bijzondere bevoegdheden. De formele scheiding der machten houdt op te bestaan en de president krijgt alle ‘uitvoerende apparaten’ in handen. Het is misschien niet waarschijnlijk dat Porosjenko zal speculeren op het uitroepen van de oorlogstoestand, maar dat de president dit kan is ook bij zijn concurrenten bekend — bij zijn ‘formele’ concurrenten zowel als bij de machtige, rijke mannen achter bepaalde tegenkandidaten.

Sommige van die machtige, rijke mannen hebben geen formele positie in de Verchovna Rada, in het kabinet of in de uitvoerende macht van Oekraïne, andere wel. Porosjenko is een oligarch die zowel een staatsambt bekleed — president van de republiek — als aan het hoofd staat van een zakenimperium. De Europese Unie verlangde in ruil voor steun van Europa aan diens regiem dat hij afstand nam van zijn zakelijke belangen, maar dat is niet gebeurd. Porosjenko is president geworden, maar zakenman gebleven, en hij is tijdens zijn presidentiële bewind weer rijker geworden.

Dmitro Firtasj, Igor Kolomojski, Viktor Pintsoek, Viktor Medvetsjoek, Sergej Taroeta, Rem Achmetov en een aantal oligarchen van kleiner kaliber hadden in of kort na 2014 meer of minder vermogen ingeleverd, maar ook met een aantal van hen gaat het sinds 2016–17 weer beter, soms veel beter. De vermogens- en inkomensverdeling in Oekraïne is ook na Janoekovitsj zeer ongelijk.

Volodimir Grojsman (of Hroisman) was burgemeester van Vinnytsja, waar zich een hoofdvestiging bevond van Porosjenko’s Rosjen-chocoladebedrijf, een van de grootste werkgevers van die stad. Porosjenko droeg Grojsman in 2016 voor als premier, als opvolger van Arseni Jatsenjoek. Dat Volodimir Grojsman, die al ruim voor zijn dertigste voltijds werkzaam was in politiek en bestuur (net 28 jaar oud werd hij burgemeester van Vinnytsja), in 2016 bij zijn inkomensverklaring opgaf dat hij thuis (samen met zijn vrouw) 1,2 miljoen Amerikaanse dollar en 460.000 euro in contant geld had liggen, plus een verzameling horloges — ik vind het merkwaardig, en u misschien ook. Let wel, Grojsman was toen al premier. In ‘die kringen’ is dit volkomen normaal, en er waren anderen die meer hadden. De broers Bogdan en Jaroslav Doebnevistj, in die tijd — en nog steeds — lid van het parlement voor het ‘Petr Porosjenko Blok’, hadden samen 26 miljoen Amerikaanse dollars in baar geld thuis liggen.3

De meeste parlementariërs in Oekraïne zijn miljonair — in euro’s wel te verstaan — en dit in een land waar het gemiddelde maandsalaris nog geen € 300 bedraagt. Velen zijn al miljonair voor ze als lid van de Verchovna Rada worden gekozen, anderen worden het in loop van hun eerste termijn. We hebben het over politici die in meerderheid de tweede Maidan-opstand in 2014 hebben meegemaakt of gesteund. Dit zijn de leiders van de mensen die ‘onze Europese waarden’ heetten te zijn toegedaan. Dit zijn de mensen die het regiem vormden waarmee ‘wij moesten solidariseren’ volgens Alexander Pechtold, Guy Verhofstadt, Hans van Baalen, Frans Timmermans en anderen.4

Oekraïne is — nog steeds — een oligarchie met populistische trekken. De politieke elite is niet beter, democratischer, fatsoenlijker of Europeser en is niet minder corrupt en niet minder parasitair dan de politieke en economische elite van Rusland — terwijl de suggestie van veel berichten die in ‘Brussel’ (EU en NAVO) en ‘Den Haag’ hun oorsprong vinden, is dat Oekraïne ‘westers’ is en bij ‘ons’ wil horen. Rusland zou corrupt, tiranniek, en anti-Europees zijn en ons (inclusief Oekraïne) bedreigen. Rusland ís corrupt en tiranniek, maar is het contrast met Oekraïne wel zo helder? Is er sowieso veel verschil?

Oekraïne is niet zo groot als Rusland en vormt geen militaire dreiging. Maar belangrijk ook: Oekraïne wordt thans geleid door een kleptocratie die naar de vorm — en niet veel meer — voor ‘onze waarden’ kiest, maar die misschien toch vooral voor onze financiële bijdragen een buiging maakt. Men kan dit geld misschien ook in Rusland vinden, maar het Oekraïens-nationale sentiment staat niet toe dat dit te veel en te openlijk gebeurt.

Ondertussen is de handel met Rusland in 2017 weer toegenomen. Rusland was toch al en is zelfs weer in toenemende mate veruit de belangrijkste handelspartner van Oekraïne, zowel wat import als export betreft. En dit ondanks het wegvallen van de gebieden in Oost-Oekraïne die in het bijzonder op Rusland waren georiënteerd en voor een deel zelfs integraal met de industrie van Rusland waren verbonden. President Petro Porosjenko bezit trouwens zelf ook fabrieken in Rusland, terwijl het toch die vreselijke vijand is. De productie van die succesvolle ondernemingen verschijnt niet als import en export in de cijfers, omdat deze vooral in Rusland zelf wordt afgezet.

Muur

Het presidentschap van Porosjenko kan moeilijk een succes worden genoemd. De voortdurende economische malaise kan niet alleen aan het verlies van Sebastopol en de Krim en aan de bezetting van de districten Loegansk en Donetsk worden toegeschreven. Het gebeurt wel, maar dit is vreemd als men bedenkt dat eerder uit Oekraïens-nationale hoek juist het verhaal kwam dat dit oostelijke, Russischtalige ‘ouderwets geïndustrialiseerde’ deel van Oekraïne geld kostte en de economische ontwikkeling en bloei van het land tegenhield.

De (re)militarisering van Oekraïne na de bezetting en ‘bevrijding’ van de Krim verhinderen economisch nuttiger gebruik van belastinggelden. Tot die uitgaven kun je Oekraïne ‘gedwongen’ noemen, maar is dit wel zo? Je zou ook kunnen opmerken dat toen Oekraïne zijn strijdkrachten verwaarloosde, althans weinig uitgaf aan marine, land- en luchtmacht, het land ook al niet floreerde. Maar nu gooit men inderdaad geld weg. Waarom een paar honderd miljoen dollar uitgegeven aan antitankwapens? Als Rusland echt wil, houdt dit ze niet tegen. Om ‘ons’ te tonen dat zij, Oekraïne, onze hulp waardig zijn, omdat zij, de Oekraïners, zich offers getroosten om ‘naar vermogen’ de vijand te weerstaan?

Of neem het zotte plan om een muur te bouwen langs de hele Oekraïens-Russische grens. Hoe kun je geloven dat dit de vijand tegenhoudt of zelfs lang zal kunnen ophouden? Want die muur komt nooit af, die grens is heel erg lang, de kosten zijn enorm.5 Een militaire barrière zoals oorspronkelijk was voorzien over een lengte van 1.500 kilometer grens zou miljarden euro’s kosten. De plannen zijn inmiddels bijgesteld en de barrière zal over vele kilometers niet veel meer betekenen dan een strook niemandsland met prikkeldraad die feitelijk vooral de plaatselijke bevolking zal hinderen. Zolang de ‘volksrepublieken’ Loegansk en Donetsk bestaan, is de grens met Rusland op die manier sowieso niet te sluiten. Dit jaar nog moet het project worden voltooid. Van het geld dat er inmiddels aan de bouw van deze muur is uitgegeven, is een flink deel zoekgeraakt, achterovergedrukt en aan lik en smeer blijven hangen. Dit gebeurt in de regel bij grote infrastructurele projecten. Het plan voor de bouw van de muur was afkomstig van premier Arseni Jatsenjoek, Grojsmans voorganger, die het in september 2014 lanceerde.

Voortdurende corruptie

De tweede Maidan-opstand, die begin 2014 plaatsvond was net als de eerste opstand ook een protest tegen de corruptie van het heersende regiem geweest. Dat de grootschalige corruptie bij de bouw van de muur door het nationale anti-corruptiebureau is ontdekt, kun je een succes van het anti-corruptiebeleid van het huidige regiem noemen. De EU hecht zeer aan corruptiebestrijding.6

Je zou er daarentegen ook op kunnen wijzen dat het huidige regiem voor nieuwe corruptiemogelijkheden voor deels nieuwe mensen heeft gezorgd, en dat ‘het systeem’ werkt als vanouds en er ten principale niets is veranderd. Corruptie is endemisch, het is zoals het was. En wat de beschuldigingen van corruptie betreft: corrupt zijn altijd de anderen.

Het precies meten van corruptie is onmogelijk, maar op de — toegegeven — onzuivere Corruption Perceptions Index van Transparency International heeft Oekraïne sinds 2004 (de eerste Maidan, die Viktor Joesjtsjenko aan de macht bracht) en sinds 2014 (de tweede Maidan) nauwelijks vorderingen gemaakt. Op de index van 2017 staan Nieuw-Zeeland, Denemarken en Finland als minst corruptie landen vermeld, staat Rusland gedeeld op plaats 135 en Oekraïne gedeeld op 130. Feitelijk verschillen de scores van beide landen sinds ze in 1998 in de index zijn opgenomen, slechts weinig — en al die tijd al staan Finland, Nieuw-Zeeland en Denemarken bovenaan en staat Nederland rond plaats 8.7

Het bruto nationaal product (bnp) van Oekraïne is in 2014 fors teruggevallen, tussen 2013 en 2014 ongeveer gehalveerd, en in 2016 en 2017 weer een beetje opgekropen, maar als je deze bnp-groei als de verdienste van het regiem van Porosjenko beschouwt, dan moet je de enorme bnp-groei tussen 2009 en 2013 misschien ook toeschrijven aan het inderdaad corrupte regiem van president Viktor Janoekovitsj, die vanwege de tweede Maidan in 2014 juist het veld moest ruimen.8

De staatsschuld als percentage van het bnp is van 2013 tot 2017 alleen maar toegenomen, van 40 % van het bnp in 2013 tot 81 % in 2016. Het werkloosheidscijfer blijft de laatste jaren net boven 9 % hangen, en dit ondanks de enorme uittocht van arbeidskrachten naar Rusland, Tsjechië, Polen en elders — het gaat om vele honderdduizenden arbeidskrachten (vooral mannen), waarschijnlijk zelfs miljoenen.

Oekraïne Oekraïenser

In één opzicht is Oekraïne misschien ‘simpeler’ geworden en makkelijker te besturen, maar dit is dan wel een positief effect met een Januskop. Een groot deel van de Russischtalige bevolking valt nu feitelijk buiten het bereik van Kiev. De Krim en Sebastopol, met samen 2,5 miljoen inwoners, zijn als ‘stad van federale betekenis’ (Sebastopol) en de Krim-republiek het 84ste en 85ste ‘subject’ van de Russische Federatie geworden, en over de nog resterende inwoners van de ‘volksrepublieken’ Loegansk en Donetsk heeft Kiev geen gezag meer. Deze merendeels op Rusland georiënteerde (voormalige) Oekraïense paspoorthouders stemmen niet meer in Oekraïense verkiezingen en verzetten zich dus ook niet meer tegen het Oekraïens-nationale programma ter versterking van het Oekraïens-nationale karakter van de staat.

Bovendien zijn uit het Donbass-gebied één miljoen mensen naar Rusland gevlucht. Volgens de Russische federale migratiedienst telt Rusland zelfs 2,6 miljoen migranten uit Oekraïne.9 Feitelijk bij elkaar zo’n 4 miljoen mensen of meer die zich niet langer tegen de Oekraïnisatie-politiek (kunnen) verzetten. Aan de andere kan: precies dit project om van alle mensen die in Oekraïne wonen echte Oekraïners te maken vormde eerder de voedingsboden voor het verzet tegen Kiev in deze nu verloren gegane landsdelen. Want de Krim en Sebastopol komen niet meer terug.10 En wat Kiev thans — volgens de Minskakkoorden — wel bereid zou zijn te doen: die oostelijke gebieden laten in hun Russischtalige en Russisch-culturele eigenheid binnen Oekraïens staatsverband, is onvoldoende om die gebieden terug te brengen in Oekraïense staatsverband. Het zou waarschijnlijk niet tot afscheiding zijn gekomen als men eerder tot deze ‘concessie’ bereid was geweest — en nu is het te laat.

De laatste vier jaar is het Oekraïne economisch niet goed gegaan: nauwelijks groei van het bnp, blijvende hoge werkloosheid (ondanks gelijkblijvende lage lonen en uitkeringen) en een toename van de staatsschulden. Er zijn weinig of geen tekenen die erop wijzen dat het politieke en economisch systeem minder corrupt is geworden. Politiek belangrijker: er zijn weinig mensen in Oekraïne die geloven dat er vorderingen in die richting zijn gemaakt. In politiek opzicht staat Oekraïne er zelfs veel slechter voor dan kort na de tweede Maidan.

De Maidan-opstand (in feite een succesvolle opstand via de straat tegen een volgens westerse waarnemers op correcte wijze in vrije verkiezingen gekozen president), had althans een deel van de bevolking nieuwe hoop gegeven. Die hoop is vervlogen, en velen zijn ontgoocheld.11 De overgrote merendeel van de bevolking rekent de belangrijkste politieke — idealiter democratische — instellingen van het land tot de meest corrupte ‘openbare diensten’: 82 % van de bevolking rekent het parlement tot die corrupte instellingen, 81 % beschouwt de rechtbanken als corrupt, 75 % het openbaar ministerie, 75 % de regering. En 74 % van de bevolking beschouwt de politieke partijen van Oekraïne als corrupt. De Politikvertdrossenheit is enorm, onder de jeugd, maar niet alleen onder de jeugd: 70 % tot 80 % van de Oekraïense bevolking heeft een diep wantrouwens jegens de politieke leiders. De cijfers zijn van 2017 en ze verschillen enigszins per onderzoek, waarschijnlijk ook mede afhankelijk van de precieze vraagstelling, maar na de tweede Maidan is het wantrouwen jegens de belangrijkste politieke instellingen en leiders in het algemeen — opnieuw — enorm.

Nieuwe dienstplicht

In 2014 is onder president Porosjenko en premier Oleksandr Toertsjinov de dienstplicht weer ingevoerd, die juist onder Janoekovitsj in 2013 was afgeschaft. Oekraïne wil uiteindelijk kunnen beschikken over een staand kaderdienstplichtigenleger van 250.000 man. Bij een deel van de bevolking is de herinvoering van de dienstplicht slecht gevallen. Velen hebben er problemen mee mogelijk te worden ingezet tegen en te zullen moeten schieten op landgenoten.

Dienst doen in een (ex-)Sovjet-stijl leger is voor veel jongens sowieso geen lolletje.12 Wie contacten heeft — en geld — kan zich er vaak op een ‘legale’ manier onderuit werken. Niet iedereen kan dat: tegen ruim 26.800 man was al in 2017 een zaak aanhangig gemaakt wegens het ontduiken van de dienstplicht.13 Het huidige politieke regiem probeert van het leger een instrument te maken dat de Oekraïense natie zal beschermen en tevens vormen; maar lang niet alle inwoners zijn daarover enthousiast.

De vrijwilligersregimenten die aanvankelijk de strijd aanbonden tegen de opstandelingen (tegen de ‘Moskovieten’ met en zonder Oekraïens paspoort) in het oosten en zuidoosten van het land, zijn opgenomen in het reguliere leger, maar toch niet helemaal. Men heeft — ondanks een screening van die bataljonsleden — in feite nogal wat boeven, echte criminelen, op de loonlijst van het ministerie van defensie gezet, terwijl oorspronkelijke sponsors van die vrijwilligersbataljons of -regimenten (Igor Kolomojski en anderen) hun bijzondere contacten met die legeronderdelen zijn blijven onderhouden.

De ‘reguliere strijdkrachten’ zijn nog steeds een merkwaardige vermenging van staatsmilitairen en particuliere weerkorpsen. Zo is het rechts-nationalistische en inderdaad fascistische en antisemitische Azov-regiment in het Oekraïense leger opgenomen, maar heeft zich annex dit regiment in 2017 weer de particuliere ‘Oekraïense Nationale Militie’ gevormd, die in februari 2018, zeshonderd man sterk, geüniformeerd en strak in het gelid, door Kiev paradeerde.14 Bizar genoeg wordt het Azovregiem gesponsord door Igor Kolomojski, die behalve een Oekraïens ook een Cypriotisch en een Israëlisch paspoort heeft, wat volgens de Oekraïense wet niet kan, maar toch kan; en die voorzitter is van de Verenigde Oekraïens Joodse Gemeenschap en van de Europese Raad van Joodse Gemeenschappen.

Waar in Rusland de zogenaamde machtsministeries met elkaar concurreren, maar zich onderschikken aan president Poetin, en ook de paramilitaire-organisaties in Rusland aan de president ondergeschikt zijn — direct of indirect ook hun belangrijkste financier — bestaat in Oekraïne niet zo’n formeel en feitelijk hoogste autoriteit. De ‘reguliere strijdkrachten’ vallen onder het ministerie van defensie, thans onder Anatoli Hrystenko als minister van defensie, terwijl het opperbevel formeel berust bij president Porosjenko. De Oekraïense veiligheidsdienst OeSB, opvolger van de KGB in Oekraïne, met zo’n 30.000 voltijds medewerkers, vaart zijn eigen koers en heeft ook eigen bronnen van inkomsten. De nationale politie van Oekraïne, met 120.000 geüniformeerde medewerkers, staat daar geheel los van, concurreert daarmee en valt onder minister van Binnenlandse Zaken Arsen Avakov, die mede daardoor een van de machtigste politici van Oekraïne is. Avakov heeft zijn eigen politieke agenda en is verbonden met de partij Volksfront. De fractie van Volksfront wordt geleid door Arseni Jatsenjoek, die in februari 2014 tot premier werd benoemd, maar in april 2014 alweer tot aftreden werd bewogen om plaats te maken voor Porosjenko’s ‘eigen’ Volodimir Grojsman.

Presidentiële kandidaten

Het Porosjenko-blok concurreert met het Volksfront, maar de parlementsfracties van beide partijen zijn gehouden de huidige regeringscoalitie te blijven steunen. Momenteel vormen zij in het parlement samen de meerderheid (het Volksfront met 81 zetels en het Porosjenko-blok met 136).15 Hun electorale positie is volgens peilingen echter zo zwak en hun aanhang zo geslonken dat ze nieuwe parlementsverkiezingen moeten vrezen. Het huidige parlement is in oktober 2014 gekozen; reguliere verkiezingen voor de Verchovna Rada staan in oktober 2019 weer op de rol, maar een halfjaar daarvoor dus eerst de Oekraïense presidentsverkiezingen.

Het Porosjenko-blok staat er slecht voor in de peilingen van 2018; de kandidatuur van Porosjenko bij nieuwe presidentsverkiezingen wordt door tussen 6,8 % en 15,3 % van het electoraat gesteund.16 Zijn rating is nogal afhankelijk van het moment van peiling en van
de (methode van de) peilende instelling; zijn laagste ratings zijn de meest recente.

Oleg Tjagnibok, een Oekraïens-nationale ultra, is kansloos, met tussen 2 % en 4 % van de stemmen in de peilingen. Oleg Ljasjko (van de Radicale Partij), ook zo’n ultra, deed het bij de presidentsverkiezingen in 2014 met 8,3 % van de stemmen heel goed (als derde eindigend), destijds waarschijnlijk gesteund door Rinat Achmetov. Hij haalde in verschillende peilingen en bij verschillende onderzoeksinstellingen in 2018 7,1 %–16 % van de stemmen, en recenter 9 %–11,1 % van de stemmen. Heel veel beter dan in 2014 zal Ljasjko het in maart 2019 misschien niet doen, maar met zo’n (potentiële) aanhang is zijn partij en zijn kandidatuur wel een factor om rekening mee te houden.

Anatoli Hrystenko, minister van defensie, van de partij Burgerlijke positie (nog zonder zetels in het parlement) scoorde in recente peilingen 9,7 %–13,7 % van de stemmen. Joeri Bojko, parlementariër van het Oppositieblok en verbonden met de Partij van de Regio’s (van de verdreven president Viktor Janoekovitsj), scoort een verhoudingsgewijs aanzienlijke 9 % tot 19 % van de stemmen in recente peilingen. Hij werd en wordt mogelijk nog steeds gesteund door de oligarch Dmitro Firtasj en interessant is ook dat Bojko, afkomstig uit de provincie Donetsk, staat voor of wordt geassocieerd met wat er over is van de cultureel (en ook zakelijk) op Rusland georiënteerde inwoners van Oekraïne. Het Oppositieblok telt momenteel 43 zetels in de Verchovna Rada.

Er circuleert een groot aantal namen van (mogelijke) presidentskandidaten, en in de opiniepeilingen scoort geen van de mogelijke kandidaten (nog) erg hoog. Aan kop gaat voorlopig Joelia Timosjenko. Zij heeft al aangekondigd dat zij zal meedoen — niemand verwachtte ook anders. Timosjenko, in eerdere regeringen vicepremier en herhaaldelijk eerste minister, leider van de Vaderland-partij (met 20 zetels in het parlement), een vrouw met een sterk politiek instinct en een enorme politieke machtshonger, doet het in de recente opiniepeilingen het best. Tussen 16,2 % en 18,8 % van het electoraat zegt haar kandidatuur te zullen steunen.

De aanduiding ‘politieke machtshonger’ vereist misschien uitleg. Veel oligarchen verlangen de macht die nodig is om rijk te worden en rijk te blijven. Voor rijkdom en economische macht is politieke macht een voorwaarde; en helaas ook andersom, lijkt het. In de publieke sfeer werken de oligarchen dikwijls met zetbazen, met partijen die zij financieren en politici die zij groot maken en die vervolgens hun zakelijke belangen moeten dienen. De ondergang van Viktor Janoekovitsj is in elk geval mede veroorzaakt door zijn geldhonger. Het was hem niet genoeg de rijkelijk beloonde zetbaas van andere, grotere zakenlieden te zijn, vooral van Rinat Achmetov. Janoekovitsj was een eind op weg zich als president — via zijn zoon — zo rijk te stelen, dat hij de concurrent werd van zijn vroegere chef(s). Hij dreigde zich onafhankelijk te maken.

Joelia Timosjenko heeft zich ook een vermogen vergaard, vooral als voormalige rechterhand van energiehandelaar Pavlo Lazarenko. (Lazarenko werd later eerste vice-premier en later zelfs premier van Oekraïne; én hij was een crimineel.17) Timosjenko zit kennelijk anders in elkaar. Haar eerste en voornaamste doel is de politieke macht zelf. Politieke macht is voor Timosjenko niet in de eerste plaats bedoeld om een (eigen) particulier vermogen te borgen en te vergroten.

Deze oriëntatie maakt haar een geduchte concurrent van veel politici, zeker van Porosjenko. Timosjenko’s relatief grote populariteit is deels toe te schrijven aan haar positie in de relatieve marge van de huidige Oekraïense politiek. Zij wordt minder getroffen door de onvrede over de huidige president en de huidige regering. Zij kan voorgeven dat zij de doelstellingen van Maidan trouw is gebleven, dat zij de Oekraïners niet heeft teleurgesteld. Het wordt niettemin ook voor haar lastig om te winnen.

Zij zal waarschijnlijk bondgenootschappen moeten sluiten om kans te maken op het presidentschap. Dat zal moeilijk zijn, omdat het inmiddels alle beroepspolitici in Oekraïne duidelijk zal zijn dat Timosjenko alleen tevreden is met de hoofdprijs. Voor tweede viool (als premier) lijkt zij niet geschikt. Elke ‘partner’ zal zich uiteindelijk tevreden moeten stellen met de rol van helper; maar met haar huidige, zowel in absolute als in relatieve termen nog geringe populariteit zal zij ook de beste helper geen interessante plek onder haar presidentschap kunnen verzekeren. Daar is zij (nog) niet sterk genoeg voor. Omdat Porosjenko eerst en vooral geïnteresseerd lijkt in geld — hij is steenrijk en heeft de reputatie een vrek te zijn en aan zijn bezit te kleven — kan hij worden afgekocht. Hij zou er waarschijnlijk wel toe zijn te bewegen in de politiek een stap terug te doen, zolang hij er maar zeker van kan zijn dat zijn vermogen hem niet wordt afgepakt.

Dienaar van het volk

Een interessant teken van de huidige afkeer van de politiek, althans van het politieke establishment in ruime zin, is de steun in de opiniepeilingen voor een tweetal nogal onwaarschijnlijke kandidaten voor het presidentschap: niet-partijgebonden leadzanger van de popgroep Okean Eljzy (De oceaan van Elza) Svjatoslav Vakartsjoek, en de acteur Vladimir Zelenski, die vooral bekend is geworden door zijn hoofdrol in de tv-serie Sloega Narodoe/Sloega Naroda (Dienaar van het volk — met een Russische en een Oekraïense titel).

Svjatoslav Vakartsjoek is niet alleen een rockidool, hij is ook nog eens een afgestudeerd fysicus en zoon van Ivan Vakartsjoek, die hoogleraar natuurkunde was aan de universiteit van Lvov, later rector en van december 2007 tot 2010 minister van onderwijs en wetenschappen onder premier Joelia Timosjenko. Svjatostav zelf was in 2007–2008 lid van de Verchovna Rada in de fractie van Ons Oekraïne — Nationale Zelfverdediging (opgehouden te bestaan in 2012), een steunfractie van de toenmalige president Viktor Joesjtsjenko.

Svjatoslav Vakartsjoek junior is dus bekend met het politieke bedrijf en hij heeft een massapubliek als muzikant. Of hij feitelijk aan de verkiezingen van 31 maart 2019 zal deelnemen is niet bekend; opiniepeilers houden er rekening mee. Als Vakartsjoek zelf niet deelneemt, heeft hij misschien genoeg gezag om zijn politieke en muzikale fans ertoe te bewegen te stemmen op de kandidaat van zijn keuze. Eén van Vakartjoesks bekende popsongs (met videoclip) was opgedragen aan de nagedachtenis van strijders van het Azov-regiment: Schiet (AZOV).18

Vladimir Zelenski is weer een ander verhaal. Zelenski is al ‘president van Oekraïne’ geweest in de komische politieke televisieserie Dienaar van het volk, waarvan ik de 24 afleveringen van de eerste twee seizoenen (2015–16) heb gezien (er zijn tot heden in elk geval 48 afleveringen gemaakt, tot november 2017). Geweldig. Een serieuze komedie over de actuele Oekraïense politiek, met veel humor in de karakters én in het scenario, af en toe schokkend van echtheid, maar toch leuk en met een paar heel sympathieke hoofdrolspelers — anders dus dan in de echte politiek.

In december 2017 begon Dienaar van het volk afstand tot de werkelijkheid te verliezen door de oprichting van een echte politieke partij onder dezelfde naam. Of Zelenski meedoet aan de verkiezingen — ik neem het niet aan. Ondertussen is duidelijk wat een flink deel van het electoraat aantrekt in ‘president Goloborodko’, zijn personage in de serie. Het is het verhaal van de politiek en maatschappelijk betrokken geschiedenisleraar Vasili Goloborodko, die zijn kritiek op de politiek en de politieke elite van Oekraïne formuleert in een uitzinnige, maar goed gearticuleerde tirade, die door een van zijn leerlingen wordt opgenomen en op internet gezet. Het filmpje gaat viral, zoals dat heet. Zijn fulmineren tegen corrupte politici die vooral aan zichzelf denken en zelden aan een algemenere belang, wekt sympathie en slaat aan en na crowdfunding kan er zelfs een ‘echte’ campagne worden gevoerd. Hij wint de verkiezingen en maakt van vrienden en kennissen eerlijke ministers… en zo nog tientallen afleveringen verder, want met een paar eerlijke mensen aan het hoofd ben je er nog niet, blijkt ook in de serie wel.

In Dienaar van het volk komt ook een groepje oligarchen voor die politiek bedrijven als een marionettenspel. De oligarchen zijn vanzelfsprekend de marionettenspelers en de heren politici, ook de hoogste, zijn de poppen. Vasili Goloborodko (gespeeld dus door Zelenski) hangt niet aan hun touwtjes. Een van die oligarchen is duidelijk geïnspireerd op Kolomojski een ander duidelijk op Rinat Achmetov… een geweldige serie.

Maar misschien wint Porosjenko (de echte) straks toch een tweede termijn, met steun van Achmetov, met wie het ondanks gedonder in het oosten van de Oekraïne, waar hij veel bezittingen heeft, toch weer redelijk goed gaat — alsdan waarschijnlijk tegen de zin van Kolomojski, maar wie weet… Porosjenko staat nu weliswaar laag in de peilingen, maar kiezersgunst is te beïnvloeden. In een politiek bedrijf waarin spin en waarheid soms niet zijn
te onderscheiden, en politieke technologen in dienst van multimiljardairs kleien met de democratie, zijn opiniepeilingen soms weinig meer waard dan de voorspellingen van voetbaluitslagen — maar dan van wedstrijden waarbij duistere krachten (een aantal oligarchen) een aantal spelers en officials (niet altijd duidelijk wie) met geld en beloften hebben omgekocht.

Democratie met zwijgen gediend?

En dan toch zijn die verkiezingen belangrijk. Als de verkiezingen doorgaan en als de oligarchen, mogelijk onder druk van de EU, ertoe kunnen worden gebracht van het democratisch proces geen farce te maken, dan is dit op zichzelf al heel wat. Ik verwacht niet dat dit zal gebeuren, maar ik hoop het wel.

Vooral vanuit de Verenigde Staten — met woordvoerders als Adrian Karatnycky en Alexander J. Motyl anderen uit de foreign policy establishment — wordt het huidige Oekraïne geprezen als een (gevestigde) democratie, wordt Petro Porosjenko op het schild geheven als hervormer, en wordt vooral de EU gegispt om het belang dat zij wenst te hechten aan bestrijding van corruptie. Want met dit ‘zeuren over corruptie’ (ze zeggen het net anders, maar dit bedoelen ze) verzwak je de leiding van het land dat inmiddels — dankzij het regiem- Porosjenko — een substantiële militaire macht vormt tegen Rusland.

Oekraïne staat aan ‘onze’ kant.19 Onze kritiek op het huidige bewind, zo houden deze Amerikaanse woordvoerders vol, versterkt slechts de positie van populisten van links en van rechts in dat land. Hoe dit het geval zou zijn, ik begrijp het niet, maar de boodschap is duidelijk. Voor Karatnycky en Motyl — Motyl toch een vooraanstaand academicus — lijkt politieke opportuniteit het in de beschouwing van de toestand in Oekraïne het al te hebben gewonnen van de vraag wat er al dan niet waar is van de kritiek op de politieke leiders.

  • 1. Hans Oversloot, ‘Oekraïne: meer continuïteit dan verandering’, in: S&D 2014/4, pp. 80–86.
  • 2. Zie ook: Alya Shandra, ‘Not yet ATO [sic], not yet War/ Ukraine adopts controversial “Donbass reintegration” bill’, in: Euromaidan Press. News and views from Ukraine, via: http:// euromaidanpress.com/2018/ 01/18/ukraine-adopts-donbasreintegration- bill-minsk/.
  • 3. Alessandra Prentice, ‘Ukrainians shocked as politicians declare vast wealth’, World News, 31 oktober 2016 (www. reuters.com/article/us-ukraine- crisis-corruption/ukrainians- shocked-as-politiciansdeclare- vast-wealth-idUSKBN- 12V1EN). Zie ook: https://pep. org.ua/en/person/4892, en: https://pep.org.ua/en/person/ 4893.
  • 4. Guy Verhofstadt verdient naast zijn salaris als Europarlementariër trouwens ook zo’n € 200.000 à € 300.000 per jaar bij met lezingen en als lid van de raad van bestuur van investeringsmaatschappij Sofina. Zie: www.hln.be/ nieuws/binnenland/zo-veelverdient- verhofstadt-aanextra- s~a9871712a/.
  • 5. ‘Proekt “stina”’ (Project ‘muur’), in: https://uk.wikipedia. org/wiki/.
  • 6. De EU zegt zeer te hechten aan de strijd regen corruptie, maar anderzijds vindt een aantal Oekraïense oligarchen in persoon, en van een groter aantal hun ‘ill-gotten gains’, een hartelijk welkom in verschillende EU-landen. Zie ook: Taras Kuzio, ‘Will Europe help or hinder Ukraine in corruption fight?’, in: EUobserver, 12 juni 2018, via: https://euobserver. com/opinion/142047.
  • 7. Alle rankings die Transparency International sinds 1995 heeft gemaakt zijn eenvoudig via internet te vinden. Wat die index verder ook zegt: in 2016 stond Oekraïne op de 131ste plaats, samen met onder meer Rusland, in 2015 bezette Rusland een gedeelde 119de en Oekraïne een gedeeld 130ste plaats, in 2014 resp. 136 en 142. In 2013, het laatste volle presidentiële jaar van Viktor Janoekovitsj, bezette Oekraïne een gedeeld 144ste en Rusland een gedeeld 127ste plaats.
  • 8. In 2008 bedroeg bet bnp van Oekraïne $ 180 mrd. In 2009 viel dit terug tot $ 117 mrd, en in 2013 was Oekraïne de (wereldwijde) financiële crisis weer te boven en bedroeg het bnp $ 183 mrd. Na een dieptepunt in 2013 ($ 91 mrd) — dus vóór de annexatie van de Krim en Sebastopol en het verlies van Loegansk en Donetsk — kroop het bnp in 2017 weer op tot $ 112 mrd.
  • 9. In dit cijfer zijn waarschijnlijk vluchtelingen met een erkende vluchtelingenstatus inbegrepen, en vluchtelingen waarvan de asielaanvraag nog in behandeling is, alsook andere migranten uit Oekraïne. Vele honderdduizenden Oekraïners vonden en vinden in Rusland werk en een aanzienlijk deel (precieze getallen zijn mij onbekend) van de arbeidsinkomsten die in Oekraïne worden besteed, zijn afkomstig van loon dat buiten Oekraïne, onder meer in Polen en Rusland, wordt verdiend.
  • 10. Alles kan natuurlijk, maar dat bijvoorbeeld Tibet nog eens een zelfstandig land wordt omdat China van deze annexatie zal afzien, geloof ik ook niet. Ook alle min of meer gezaghebbende oppositiepolitici in Rusland zijn tegen teruggave van Sebastopol en de Krim (inclusief Grigori Javlinski, inclusief Aleksej Navalni). Alleen Ksenia Sobtsjak, die kandidaat was voor de Russische presidentsverkiezingen op 18 maart 2018, was voor teruggave. Sobtsjak haalde slechts 1,68 % van de uitgebrachte stemmen.
  • 11. Zie bijvoorbeeld: www.iri.org/ resource/ukraine-poll-political- disaffection-rife-amongyoung- people-ahead-2019-elections, een bericht van het International Republica Institute (advancing democracy worldwide), van 21 mei 2018; zie ook: http://carnegieeurope. eu/strategiceurope/75372, een bericht van Carnegie Europe van 29 januari 2018; en zie: www.atlanticcouncil.org/ blogs/ukrainealert/what-ukrainians- really-want-10-keyinsights- from-ukraine-s- 2017-opinion-polls, een bericht van de Atlantic Council van 12 december 2017.
  • 12. De Oekraïense politieke en militaire leiding werkt aan de ‘de-sovjetisering’ door de invoering van NAVO-uniformen, de aanschaf van westerse wapens en sinds 2018 de introductie van NAVO-conforme organisatiewijzen en aanschaf- en bevoorradingsprocedures.
  • 13. Home Office, Country Policy and Information Note; Ukraine: Military service, Version 4.0, April 2017 (https://assets. publishing.service.gov.uk/ government/uploads/system/ uploads/attachment_data/ file/608565/Ukraine_-_Military_ Service_-_CPIN_-_v4.pdf).
  • 14. Marc Bennetts, ‘Ukraine’s National militia: “We’re not neo- Nazis, we just want to make our country better”: Ultranationalist group with neo-Nazi links says it has been driven to action my ‘impotent’ police’ in: The Guardian, 13 maart 2017.
  • 15. Samen dus 217 van de in principe 450 zetels; maar 27 zetels zijn vacant omdat in de bezette/ verzelfstandigde delen van het land geen verkiezingen zijn gehouden; 217 is een kleine meerderheid van de maximaal 423 stemmen in het Oekraïense parlement.
  • 16. Zie voor een toegankelijk overzicht van recente peilingen: https://en.wikipedia.org/wiki/ Opinion_polling_for_the_Ukrainian_ presidential_election,_ 2019.
  • 17. Dit is, helaas, in Oekraïne geen uitzonderlijke combinatie. Pavlo Lazarenko moest uiteindelijk het land uit en verzocht de VS hem politiek asiel te verlenen. In de VS is hij in 2006 tot gevangenisstraf veroordeeld wegens witwassen, fraude en afpersing aldaar en niet vanwege zijn zelfverrijking in het land van herkomst. Lazarenko was Oekraïne ontvlucht kort na zijn premierschap (van september 1995 tot mei 1996) onder president Leonid Koetsjma, onder verdenking zich ten koste van de Oekraïense staat met $ 200 mln te hebben verrijkt.
  • 18. Okean Eljzi, ‘Striljaj (AZOV)’: www.youtube.com/ watch?v=Z_uK_M5QI9w.
  • 19. Zie onder meer: Adrian Karatnycky & Alexander J. Motyl, Ukraine’s Promising Path to Reform: A Narrow Focus on Corruption Overlooks Remarkable Progress, en How Western Anti-Corruption Policy Is Failing Ukraine, in verschillende kortere en langere versies, onder meer via: www.foreignaffairs. com/articles/ukraine/ 2018-05-29/how-westernanticorruption- policy-failingukraine, en www.foreignaffairs. com/articles/ ukraine/2018-07-16/ukrainespromising- path-reform.

Auteur(s)

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2018)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik Jan de Boer, Meike Bokhorst, Klara Boonstra, Menno Hurenkamp, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [eindredactie]

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl