Als we willen dat Europa de coronacrisis doorstaat, dan kan Nederland niet ongeïnformeerd zuidelijke landen als Spanje bekritiseren omdat ze zogenaamd te weinig hervormd hebben. Zowel met het oog op solidariteit als omwille van welbegrepen eigenbelang is het zaak een betrouwbare partner te zijn voor de zwaarder getroffen EU-lidstaten.

Door: Twan van Lieshout
Freelance journalist en voormalig FNV-vakbondsbestuurder, woonachtig in Madrid

‘Walgelijk’. Zo noemde de Portugese premier António Costa de uitlatingen van Wopke Hoekstra, en hij had gelijk. De CDA-minister meende niet alleen extra corona-middelen voor zuidelijke landen via het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) te moeten blokkeren, maar dit ook gepaard te moeten laten gaan met het verordonneren van een onderzoek naar een vermeend gebrek aan begrotingsdiscipline van zuidelijke landen.

Je zou het als een diplomatieke blunder kunnen afdoen, ware het niet dat deze arrogantie inmiddels een kleine Nederlandse traditie begint te worden. Van Mark Ruttes ‘geen cent naar Griekenland’ tot Jeroen Dijsselbloems badinerende opmerking dat zuidelijke landen niet om solidariteit moeten vragen als ze hun geld aan ‘Schnaps und Frauen’ hebben uitgegeven. Op de een of andere manier schijnt het in Nederland bon ton te zijn om zuidelijke EU-partners weg te zetten als hervormingsluie verspillers. Een vijfde wiel aan de euro-wagen, meestal vergezeld met een Bolkesteinse opmerking dat ‘ze nooit lid hadden mogen worden’.[1] Het maakt geen bijster geïnformeerde indruk, want op zowel de gelijkschakeling van alle zuidelijke landen, als op hun zogenaamde onvermogen tot bezuinigen is veel af te dingen.

Verschillen en overeenkomsten

Er zijn op economisch gebied natuurlijk overeenkomsten tussen landen als Portugal, Italië, Griekenland en Spanje – landen die de aanduiding PIGS nog niet vergeten zijn. Met name Italië en Spanje zijn zeer vergrijsde landen, ook in vergelijking met Nederland of Duitsland. Niet voor niets sloeg Covid-19 er zo hard toe. Ook zijn het landen waar de vorige crisis nog niet was verwerkt, met weinig reserves en een gedaalde maar nog steeds relatief hoge werkloosheid.[2]

Een derde overeenkomst tussen de zuidelijke landen is hun hogere rente op staatsschuld. Dit wordt niet alleen veroorzaakt doordat de markt hun kans op faillissement hoger inschat en daardoor een hogere risicopremie vraagt, maar ook doordat in tijden van crisis kopers van schuldpapier zoeken naar zekerheid en er zodoende binnen de muntunie altijd een vlucht is naar veilige (Duitse of Nederlandse) obligaties.[3] Zwakkere landen binnen een muntunie, in dit geval de zuidelijke, worden daardoor automatisch met een hogere rente opgezadeld, ongeacht hun vermeende (on)wil tot hervormingen of bezuinigingen. Aangezien zuidelijke landen op dit moment allen een hoge staatsschuld hebben, is een verhoging van de rente direct problematisch voor hun overheidsfinanciën.

Anderzijds bestaan er tussen de zuidelijke EU-lidstaten grote economische verschillen, die bovendien een interessant licht werpen op hun vermeende spilzucht. Waar nu alle landen qua staatsschuld boven de 100% van het bbp zitten, was dit voorheen wel anders. Griekenland en met name Italië hebben altijd een hoge schuld gehad. Bij Italië staat daar tegenover dat als je de rentelast op de staatsschuld niet meerekent, er sinds 1992 op één jaar na altijd (primaire) begrotingsoverschotten zijn geweest.[4] Griekenland is met zijn huidige overschotten een apart verhaal omdat deze geforceerd werden via de Europese steunprogramma’s. Spanje had in 2007 een staatsschuld van 42,4%, en deed het daarmee beter dan Nederland (50,5%) of Duitsland (66,5%).[5] In de periode 2005-2007 had het land bovendien een structureel begrotingsoverschot.[6] Dit duidt weinig op spilzucht, maar eerder op een ander probleem: de vorige bankencrisis. Laten we hierbij inzoomen op Spanje.

Zuidelijke onwil tot hervorming?

Zoals we zagen was de Spaanse overheidspositie vóór de bankencrisis, die later uitmondde in de economische crisis en de euro-crisis, betrekkelijk goed. Dat was niet in de laatste plaats te danken aan inkomsten die gegenereerd werden uit een bloeiende economie die dreef op explosief stijgende vastgoedprijzen en megalomane infrastructurele projecten. Uiteindelijk bleek het een bubbel, gefaciliteerd door een netwerk van soms corrupte bestuurders en falend toezicht op zwakke regiobanken. Deze failliete banken werden samengebracht in één bank en die moest vervolgens gered worden door de overheid. Samen met de gevolgen van de economische crisis steeg hierbij de Spaanse staatsschuld van 42% in 2007 naar bijna ruim 119% in 2014.[7]

Ook politiek had de bankencrisis enorme consequenties. Honderdduizenden woedende indignados gingen de straat op, terwijl de zittende sociaal-democratische regering van José Luis Zapatero zich onder druk van de financiële markten en de EU genoodzaakt zag tot een omvangrijke bezuinigingsoperatie met maatregelen als arbeidsmarktflexibilisering, loonkortingen in de publieke sector, bevriezing van pensioen en het opschorten van cao’s.

Dit werd de sociaal-democratische partij uiteraard fataal tijdens de verkiezingen van 2011: de PSOE verloor een derde van haar electoraat. De rechtsconservatieve Partido Popular (PP) kwam aan de macht, onder leiding van Mariano Rajoy. Hij moest in 2012 een beroep doen op het ESM om de Spaanse banken te herkapitaliseren, waaraan overigens geen voorwaarden gekoppeld werden. Niettemin zette Rajoy qua hervormingen nog een tandje bij door een omvangrijke bezuinigingsoperatie te starten die de Spaanse overheid moest verkleinen.

Op het gebied van de arbeidsmarkt implementeerde hij een nu nog steeds gehate ‘reforma laboral’: een decentralisatie van cao-onderhandelingen en een uitkleding van collectieve en individuele arbeidscontracten, waarbij met name jongeren massaal eindigen in precaire contracten die vaak maar een paar weken of maanden duren.[8] Na bijna zeven jaar PP-beleid kwam er dit jaar eindelijk weer een volwaardig functionerende sociaal-democratische regering aan de macht. Eén van de speerpunten: het gedeeltelijk terugdraaien van de bezuinigingen en de arbeidsmarktflexibilisering.

Het punt moge duidelijk zijn: het idee dat er in een zuidelijk land als Spanje niet of nauwelijks hervormd is, klopt volstrekt niet. Wel kampen landen als Spanje en Portugal nog met een hoge schuld, en zijn ze daarom kwetsbaar voor hoge rente op hun staatsschuld. En jawel, Spanje zou ook steviger de economie ter hand kunnen nemen, bijvoorbeeld door overheidsdiensten te moderniseren of de (arbeids)productiviteit te laten stijgen door te investeren in beroepsonderwijs en innovatie.[9] Hierdoor zou de economie minder hoeven steunen op het toerisme, de bouw en de landbouw.

Dit laatste zou overigens pleiten voor meer publieke investeringen in plaats van besparingen, en die ruimte had het land de afgelopen jaren niet, ook vanwege de eerdere bezuinigingen. Maar om, zoals Hoekstra en Rutte deden, expliciet opnieuw allerlei bezuinigingen en flexibilisering te eisen wanneer landen - zonder dat ze daar iets aan kunnen doen - harder dan Nederland door een virus getroffen worden, gaat niet aan. Ook niet als er structurele belangen op het spel staan die de kern vormen van een ouder Europees verdelingsvraagstuk.

Coronacrisis rakelt oude muntunie-discussie op

Zowel Spanje als Italië werden buitenproportioneel hard geraakt door de Covid-19 uitbraak, en zagen zich gedwongen tot een gehele lockdown. Het verschil tussen noordelijke en zuidelijke landen zat tijdens de corona-uitbraak niet in het feit dat alle nationale overheden ongekende bedragen in willen zetten om de economie te ondersteunen en inkomens van werknemers op peil te houden. Het verschil zat wel in de mogelijkheden om aan deze bedragen te komen.

Waar de Nederlandse minister Hoekstra nog zelfverzekerd opmerkte dat ‘onze zakken echt heel diep zijn en ik ben bereid om ze allemaal te legen’, was de situatie in Spanje en Italië wel anders. Direct steeg de rente op de financiële markten op de uitgifte van hun nieuwe langlopende obligaties. En als gezegd, deze landen hebben dusdanig hoge schulden dat dit een probleem is.

Om het zuiden toch te helpen, zijn er verschillende mogelijkheden. De meest belangrijke kwam via de Europese Centrale Bank (ECB), die met haar Pandemic Emergency Purchase Program (PEPP) halverwege maart besloot tot schuldenopkoop, hetgeen de zuidelijke rentes omlaag bracht. Het probleem hiervan is dat de ECB niet democratisch gecontroleerd wordt en dus zelfstandig de kastanjes uit het vuur moet rapen.[10] Bovendien ligt het ECB-beleid in Duitsland (juridisch) onder vuur, hetgeen twijfels doet rijzen over de toekomstige houdbaarheid. Het zou dus beter zijn om te komen tot een politieke Europese oplossing.

Ten eerste was er de startoptie om deze landen te steunen via het ESM, het noodfonds voor (asymmetrische) economische schokken in de EU. Het fonds is deels voorgefinancierd, waarbij Italië en Spanje overigens op basis van hun grotere bevolking en bnp een groter deel hebben ingelegd dan Nederland.[11] Het probleem van dit fonds is dat er normaal gesproken voorwaarden aan vastzitten, zoals een door de trojka gemonitord hervormingsprogramma.

Deze austerity-pakketten hebben sinds de Griekse steunprogramma’s terecht een slechte naam in het zuiden. Bovendien zijn voorwaarden niet gerechtvaardigd, omdat de crisis door het coronavirus is veroorzaakt, en niet door slecht financieel beleid. Ten tweede kwamen de oude plannen weer terug om via eurobonds de zuidelijke landen te helpen. Binnen dezelfde gezamenlijke schulduitgifte waren er vervolgens weer twee mogelijkheden: de structurele eurobonds, of een tijdelijke faciliteit waar bij via zogenaamde coronabonds alleen voor nieuwe schulden binnen deze crisis een gezamenlijke garantie zou worden afgegeven.

Door de Nederlandse boude stellingname ontspoorde deze discussie, hetgeen de zuidelijke landen overigens niet slecht uitkwam. Wat was hier de oorzaak van? De coronacrisis revitaliseerde en accelereerde een veel langer lopende loopgravenoorlog tussen noord en zuid. Dit debat gaat over de voor- en nadelen van onze muntunie. Het centrale probleem dat al jaren op tafel ligt, is of de voordelen van de euro en de interne markt nu werkelijk zo eerlijk verdeeld zijn tussen rijke en armere lidstaten.

Er zijn structurele handelsbalansonevenwichtigheden tussen de verschillende landen: de Nederlandse en Duitse export profiteren van de extra afzetmarkt in het oosten en zuiden van de EU. Tegelijkertijd hebben de deelnemende lidstaten geen gelijke economieën en zijn ze niet even competitief.[12] Vroeger konden landen als Italië en Spanje dit nog enigszins rechttrekken met het devaluatie-instrument, maar deze is bij de introductie van de gemeenschappelijke munt weggevallen.[13] Dan resteert er in crises voor een herstel van competitiviteit slechts intern devalueren: bezuinigingen, arbeidsmarkthervormingen en verlaging van de lonen.

Het langzame herstel van de vorige crisis bewijst dat dit geen goede oplossing voor ons allen is, en heeft bovendien de zuidelijke landen niet de mogelijkheid gegeven zich voor te bereiden op deze nieuwe crisis. Tenzij het zuiden geholpen wordt door zogenaamde transfers: eurobonds, een gezamenlijke EU-begroting of gezamenlijke werkloosheidsuitkeringen. Allemaal zaken waar rechts Nederland zich al tijden met hand en tand tegen verzet. Via de crisis zagen de zuidelijke landen niet alleen een kans om deze wensen opnieuw op tafel te leggen, maar hadden ze ook een sterkere casus. Niet in de laatste plaats door het Nederlandse optreden.

Eigenbelang én Europese solidariteit

De structurele eurobonds zouden het bovengenoemde probleem kunnen oplossen. Ze zijn vooralsnog onbespreekbaar voor vijf eurolanden, waaronder niet alleen Nederland maar ook het machtige Duitsland, en zullen er om die reden niet snel komen. Dat gold niet voor het pakket van € 540 mrd waarin de ESM-middelen zónder hervormingsvoorwaarden zaten, waartegen het Nederlandse kabinet tandenknarsend het verzet staakte en dat eind april tot stand kwam. Nederland haalde eenzaam bakzeil. 

Toch schijnt er niet veel geleerd te zijn. Want opnieuw stelde het kabinet bij monde van premier Rutte na het voorstel van het Frans-Duitse herstelfonds (€ 500 mrd, op basis van giften) van 18 mei, dat ‘aanspraken op hulp gepaard moeten gaan met vergaande hervormingen’ voor de wederom vage categorie ‘landen in het zuiden’.[14] Nederland zou er echter goed aan doen zich dit keer wat welwillender en ruimhartiger op te stellen. Hiertoe zijn drie hoofdredenen.

Ten eerste: bezuinigingen tijdens een economische crisis werken niet. Dit mag misschien een links standpunt lijken, ware het niet dat één van de hoofdactoren van het kabinet, namelijk de CDA-minister van Financiën Wopke Hoekstra, hier inmiddels ook van overtuigd is: ‘Wat echt onverstandig is om in een crisis die we nu hebben, is om ook nog eens te gaan snoeien. Dat is alsof je je bomen gaat snoeien, terwijl het buiten vriest.’[15] Kennelijk geldt dit volgens het kabinet dan weer niet voor buitenlandse EU-partners.

Opmerkelijk is ook dat de verdere hervormingseisen nooit concreet worden gemaakt, maar waarschijnlijk liggen in pensioenversobering en arbeidsmarktflexibilisering. Economische analyses van onder andere de Europese Commissie signaleren echter dat de verregaande flexibiliteit in de Spaanse arbeidsmarkt juist het probleem is, omdat het de productiviteitsgroei drukt en armoede in de hand werkt.[16]

De tweede reden is het welbegrepen eigenbelang: Nederland profiteert buitensporig van de interne markt, en de bijbehorende vrijheid van goederen, personen, kapitaal en diensten. De Nederlandse exportpositie, maar ook de mogelijkheden voor bijvoorbeeld pensioenfondsen om met hun kapitaal in het zuiden te investeren, zijn voor ons van groot belang. Het zuiden is zich hiervan bewust, getuige ook de Eurostat-data die de Spaanse minister Arancha González Laya in een interview aan de Volkskrant presenteerde: ‘De gezamenlijke markt levert een Nederlander gemiddeld 5.000 euro op en een Spanjaard minder dan 2.000 euro.’[17] Nederland doet er op basis van eigenbelang goed aan om het zuiden tegemoet te komen. Of zoals oud DNB-bestuurder Nout Wellink al opmerkte: ‘Wij zijn geen rijk noorden meer als het hele zuiden omvalt.’[18]

Het derde argument is dat voor een sterke EU in de toekomst, solidariteit op dit moment gewenst is. Een te grote kloof tussen Noord en Zuid kan het voortbestaan van de unie op het spel zetten, betoogde ook de Spaanse premier Pedro Sánchez in NRC Handelsblad: ‘Zonder solidariteit is er geen cohesie, zonder cohesie is er onvrede en wordt de geloofwaardigheid van het Europese project ernstig geschaad.’[19]

Met het niet willen ondersteunen van zuidelijke landen, wordt de slagkracht van hun overheden om de economische klap op te vangen verkleind, en dat vergroot nogmaals de verschillen tussen de noordelijke en zuidelijke economieën. Hierdoor versterkt Nederland alleen maar de zuidelijke stemmen die zich afvragen wat nu voor hen het voordeel van de interne markt en muntunie is.

Dat probleem is met name in Italië prangend, maar ook in een traditioneel pro-Europees land als Spanje is een eurosceptische partij als Vox in opkomst. Het miljard dat Rutte en Hoekstra de zuidelijke landen wilden toestoppen getuigde van weinig begrip van de situatie en van de onbalans van de muntunie op langere termijn.[20] Wie zijn vrienden in tijden van crisis niet wil steunen, moet niet gek staan te kijken als zuidelijke landen zich zullen afwenden van het Europese project of dat hun steun in de toekomst ook niet wederkerig zal zijn. En dat is van belang. Want de Europese Unie is een van de grootste handelsblokken en een belangrijke globale speler die het Nederlandse belang verdedigt in een onzeker geopolitiek landschap.

Maar de Europese Unie en de muntunie zijn ook bouwwerken die broze funderingen hebben. Nederland kan zich de luxe van een zwakke Europese Unie in de 21ste eeuw helemaal niet permitteren. Of gaat Nederland in navolging van het Verenigd Koninkrijk zelf handelsakkoorden sluiten of een tegenwicht vormen aan een opkomend China?

Meer inkomsten door minder Nederlandse derving

En Nederland kan meer doen, en liefst buiten het terrein waarbij lidstaten alleen maar meer schulden moeten aangaan. Beter zou het zijn als zuidelijke lidstaten zelf genoeg inkomsten genereren. Nederland kan hier op verschillende manieren aan bijdragen. Binnen de bredere discussie rondom de verschillen in competitiviteit tussen EU-lidstaten zou Nederland er goed aan doen zijn handelsoverschotten af te bouwen, zoals we ook hebben afgesproken als onderdeel van het Europese Stabiliteits- en Groeipact. Nederland is altijd goed in het wijzen op de tekortkomingen van andere landen, maar houdt zich zelf ook niet aan de regels.

Wat in dit kader in ieder geval belangrijk is, is dat Nederland de komende crisis niet weer probeert op te lossen door de achterhaalde politiek van loonmatiging en arbeidsmarktflexibilisering. Feitelijk dwingt dit andere EU-partners op zijn minst tot hetzelfde beleid, terwijl het Nederlandse bedrijfsleven op Europees niveau al zeer competitief is.[21]

Een snellere manier om andere EU-partners te steunen, is om de eigen fiscale positie te herzien. Nederland moet stoppen te fungeren als Europese route om belasting te ontwijken. De kritiek hierop is alom bekend, maar klonk in zuidelijke landen luider (‘misbruik en maffiapraktijken’) na Hoekstra’s opgeheven vingertje inzake de conditionering van de ESM-gelden.[22]

De NGO Tax Justice Network inventariseerde in april 2020 dat Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje hierdoor het meest benadeeld worden, en schat dat de laatste twee gezamenlijk circa € 2,5 miljard jaarlijks aan belastinginkomsten verliezen via de Nederlandse fiscale routes.[23] Een tweede, hieraan gelieerde mogelijkheid, is om te stoppen met het verlagen van de vennootschapsbelasting, die ook deze kabinetsperiode weer verder omlaag is gebracht. Hiermee versterkt Nederland de Europese en mondiale race to the bottom en ‘steelt Nederland de belastingopbrengsten van andere landen’, zoals de Franse econoom Thomas Piketty onlangs opmerkte.[24]

Ook hier zou een Europese oplossing het effectiefst zijn, bijvoorbeeld door een Europese minimumtarief in te stellen zoals de Fransen en Duitsers nu beogen. Daarbij kan, in de woorden van Europarlementariër Paul Tang, ‘het abonnement op de interne markt’ voor bedrijven hier afhankelijk van gemaakt worden.   

Kortom, het is hoog tijd dat Nederland de steven wendt door zich solidair op te stellen, en stopt met de ongeïnformeerde kritiek die we de laatste tijd hebben moeten horen. De discussie over het Noorden versus het Zuiden is ongenuanceerd. Zowel landen in het Noorden, zoals Nederland, als in het Zuiden, zoals Spanje, hebben hun tekortkomingen. Toch staan we uiteindelijk gezamenlijk sterker, en daar zouden Nederlandse politici zich meer rekenschap van moeten geven.

De PvdA vormt hier met de progressieve voorstellen van Paul Tang en de agenda van Frans Timmermans op Europees niveau, maar ook met de inbreng van Lodewijk Asscher vanuit Nederland. een positieve uitzondering op.[25] Het is vooral rechts Nederland dat niet in de gaten heeft dat de Nederlandse focus op het eigenbelang, vergezeld van een misplaatst superieur ondertoontje en een binnenlandse electorale agenda, zowel ons nationaal belang als het gezamenlijke Europese belang op langere termijn ernstig kan schaden.

Noten

  1. Bolkestein, F. (2015, 9 september). “Zwak Italië moet uit de eurozone stappen”. Trouw. Geraadpleegd van https://www.trouw.nl/nieuws/frits-bolkestein-zwak-italie-moet-uit-de-eurozone-stappen~b8e0afc1/.
  2. De Spaanse werkloosheid bedroeg vlak voor de corona-crisis, in februari 2020, 13,6% - deze was in 2013 26,1%. De Italiaanse werkloosheid daalde van 12,2% (2013) naar 9,8% (januari 2020), de Griekse werkloosheid van 27,5% (2013) naar 16% (januari 2020). Hoewel historisch de Mediterrane landen altijd een hogere werkloosheid hadden, is deze nog steeds bovengemiddeld. Data Eurostat, geraadpleegd op 28 april 2020.
  3. Zie bijv. Teulings, C. (2020, 17 april). De staatsschuld mag gerust oplopen, zoals Japan laat zien. In: NRC handelsblad. Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/17/de-staatschuld-mag-gerust-oplopen-zoals-japan-laat-zien-a3997091.
  4. Data IMF datamapper, geraadpleegd op 28 april 2020.
  5. Data OECD, geraadpleegd op 28 april 2020.
  6. Idem.
  7. Idem.
  8. Zie bijv. Köhler, H.-D., en J.P. Calleja Jiménez, (2017). Spain: a peripheral economy and a vulnerable trade union movement. In: Lehndorff, S., H. Dribbusch and T. Schulten (Red.), European trade unions in a time of crisis – an overview (pp. 61-82), Brussel: ETUI. of: J. García Pérez en M. Jansen, ‘Un balance de los efectos de la reforma laboral de 2012’, in: Cuadernos de información Económica, Vol. 246 (mei-juni 2015): pp. 1-11. 
  9. Zie bijv. het rapport van het Europese Semester van 2020: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/PDF/?uri=CELEX:52020SC0508&from=EN. Algemeen probleem van Spanje is dat het te weinig gekwalificeerde banen heeft voor een relatief goed opgeleide bevolking.
  10. Hiervoor waarschuwde een grote groep Nederlandse economen waaronder Arnoud Boot. Zie: De Volkskrant. (2020, 3 april). Prominente Nederlandse economen: Een Europese aanpak is ook in ons belang. de Volkskrant. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/prominente-nederlandse-economen-een-europese-aanpak-is-ook-in-ons-belang~b82f3e3d/
  11. European Stability Mechanism. (2019). ESM 2018 Annual report. p. 61. Geraadpleegd van https://www.esm.europa.eu/sites/default/files/esm-annual-report-2018.pdf.
  12. Zie ook: Van Lieshout, T. P. (2018). Voor sociaaldemocraten heeft alleen een sociaal Europa toekomst. Socialisme & Democratie75(6), pp. 17–25. Geraadpleegd van https://www.wbs.nl/publicaties/voor-sociaal-democraten-heeft-alleen-een-sociaal-europa-toekomst.
  13. Bijkomend punt is dat zonder het zuiden in de euro de Nederlandse gulden of Duitse mark heel wat harder zou zijn dan de euro nu.
  14. Het Financieele Dagblad. (2020, 20 mei). Rutte wil Italië alsnog aanspreken op ontbreken crisisbuffer. Het Financieele Dagblad. Geraadpleegd van https://fd.nl/economie-politiek/1345459/rutte-wil-italie-alsnog-aanspreken-op-ontbreken-crisisbuffer. Ook uitgewerkt in het non-paper van Nederland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk, 23 mei 2020. Geraadpleegd van: https://g8fip1kplyr33r3krz5b97d1-wpengine.netdna-ssl.com/wp-content/uploads/2020/05/Frugal-Four-Non-Paper.pdf.
  15. Zie het interview van RTL Z van R. Schreinemachers met minister Hoekstra: RTL Z. (2020). Hoekstra: “Dit is het verkeerde moment voor bezuinigingen” [Videobestand]. Geraadpleegd van https://www.rtlz.nl/algemeen/politiek/video/5119956/hoekstra-voorlopig-geen-bezuinigingen-gesprek-minister-van.
  16. Zie noot 10.
  17. Bakker, M. (2020, 3 april). Spaanse minister van Buitenlandse Zaken: EU zonder solidariteit wordt bijwagen van VS, Rusland of China. de Volkskrant. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/spaanse-minister-van-buitenlandse-zaken-eu-zonder-solidariteit-wordt-bijwagen-van-vs-rusland-of-china~b6e94590/ .De Italiaanse ambassadeur A. Perugini maakte dezelfde analyse: zie Financieel Dagblad. (2020, 18 mei). In een zwak en gewond Europa verliest Nederland grote voordelen. Financieel Dagblad. Geraadpleegd van https://fd.nl/opinie/1345009/in-een-zwak-en-gewond-europa-zullen-voor-nederland-grote-voordelen-verloren-gaan.
  18. Zie interview S. Kockelmann op Radio 1, 30 maart, 11.30-12.00. https://www.nporadio1.nl/1-op-1/onderwerpen/533245-oud-baas-dnb-wellink-nederland-staak-verzet-in-eu.
  19. Sánchez Pérez-Castejón, P. (2020, 5 april). Spaanse premier Sánchez: Coronacrisis zet toekomst Europa op het spel. NRC Handelsblad. Geraadpleegd van https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/05/spaanse-premier-sanchez-coronacrisis-zet-toekomst-europa-op-het-spel-a3995918.
  20. Het was dan ook tekenend dat Italië, Spanje en Portugal niet eens tijd wilden vrijmaken om deze optie serieus te bespreken.
  21. Zie noot 11.
  22. Zie bijv. Vidal-Folch, X. (2020, 2 april). Por una Holanda sin abusos ni mafias. El País. Geraadpleegd van https://elpais.com/economia/2020-04-01/por-una-holanda-sin-abusos-ni-mafias.html of Carrera, F. (2020, 7 april). Altanería holandesa. La Razón. Geraadpleegd van: https://www.larazon.es/internacional/20200407/wjhz2hofurb6hl3ew3hmbkjwri.html.
  23. Tax Justice Network. (2020, 8 april). Revealed: Netherlands, blocking EU’s Covid19 recovery plan, has cost EU countries $10bn in lost corporate tax a year. Geraadpleegd van https://www.taxjustice.net/2020/04/08/revealed-netherlands-blocking-eus-covid19-recovery-plan-has-cost-eu-countries-10bn-in-lost-corporate-tax-a-year/.
  24. Vela, J. H. (2020, 29 april). Thomas Piketty: Willing EU countries should spearhead fiscal union. Geraadpleegd van https://www.politico.eu/article/thomas-piketty-willing-eu-countries-should-spearhead-fiscal-union/.

 

 

Steun de Wiardi Beckman Stichting

Veel van onze onderzoeksprojecten en publieke bijeenkomsten zijn mogelijk gemaakt door giften van donateurs. Ook S&D zouden wij niet kunnen maken zonder donaties.

Het tijdschrift S&D verschijnt zes keer per jaar en wordt uitgegeven door Van Gennep. Een los nummer kost € 17,50, en jaarabonnementen (vol tarief) € 84,50 (te bestellen via: info@vangennep-boeken.nl).

Sinds 1939

S&D bestaat sinds 1939 en is het tijdschrift van de Wiardi Beckman Stichting. Voluit luidt de titel Socialisme & Democratie. Oude nummers kunt u downloaden vanaf de website van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP). Voor een overzicht van auteurs per nummer, raadpleegt u het register van S&D (1939-2019)

Redactie

Redactieleden: Paul de Beer, Nik de Boer, Meike Bokhorst, Wimar Bolhuis, Klara Boonstra, Ruud Koole, Marijke Linthorst, Annemarieke Nierop [hoofdredactie], Wiljan Linders [eindredactie]

Redactieraadleden: Maurits Barendrecht, Marc Chavannes [voorzitter], Liesbeth Noordegraaf, Paul Tang

Redactieadres: Wiardi Beckman Stichting
Emmapark 12, 2595 ET Den Haag
Telefoon [070] 262 97 20
send@wbs.nl

Uitgever: Uitgeverij Van Gennep
Nieuwpoortkade 2a
1055 RX Amsterdam
info@vangennep-boeken.nl