Het regeerakkoord van Rutte III geeft ruim aandacht aan schulden en het voorkomen van schulden. Hierbij kijkt het komende kabinet deels naar zichzelf en deels naar gemeenten en vrijwilligersorganisaties. Het regeerakkoord biedt aanknopingspunten voor verdere uitwerking. De focus van de middelen ligt op gezinnen met kinderen, hiervoor komen extra middelen. Voor het overige komt er geen extra budget.

We moeten ons goed realiseren dat preventie ook geld kost. Momenteel signaleren we via bestandsvergelijkingen al snel of mensen het risico lopen om in problematische schulden te belanden. Deze vroegsignalering richt zich op een samenloop van achterstanden met de huur-, zorg en energierekening. Echter, wijkteams en gemeenten hebben de capaciteit vaak niet om de signalen die binnenkomen op te volgen. Er is hier dus meer mankracht voor nodig. Een papieren werkelijkheid moet voorkomen worden.

Schulden bij ondernemers is een ander groot knelpunt, hiervoor is geen aandacht in het regeerakkoord. Als we schulden voorkomen bij ondernemers met personeel, voorkomen we problemen bij schuldeisers, de ondernemer zelf en behouden we werkgelegenheid. Hier werkt preventief beleid: op tijd de boekhouding op orde krijgen indien belastingschulden ontstaan (signaal) en snel tot een regeling komen en een herijking van de gevoerde strategie. Er zijn goede aanpakken hiervoor in Nederland bekend die werken en niet veel geld kosten.

Het belangrijkste aandachtspunt voor de oppositie vind ik de rol van de overheid zelf. Het is een mooie stap dat de stapeling van boetes bij de overheid aanpakt wordt, want nu krijg je boetes op achterstanden van het CJIB, de Belastingdienst, de zorgverzekeraar, de eigen bijdrage, het UWV et cetera - dat leidt tot extra kosten en dreigementen van de overheid. Hierdoor ontstaan hogere schulden en meer stress, waardoor het oplossen van schulden uit zicht raakt en de persoon niet aan zijn toekomst kan werken.

Grofweg 60% van de schulden zijn schulden bij de overheid. De overheid heeft geregeld dat zij preferent schuldeiser is, anders gezegd: dat zij meer geld ontvangt dan andere schuldeisers als er een regeling komt. Die positie is oneerlijk en moet weg. Daarnaast is er groot onderhoud nodig om de wirwar van toeslagen, vrijlatingen en andere compensatieregelingen weer overzichtelijk te maken. Elke regeling heeft een ander regiem: uitbetalingsmomenten variëren (begin van de maand, halverwege of einde van de maand), met terugwerkende kracht of vooruitbetaald. En elke regeling heeft een ander formulier. Als er een fout gemaakt wordt, krijgt men te maken met terugvorderingen die mensen net over het randje kunnen duwen waardoor zij in de problemen komen. Vooral bij de Belastingdienst zien we dat.

We merken nu nog dat veel schuldeisers niet meewerken aan een regeling. Het kabinet gaat, hiermee experimenteren via een schuldenrechter. Ik pleit voor een meewerkplicht indien een professioneel opgemaakt, redelijk voorstel gemaakt is waar een meerderheid van de schuldeisers akkoord is gegaan; de minderheid wordt dan automatisch gedwongen mee te werken. Nu kan een schuldeiser alles frustreren voor de schuldenaar en de andere schuldeisers, waardoor de gang naar rechter moet worden bewandeld. Het duurt dan maanden langer voordat er een regeling kan komen.

Kortom: het regeerakkoord is een mooi begin maar de uitwerking moet nog komen. En nog wat meer ambitie is gewenst.

> De Wiardi Beckman Stichting vroeg wetenschappers en deskundigen uit haar netwerk om een reactie op het Regeerakkoord. Lees ook de analyses, van onder anderen Flip de Kam, Marith Volp, Klara Boonstra, Rinda den Besten, Menno Hurenkamp, Bob Deen, Bart van Bruggen en Wim Derksen.