De leden van de werkgroep migratie van de PvdA Buitenlandcommissie stelde het voorstel ‘Een PvdA-migratiebeleid vanuit ons arbeidsperspectief' op om tot een samenhangend, evenwichtig en sociaal-democratisch migratiebeleid te komen. Jacky Bax schrijft  over het proces, haar persoonlijke ervaring als lid van de werkgroep en geeft een samenvatting van de uitkomsten. Een Zoektocht in lockdown naar een realistisch voorstel.

Door: Jacky Bax
Lid van de werkgroep migratie van de PvdA Buitenlandcommissie

De eerste COVID-19-golf ebt weg en het reizen start weer op. Even pauzeerden onze wereldwijde bewegingen, iedereen bevroren op zijn plek. In het nieuws volgden analyses van wat het stilvallen van het internationale verkeer teweegbracht. Nederland bleek enorm verweven met het buitenland en dat is lastig voor de economie. Zo bleken EU-migranten cruciaal om onze gewassen te oogsten en onze dieren te slachten en zij kregen soms minder bescherming dan wijzelf. Internationale studenten waren naar huis gegaan. Zouden zij en hun collegegeld wel terugkeren naar onze universiteiten? Ook een item waren kenniswerkers die na hun contract in Nederland wilden blijven, maar geen kans meer op de arbeidsmarkt zagen. En dan waren er berichten dat de stroom asielzoekers wel verminderd was maar niet helemaal opgedroogd. Maar nu het virus toeslaat in hun landen van herkomst kan dat een ramp worden. Zwelt de stroom dan weer aan? De Raad van Kerken en de Adviesraad Internationale Vraagstukken adviseerden stevig te investeren in de virusaanpak in ook juist die landen, al was het maar uit welbegrepen eigenbelang.

In de stille lockdown-periode stelde een handvol leden van de PvdA Buitenlandcommissie, gebundeld in de werkgroep migratie, een voorstel op voor een samenhangend, evenwichtig, sociaal-democratisch migratiebeleid, via skype uiteraard.

Waarom? Omdat die werkgroep vindt dat een herkenbaar PvdA migratiebeleid ontbreekt. Daardoor heeft de kiezer geen zicht op wat er allemaal onder migratie valt, wat de cijfers zijn, wie er baat bij heeft, wie er last van heeft, wie we nodig hebben en hoe het internationale krachtenveld eruit ziet. En ook is niet helder wat we als echt eigen koers voor migratie kiezen, passend bij onze waarden, welke scherpe doelen we willen bereiken en voor wie.

Tegelijkertijd pluggen sommige andere partijen precies die aspecten van migratie als kiesmagneet die veel emoties oproepen en daarmee kapen ze het debat. De politieke discussie wordt er dan een van morele verwijten, angst en woede, in plaats van een bewogen maar ook gewogen standpuntbepaling.

De werkgroep heeft haar product, de notitie ‘Een PvdA-migratiebeleid vanuit ons arbeidsperspectief’, aan de programmacommissie gestuurd. De notitie kwam niet vanzelf tot stand. Er waren stevige discussies over wat zo’n migratiebeleid zou moeten zijn en wat wij, een divers gezelschap, samen toch de noodzakelijke en meest sociaal-democratische voorstellen vonden. Deze worsteling past bij de gedachtenontwikkeling binnen de partij. Daarom leest u hieronder een verslag van hoe we gezamenlijk, vanuit een stevige analyse van migrantencategorieën en mede op basis van wetenschappelijke rapporten en cijfers, tot onze voorstellen zijn gekomen. Het is mijn persoonlijke beleving van onze zoektocht.

Zoektocht vanuit alle migrantengroepen

Als leden van de werkgroep migratie deelden we de wil een helder voorstel voor het PvdA-verkiezingsprogramma te schrijven en de bereidheid daar tijd en energie in te steken. Maar hoe pak je zo’n complex en ook gevoelig onderwerp aan? Snel besloten we het begrip migratie breed te trekken en in te zoomen op verschillende migrantencategorieën: erkende en niet-erkende asielzoekers, EU-migranten die in Nederland komen werken, kenniswerkers en buitenlandse studenten en promovendi. We benoemden nijpende vraagstukken, zoals de overvolle vluchtelingenkampen, de integratie van nieuwkomers, de oorzaken van de stroom bootvluchtelingen, de krappe arbeidsmarkt in sommige sectoren bovenin en onderaan de banenladder, en de rol van Nederland versus die van Europa. We kozen er ook meteen voor bestaande wetenschappelijke kennis en analyses, van bijvoorbeeld CPB, CBS, WRR, als een feitelijke basis te kiezen om deze vervolgens te verbinden met politieke problemen. Ieder van ons nam een categorie of vraagstuk voor zijn/haar rekening, deed desk-research, beschreef het politieke probleem, analyseerde het en formuleerde voorstellen die dat probleem oplossen. Tot zover het het grondwerk.

Verbindend verhaal: arbeid

Ingewikkelder was het om tot een sociaal-democratisch verhaal te komen dat de aparte stukken verbindt en ook als toetssteen voor de voorstellen kon dienen. Daarvoor grepen we terug op het Van Waarde debat van de PvdA, de herijking van de sociaal-democratische waarden voor de 21ste eeuw. We besloten dat de waarde ‘arbeid’ (‘goed werk’ in de Van Waarde resolutie) het beste ankerpunt is voor een PvdA-migratiebeleid, en daarmee verbonden ook de waarden ‘bestaanszekerheid’ en ‘binding’.

Waarom arbeid? Migratievraagstukken zijn immers te vinden op een reeks beleidsterreinen: internationaal, welzijn, ontwikkelingssamenwerking, economie, zorg, onderwijs, onderzoek en innovatie, en inderdaad ook arbeidsmarktbeleid. Ze worden ook op die verschillende tafels in de politiek bediscussieerd. Dat maakt het juist lastig het geheel te overzien, zowel voor de politiek als voor de burger. Onze redenering was dat arbeid een wezenlijk begrip is voor de PvdA – het zit niet voor niets in de naam – maar ook dat de meeste migratievraagstukken gaan over mensen die om arbeidsredenen op pad gaan. En arbeid kan ook de oplossing voor een migratieknelpunt zijn. Zo is de integratie van nieuwkomers deels aan te vliegen door hen op de arbeidsmarkt te integreren. Dat geeft hun bestaanszekerheid en verbindt hen en Nederland(ers). Vluchtelingen worden natuurlijk erkend en toegelaten op basis van vervolging, politiek of anderszins, niet op basis van hun potentiële arbeidsmarktwaarde. Maar ook voor de meeste vluchtelingen geldt dat een arbeidsplek hun bestaanszekerheid en binding met onze samenleving biedt.

Dat bracht ons tot discussies over de Nederlandse arbeidsmarkt. Hoe ziet die eruit? Wat zijn de knelpunten? Wie heeft belang bij bepaalde groepen migranten? Wie ervaart last van hen? Voldoet ons huidige arbeidsmarktbeleid aan sociaal-democratische uitgangspunten? Zo nee, zijn daar voorstellen voor te ontwikkelen?

Zo stonden we stil bij het principe van ‘vrij verkeer van personen’, dat heeft geleid tot een grote instroom van Oost-Europese arbeidsmigranten, die vaak slecht worden betaald. Het zijn er nu zo’n 400.000. Moet je aan dat principe vasthouden? Of moet je grenzen stellen om ongewenste effecten, zoals valse concurrentie met Nederlanders en slechte omstandigheden voor de arbeidsmigranten, tegen te gaan? Kan dat trouwens wel juridisch? We concludeerden dat het vrije verkeer niet het probleem is, maar dat werkgevers op handige manieren EU-migranten goedkoper kunnen inhuren dan Nederlanders. Een niveau   dieper vroegen we ons af onze economie als geheel wel de meest gewenste is. Moeten we in Nederland niet vaker de vraag stellen of bepaalde sectoren nog wel een plaats in onze economie zouden moeten hebben of dat deze op deze manier simpelweg niet meer rendabel of wenselijk zijn? EU-migratie moet eerlijker worden, was onze conclusie, eerlijker voor de migrant, de Nederlander die concurrentie ervaart en voor de gemeenschap die de migranten als tijdelijke inwoners krijgt.

Kennismigranten leken een gemakkelijke categorie. Zij komen alleen als een werkgever hen expliciet uitnodigt bij gebrek aan Nederlanders werknemers voor de openstaande vacature. De kennismigrantenregeling is opgezet omdat er in Nederland tekorten zijn aan hoger opgeleiden, vooral in sectoren als techniek, exacte wetenschappen en ICT. Zonder zulke kenniswerkers kan onze high tech industrie niet draaien en ook de publieke sector, zoals de zorg, heeft kennismigranten hard nodig. Maar uit analyses blijkt dat Nederland relatief weinig kennismigranten aantrekt en bovendien is maar een deel van hen technisch, exact of ICT geschoold. Doet Nederland zichzelf niet tekort? Is intensivering niet nodig? Er zijn ook nadelen, zoals het onder druk komen van de woningmarkt, die al krap is. Kennismigranten krijgen een belastingvoordeel. Maar is dat wel terecht? Wie verdient er aan die mensen? Een andere vraag: integreren deze hoog opgeleide buitenlanders wel en zou je dat moeten willen? Of horen ze bij Nederland als lid van de global community waarin we Engels spreken en van standplaats naar standplaats verhuizen in onze internationale carrières? Vinden bewoners in een wijk met veel expats dat ook? We besloten dat het belastingvoordeel voor de private sector moet wijken en dat de nadelige effecten van kennismigranten moeten worden aangepakt.

We braken ons ook het hoofd over klimaatvluchtelingen. De voorspellingen zijn dat steeds meer mensen op pad zullen gaan, omdat de levenskansen op hun woonplek door klimaatveranderingen zullen verdwijnen. Moet je hen dan als ‘vluchteling’ zien en moet je daar ook iets voor willen regelen uit het principe van solidariteit? Om hoeveel mensen gaat dat eigenlijk en waar zullen deze mensen vandaan komen? Hoe loopt de discussie daarover in internationale instituties? Onze conclusie was dat agendering van deze ontwikkeling nu het hoogst haalbare doel is.

De integratie van erkende vluchtelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt was ook een discussiepunt. Die is moeizaam bij de eerste generatie, bij de tweede generatie gaat dat al beter. Ook is een plek op de arbeidsmarkt niet altijd vanzelfsprekend voor bijvoorbeeld  nauwelijks geschoolden en voor vrouwen uit traditionele culturen. Wat kan en moet je daaraan doen? Is integratie wel voor iedereen haalbaar? Over een aspect daarvan waren we het meteen eens: taalles moet niet meer aan de vrije markt worden overgelaten.

Het ingewikkeldste vraagstuk was dat van de hantering van de toestroom van asielzoekers. Niet alleen is dit analytisch complex, het is ook lastig te vertalen in uitvoerbare maatregelen. Bovenal roept dit onderwerp de meeste emoties op, zeker als de kranten vol staan met berichten over overvolle, onveilige vluchtelingenkampen. Solidariteit is de eerste instinctieve reactie. Maar solidariteit met wie? Alleen solidair met de mensen die naar ons land willen komen, of ook met de Nederlanders die zich in de knel voelen door de komst van immigranten? Welk draagvlak is er nodig en wat kan onze samenleving aan? We gingen terug naar de feiten. Tot de COVID-19-crisis telde de immigratie in Nederland 115.000 mensen van wie slechts 5% erkend vluchteling (IND 2018-2019). Dat is dus nu niet het probleem. Wel de te trage afhandeling van asielaanvragen in Nederland en in de landen aan de buitenring van Europa. Grondig bestuderen van de oorzaken, de verschillende aanpakken die mogelijk zijn en de vraag welke actor de instroom van migranten het best kan hanteren leidde ons tot een samenhangend, realistisch pakket aan maatregelen – een pragmatisch en vernieuwend EU-migratiebeleid.Steeds stoeiden we met de vraag: in hoeverre moeten politieke voorstellen ook meteen uitvoerbaar zijn? Moet je al helemaal meedenken met de ambtenaren die straks – als het voorstel in een regeerakkoord is beland – de vertaling moeten maken van streefdoel naar uitvoering? Wij kozen voor zo uitvoerbaar mogelijke voorstellen en soms voor alleen een oplossingsrichting.

Tot slot

In elf weken skype-vergaderen hebben we als werkgroep onze notitie met voorstellen opgesteld. De Buitenlandcommissie heeft ons ondersteund met kritische maar constructieve feedback op het eerste concept. Ik vond het een intensief en inspirerend traject. Nu moest ik wel dieper gaan dan krantenberichten, echt doordenken wat solidariteit, rechten en plichten in de verzorgingsstaat, grenzen en internationale afspraken, de relatie individu, gemeenschap en staat voor mij betekenen. In alle zwaarte van de lock-down was het een verrijkend avontuur. Ook heel persoonlijk, want ik ben een kind van migranten.

De notities ‘Een PvdA-migratiebeleid vanuit ons arbeidsperspectief’ is te downloaden als pdf. U vindt het document in de meest rechter kolom direct onder de foto van de auteur.

Hieronder volgen de belangrijkste voorstellen die het resultaat waren van onze zoektocht (uit de paragraaf ‘Hoofdlijnen en speerpunten’):

De kern van een ‘PvdA-migratiebeleid vanuit ons arbeidsperspectief’

Uitgangspunten voor alle immigranten[1]

  • Vanaf dag één investeren we in integratie op maat, inclusief het leren van de Nederlandse taal, en tegelijkertijd het begeleiden naar werk, zodat migranten hun eigen bestaan kunnen opbouwen en een plek in de Nederlandse samenleving kunnen vervullen. Daar zetten we vol op in.
  • Migranten die in Nederland mogen blijven, accepteren de rechtsstaat en de waarden van de Nederlandse samenleving als spelregels.

Mensen die bescherming zoeken

  • De PvdA zet in op een EU-asielbeleid met als belangrijkste kenmerken:

Asiel in Nederland en Europa

  • Erkende vluchtelingen worden in de EU opgevangen conform het internationaal Vluchtelingenverdrag van 1951 en het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
  • Asielzoekers worden verdeeld over de EU. Lidstaten krijgen de mogelijkheid om niet met fysieke opvang maar financieel bij te dragen aan de opvang.
  • Vluchtelingen kunnen altijd in Nederland asiel aanvragen.
  • Vluchtelingen die asiel aanvragen aan de buitengrenzen van de EU (Griekenland, Italië, Spanje) krijgen in samenwerking met de EASO efficiënte opvang en procedures die voldoen aan de internationale normen. Afgewezen asielzoekers keren snel, en begeleid door de Internationale Organisatie voor Migratie, terug door gezamenlijke EU-afspraken met herkomstlanden.

Veilige routes en opvang in de regio

  • Nederland steunt veilige asielroutes en opvang in de regio door 5000 door de UNHCR geselecteerde kwetsbare vluchtelingen op te nemen.
  • Nederland doet een proef met humanitaire visa voor specifieke groepen, aan te vragen bij Nederlandse ambassades. Nederland verhoogt de financiële bijdrage voor opvang van vluchtelingen in de regio.

Migratie reguleren

  • Nederland sluit in EU-verband brede migratieakkoorden met herkomstlanden met solide afspraken over terugkeer, in ruil voor mogelijkheden tot legale arbeidsmigratie.
  • Als de EU-landen niet gezamenlijk tot besluiten over migratievoorstellen kunnen komen, zal Nederland zich daar niet achter verschuilen, maar zich aansluiten bij gelijkgezinde EU-landen om maatregelen te nemen.
  • De PvdA wil dat ons land plotseling grotere toestromen van vluchtelingen kan opvangen. Daartoe:
    • stelt de IND/COA preventief een ‘buffer’ aan extra mensen aan;
    • wordt afgesproken welke middelgrote gemeenten verspreid over het land een standaard ‘crisislocatie’ beschikbaar hebben. 
  • Extra steun voor vrouwelijke immigranten in Nederland en kwetsbare groepen, zoals alleenstaande minderjarige asielzoekers en LHBTI’ers, is hard nodig.
  • Erkende vluchtelingen in Nederland keren alleen terug naar hun land als dat volgens de ambtsberichten van het ministerie van Buitenlandse Zaken veilig is, en op vrijwillige basis.
  • Geef vluchtelingen als start een duaal taal-werktraject. Zo voorkom je sociaal isolement en verbeter je de integratie. Haal het commerciële af van taalverwervingsbureaus.

Niet-erkende vluchtelingen

  • Een intensiever begeleide terugkeer van mensen die geen bescherming nodig hebben in combinatie met wederzijdse, effectieve afspraken met de landen van herkomst. Hierbij mag ontwikkelingssamenwerking nooit conditioneel worden aan migratiedoelstellingen.
  • Om een humanitaire COVID-19-ramp op het Afrikaanse continent te voorkomen, die kan leiden tot een grotere migratiedruk, ondersteunen we ontwikkelingslanden met 1% van de Nederlandse inzet voor de bestrijding van COVID-19.

Grondoorzaken

  • Met ontwikkelingssamenwerking investeren in het aanpakken van de grondoorzaken van migratie, inclusief het stimuleren van arbeidsmogelijkheden in Afrikaanse landen en in een goed onderwijsstelsel. Dit wordt gecombineerd met beperkte legale en gereguleerde migratie voor lager opgeleiden richting Europa.

EU-migranten

  • EU-arbeidsmigratie moet veel eerlijker: eerlijker voor de mobiele werknemer (betere arbeidsomstandigheden), eerlijker voor hen die concurrentie ervaren (gelijkere voorwaarden voor “eigen” mensen ten opzichte van mobiele werknemers uit andere lidstaten), eerlijker voor de gemeenschap (voordat er nieuwe grote bedrijven komen moet een gemeente kijken of dat mogelijk is qua huisvesting en andere zaken).

Kenniswerkers, studenten en promovendi van buiten de EU/EER

  • Op basis van een analyse van de arbeidsmarktbehoefte in zowel de private als de publieke sector bepaalt Nederland welke en hoeveel kenniswerkers in Nederland komen werken.
  • Werkgevers betalen hun volledige kosten. Alleen bèta/techniek/ICT opgeleide kenniswerkers die werken in publieke instellingen voor zorg, onderwijs en onderzoek krijgen de 30%-belastingvrijstelling die nu voor alle kenniswerkers geldt.
  • “Expat”-druk op de voorraad betaalbare woningen wordt bestreden in het woningmarktbeleid van steden.
  • Studenten en promovendi uit niet-EU/EER-landen krijgen na hun studie de mogelijkheid van een tweejarig arbeidscontract, opdat ze daarna goed geëquipeerd in hun eigen land weer aan het werk gaan.

Noten

1. Uit: De 10 punten voor migratie van de PvdA, 2018: https://www.pvda.nl/nieuws/meer-grip-en-meer-verantwoordelijkheid-bij-migratieaanpak/

 

Foto:  Arnold van West.