Op woensdag 13 november heeft Diederik Samsom, voormalig PvdA politicus en kabinetschef van eurocommissaris Frans Timmermans, de 29e Willem Drees-lezing gehouden. Laura van Geest, directeur van het Centraal Planbureau, heeft hierbij als coreferent opgetreden.

De lezing is een initiatief van de Stichting Willem Drees-lezing en wordt uitgesproken in de Oude Zaal van de Tweede kamer. Kijk voor meer informatie en een overzicht van alle lezingen op willemdrees.nl


-----------
De vijfde industriële revolutie

Het is een befaamde scène uit de film Primary Colors, het verhaal over een Amerikaanse presidentscampagne, waarin presidentskandidaat Jack Stanton, meer dan losjes gebaseerd op Bill Clinton en fantastisch gespeeld door Travolta, de tot de nok toe gevulde werkplaats van een net gesloten scheepswerf toespreekt. Wouter Bos liet ons het fragment zien in een van de eerste fractieweekenden van de nieuwe fractie van 2003, na zijn spectaculaire comeback vanuit het dal van 2002. En ik heb het sindsdien vaak teruggekeken. John Travolta beklimt een provisorisch podium en richt zich tot de radeloze werknemers: “Ik ga iets belachelijks doen”, zegt ie, “ik ga jullie het eerlijke verhaal vertellen. Geen enkele politicus kan deze scheepswerf voor u openhouden. We leven in een nieuwe economie zonder grenzen. Met een druk op de knop kan een man in New York een miljard naar Tokyo verplaatsen. En in deze wereld gaat zware arbeid naar plekken waar zware arbeid het goedkoopst is, en dat is niet hier. Deze fabriek gaat dicht”. Onheilspellend zwijgen vanuit de zaal. Zijn campagnemedewerkers verbergen het gezicht in hun handen. Maar dan gaat Travolta door. “Onze nieuwe kracht zit niet in de armen, die zit tussen de oren. Die kracht moeten we versterken. And I will make you this deal, I will work hard for you, I’ll wake up every morning thinking about you. I’ll fight and sweat and bleed to get the money to make education a lifetime thing in this country, to give you the support you need to lift yourself up”. Gejuich volgt, de camera zoemt uit, muziek zwelt aan, afijn. Dit, zo hield Wouter Bos ons voor, was de essentie van sociaaldemocratie. In nieuwe tijden niet de achterban paaien door krampachtig vasthouden aan oude, valse zekerheden, maar hen toerusten voor de nieuwe realiteit. Het werd nog een mooi fractieweekend. We discussieerden vol vuur. Termen als ‘activerende sociale zekerheid’ en ‘leven lang leren vielen’. Globalisering, digitalisering, kom maar op, we konden het aan, wisten we. Dachten we.

Tien jaren later. In de herfst van 2013 reed ik als fractievoorzitter naar Delfzijl. De economische recessie had daar de aluminiumsmelterij Aldel omver geblazen. Voor honderden medewerkers dreigde ontslag. In Oost-Groningen. In Het Rode Noorden. Als we ergens moesten laten zien wat we waard waren, was het hier. Ik had de lessen van Travolta en Bos goed opgeslagen. Sterker. Ik ging het beter doen. Ik ging daar niet mijn bloed zweet en tranen beloven. Ik ging erheen met concrete resultaten. De weken ervoor had ik de ruiten eruit gesmeten bij onze ministers Dijsselbloem en Asscher. De PvdA had geld geregeld voor een ‘mobiliteitscentrum’, waar mensen ‘van baan naar baan’ geholpen kunnen worden door ‘jobcoaches’. Vol zelfvertrouwen stapte ik de kantine van het bedrijf in. En keek in tweehonderd paar wanhopige ogen die me leeg aanstaarden. Mannen van een jaar of vijftig. Gewend aan zwaar werk, maar zonder noemenswaardige opleiding. Velen al decennia werkzaam in dezelfde fabriek, met dezelfde maten van dezelfde ploegendienst. En nu op de rand van ontslag. Grote kerels, licht onderuit op de kantinestoel, armen stoer over elkaar, maar sommigen met vochtige ogen. En ik kwam ze vertellen dat ze een afspraak konden maken met een jobcoach. Hollywood was verder weg dan ooit, dit was Oost-Groningen. En weet u, zes jaar later voel ik het nog. Het zijn de meest confronterende momenten in het leven van een sociaaldemocraat. Natuurlijk ja, mensen meenemen in de veranderende wereld, sterk en sociaal, zekerheid en vooruitgang, we kennen de posters. Maar het leven is geen poster. Op zo’n moment voel je de aanvechting om gewoon te roepen wat men wil horen. “De fabriek blijft open”. Ook al weet je dat deze aluminiumsmelterij, ver weg van bauxietvoorraden en in een stukje wereld met dure elektriciteit, gewoon een heel slecht idee is. Ik riep het dus niet. Omdat het niet kon. De terugreis naar Den Haag duurde lang.

Het is maar een kleine episode in de lange worsteling van de sociaaldemocratie. Eerlijke kansen blijven bieden, tegen de snel oneerlijker wordende realiteit in. Soms lukt het, vaak, te vaak naar onze smaak, ook niet. En steeds als we het onder de knie hebben, telkens als we de tegenkracht tegen ongebreidelde concentratie van kennis macht en inkomen hebben gemobiliseerd, worden we opnieuw getest. Al vier industriële revoluties lang. Elke van die industriële revoluties gaf weer een nieuwe impuls aan de darwinistische krachten in de samenleving en vergrootte de verschillen tussen sterk en zwak, tussen kansarm en kansrijk. Elke keer weer dienden de tegenkrachten zich te herpakken, om zo die verschillen weer te verkleinen.
De eerste industriële revolutie, vanaf 1765, met als startschot de uitvinding van de stoommachine, zorgde voor een nimmer vertoonde concentratie van productiemiddelen en macht bij enkelen. De tegenkracht was de geboorte van het socialisme.

De tweede, begonnen in 1870, via de opkomst van elektriciteit, communicatiemiddelen, de auto en vooral: de lopende band, lieten zien dat het harde kapitalisme nóg harder kon. Het vroeg om een intelligenter en maatschappelijker tegenkracht. De vakbonden en de klassieke sociaaldemocratie dienden zich aan.

De derde revolutie, micro-elektronica en informatietechnologie, zetten vanaf de jaren zeventig de klassieke verhoudingen van arbeid en kapitaal wederom op haar kop en ontregelden de sociaaldemocratie bijna twintig jaar lang, tot ze uiteindelijk in de Derde Weg schijnbaar voldoende kracht en de juiste aanpak vond om haar opdracht weer op te pakken. Aanvankelijk leek dat een daverend succes. De tweede helft van de jaren negentig barstte de Derde Weg van het zelfvertrouwen, niet toevallig dateert de scene van Travolta in de scheepswerf precies uit 1998. Maar net toen Blair, Clinton, Kok en Schröder het helemaal voor elkaar leken te hebben en New Labour en Paars het voorspelde einde van de geschiedenis inderdaad leken af te leveren, rolde de vierde industriële revolutie binnen. En rolde de sociaaldemocratie omver. Internet, biotechnologie en artificiële intelligentie versnellen de toch al oprukkende globalisering en complexering van onze samenleving zo fundamenteel dat - sinds het begin van deze eeuw – de sociaaldemocraten nog altijd bezig zijn om stuiterend en struikelend een afdoende antwoord proberen te vinden.

Zelfs in het toch overzichtelijk homogene Europa schiet het daarbij alle kanten op. Het Engelse Labour belooft een nostalgisch socialistisch verleden, de Deense Socialdemokraterne zoeken het in anti-migratie, terwijl de Zweedse premier Løven juist een variant van de Derde Weg lijkt na te jagen. Allen met wisselend succes. En de PvdA? Nee, ik duik vanuit mijn nieuwe Brusselse rol dankbaar en gretig weg voor de verleiding om ook even de huidige zoektocht van de eigen PvdA te becommentariëren. Ik heb mijn portie ook wel gehad.

Maar ik meen ook oprecht dat onze Nederlandse specifieke problemen niet de kern van het vraagstuk zijn. Het is breder, dieper en omvangrijker. Het sociale contract. Pronkstuk van honderd jaar sociaaldemocratie, Die deels wettelijk, deels maatschappelijk vastgelegde afspraak dat kansrijken en kansarmen, bovenmidden en onderklasse, coalitie en oppositie, multinationals en kleinbedrijf, overheid en burger, dat wij allen ons iets aantrekken van wat de ander overkomt, dat staat onder grote druk. Sommige zwartkijkers hebben al geconcludeerd: het is kapot. Ik ben zover nog niet. Maar het is inderdaad wel alle hens aan dek. Vier industriële revoluties lang de samenleving rechtvaardig houden heeft veel van ons gevergd, zoveel dat de tekenen van zware oververmoeidheid onmiskenbaar zijn.

En dan moet de zwaarste opdracht nog komen. De vijfde industriële revolutie. De duurzame revolutie. De omwenteling richting een samenleving die niet langer een onverantwoord beroep doet op de bestaande natuurlijke hulpbronnen. En, dames en heren, riemen vast, want die is kwadratisch ingewikkelder. De vorige technologische revoluties mochten dan darwinistisch van aard zijn, ze gingen in ieder geval gepaard met spectaculaire welvaartsgroei. Telkens bleek er nog meer mogelijk. De duurzame revolutie lijkt vooral te gaan over wat er allemaal minder moet. Vliegen, auto’s, energie en vlees. Een toch al klemgezette middenklasse, krijgt opeens te horen dat ze er meer voor moeten gaan betalen en minder van mogen gebruiken. En omdat we lang niet allemaal bereid zijn de wereld op geitenwollensokken te redden, zoals de winnaar van vandaag in zijn essay betoogt, maakt dat vooral chagrijnig. Het maakt zelfs razend als dat verwijtende vingertje ook nog komt van een Parijse elite die het voor zichzelf allemaal goed geregeld heeft. Ziedaar de geboorte Gillets Jaunes, de gele hesjes.

De duurzame revolutie is ingewikkelder dan de vorige vier. Die bedreigden mensen vooral in hun werk, dat is al heftig, maar de duurzame revolutie valt mensen ook thuis aan. In hun energierekening, de kosten voor de gehaktbal, de benzine in de auto.

De conclusie lijkt dus bijna onvermijdelijk. Na vier industriële omwentelingen, wordt de vijfde onze genadeklap. Over en uit. Maar, dames en heren, ik zal u laten zien dat het omgekeerde het geval is. De duurzame revolutie zal de opleving van de sociaaldemocratie inluiden. Ik zie ongelovige gezichten. Maar let op.

Allereerst is de situatie minder hopeloos dan het soms lijkt. Waar sommige Nederlands politici al te gretig waarschuwden voor gele hesjes in Nederland en de media handenwringend uitrukten om de massale protesten te registreren, werd hier om de hoek in het torentje de gehele hesjesopstand met één niet-handdruk ontmanteld. Dat zegt iets over de kwaliteiten van de premier, maar het zegt vooral iets over Nederland. Dit land is niet kapot, het sociale contract staat onder druk, maar het is niet gebroken. De sociaaldemocratie heeft het lastig, maar ze heeft niet gefaald. Integendeel. Er is geen sociaaldemocratischer continent dan Europa, en vrijwel geen sociaaldemocratischer land dan het onze. Dat geeft moed.

En die moed, die zullen we hard nodig hebben. Om voor de vijfde keer in de geschiedenis alle rechtvaardige krachten te mobiliseren en een technologische revolutie in goede banen te organiseren. Organiseren. Ja. Want in tegenstelling tot de voorgaande revoluties is dit er geen die ons overkomt, de duurzame revolutie zullen we zelf in gang moeten zetten. Als we onze kinderen nog recht in de ogen willen kijken en ze niet willen opzadelen met de onomkeerbare gevolgen van onze kortzichtige hebzucht, moeten we de samenleving binnen enkele decennia op geheel duurzame leest schoeien. De feiten zijn duidelijk, nu de politieke keuzes nog. Dat vraagt veel. Meer dan we konden opbrengen. Zo leek het lange tijd.

En ja, ik geef toe, lange tijd was het ook om moedeloos van te worden. Duurzaamheid, dat stond toch altijd synoniem aan uitstel, teleurstelling en tegenslag. Het ging altijd langzamer dan we wilden, werd kleiner dan we dachten en duurder dan we hoopten. Dat was allemaal nog maar kort geleden. Ik neem u even mee naar het jaar 2009. In energietermen is dat gisteren.

2009. Dat was het jaar van de grote klimaatconferentie in Kopenhagen. Vol goede moed gingen we erheen. Met de trein uiteraard. Want we wisten, in Kopenhagen ging het gebeuren. Er was een nieuwe jonge en progressieve president in Amerika, weten we het nog, en ook in China was er sprake van ontluikend milieubewustzijn. Dit was de kans van onze generatie. Maar het draaide uit op een gigantische mislukking. De grootste zeperd in de geschiedenis van de Verenigde Naties. Niets werd er bereikt in Kopenhagen.

2009, was ook het jaar waarin het eerste offshore windmolenpark een vergunning kreeg. Boven Schiermonnikoog moest het komen. Goed nieuws. De zogenaamde vergunningsbeschikking luidde, dames en heren van Gemini - de belangrijkste eigenaar van het park was inmiddels een hedgefonds - u krijgt zestien cent subsidie per kilowattuur. Zestien cent was er nodig om een windpark rendabel te krijgen – ter vergelijking de productie van fossiele stroom kost vier cent per kilowattuur. Ik was in 2009 milieu-woordvoerder van de fractie. Dan zit je een beetje achterin, letten mensen niet zo op en kun je ongemerkt op de achterkant van een bierviltje uitrekenen wat het aan subsidie kost als je met zestien cent per kilowattuur de gehele Nederlandse energievoorziening wilt verduurzamen. Dat is 530 miljard euro. Over moed in de schoenen gesproken.

2009, dat was ook het jaar dat de eerste elektrische auto voor consumenten op de markt kwam. Mooi toch? Ja, tot je hem zag. Toch een beetje een opgevoerde invalidenwagen met een actieradius tot aan het tuinhek en dan moest je alweer aan de stekker.

In 2009 leek het hopeloos met die duurzame revolutie. Die ging er nooit komen.

En toen, langzaam maar zeker veranderde het. Zoals vaker voltrok het zich eerst buiten ons zicht, in laboratoria, in werkplaatsen, ver weg in China. Maar sinds enkele jaren is het zichtbaar, en inmiddels onmiskenbaar. Er vindt een spectaculaire omwenteling plaats.

Kijk naar offshore wind. Vorig jaar, negen jaar na dat Gemini park, reikte de minister een nieuwe subsidiebeschikking uit. Aan een nieuw windpark, verder uit de kust in dieper water, dus in principe duurder. De mededeling luidde. Dames en heren, Vattenfall, een staatsbedrijf ditmaal, u krijgt nul cent subsidie om rendabel te kunnen draaien. Nul cent. Van zestien cent, onbetaalbaar, naar nul, volledig rendabel, in minder dan tien jaar tijd. Dat is een spectaculaire sprong voorwaarts. En let wel. Offshore wind. Dat is geen Netflix, geen Google. Het zijn enorme wieken, enorme palen, enorme schepen. Dat in tien jaar tijd zo in kosten laten dalen is niks minder dan een revolutie. En hij voltrekt zich onder onze ogen.

En niet alleen met offshore wind gaat het hard. Neem die vermaledijde elektrische auto van tien jaar geleden. Ik mag het zeggen, je moet linke mensen ook helemaal geen auto laten ontwerpen. Wij houden helemaal niet van auto’s. Dus nemen we een hele kleine. Die stampen we dan helemaal vol met accu’s. Zodat ie van ellende helemaal niet meer rijdt. Nee, soms heb je rechtse mensen nodig voor linkse idealen. Elon Musk. Die snapt het wel. Je neemt het zwaarste chassis wat je kunt vinden, een Audi A8, dan maakt het gewicht van de batterij immers niet zoveel meer uit. Dan bouw je vervolgens een auto van een ton, want wie honderdduizend euro voor een auto wil betalen, die legt die overige twintigduizend er lachend naast. En vervolgens verkoop je geen auto, maar een rijdende iPhone. En zo zet je de autowereld op zijn kop. Volkswagen, het bedrijf dat nog geen drie jaar geleden de elektrische auto tot sackgasse - mooi Duits woord voor doodlopende weg –verklaarde, investeert nu alsnog vijftien miljard euro in twee jaar tijd in elektrische auto’s en komt nog dit jaar met negentien modellen. Het gaat adembenemend snel.

En ik ga u nog wat meer moed inspreken. Neem zonnepanelen. Nog maar een paar jaar geleden vooral te vinden op daken van diehard milieuactivisten. Idealistisch hoor, maar ook een beetje sneuneuzerig, die peperdure blauwe platen voor een drupje schone stroom. En nu? Als u nu zonnepanelen laat installeren op uw dak, inclusief al die arbeidsvoorwaarden waar ik als PvdA-er zo trots op ben, maar het is wel duur, want ze komen met zijn tweeën, ze bouwen een steiger, want ze mogen niet vallen. Al die kosten meegerekend, kost stroom van uw eigen dak vijftien cent. Google maar eens op energieprijsvergelijker.nl. U komt niet onder de negentien. Stroom van uw eigen dak is de goedkoopste stroom die er is.

En dat gaat nog over stroom van Nederlandse daken. Zonne-energie in het zonnige zuiden van Europa neemt inmiddels vormen aan die het voorstellingsvermogen te boven gaan. In augustus werd in Portugal daar meer dan 1 Gigawatt aan zonneparken, een oppervlak van vijftienhonderd voetbalvelden, aangekondigd die stroom gaan produceren voor een derde van de prijs van een kolencentrale. Een derde! En inmiddels is er in Dubai een plan voor het tienvoudige aan vermogen voor nog lagere kosten. U begrijpt mijn optimisme. Die duurzame revolutie, dat wordt een eitje.

Toch? Nee. Zo makkelijk is het ook weer niet. Het is weliswaar een enorme opluchting dat de technologische kant van de duurzame revolutie voorspoedig verloopt. Eindelijk. Maar het echte werk, ons werk, dat moet nog beginnen. Want nu de vijfde technologische revolutie vol in onze rug begint te blazen, plaatst ze ons voor dezelfde opgave als al haar vier voorgangers, maar nog een graadje ingewikkelder. De verandering is indringender - want thuis. Hoezo opeens van het gas af, die ketel gaat nog vijftien jaar mee. De complexiteit is angstaanjagender, dag automonteur, welkom auto-programmeur. En de verdelingsvraagstukken zijn pijnlijker, kijk maar naar die Tesla. Wie rijdt daarin? Zo bekeken is de waarschuwing voor Gele Hesjes volkomen logisch.

Maar wie bereid is beter te kijken ziet ook enorme kansen. Of eigenlijk: een enorme opdracht. De opdracht voor de sociaaldemocratie om deze technologische omwenteling niet te breidelen - het mooiste Dreesiaanse woord ooit - om haar idealen nog enigszins overeind te houden, maar de opdracht om de duurzame transitie juist in te zetten om de rechtvaardigheid van de samenleving te vergroten. Door mensen minder kwetsbaar te maken voor hogere energielasten, bedrijven een eerlijker deel van de collectieve lasten te laten meebetalen, arbeid lonender en het leven gezonder te maken. Allemaal idealen waarvoor we ooit zijn opgericht.

Daarvoor zullen we wel de angst voor snelle vernieuwing moeten overwinnen. Niet blijven steken in een defensief verhaal - dus niet ‘help de robots komen’, niet op voorhand ‘een warmtepomp is te duur’. Nee, iets meer zelfvertrouwen mag best. Deze verandering kunnen we aan. Sterker nog. Deze verandering is van ons. Een welvarende, rechtvaardige samenleving schoeien op duurzame leest. Sterk, Sociaal en Schoon. De 21ste eeuwse opvolger van Sterk en Sociaal.

Bij meer zelfvertrouwen horen ook radicalere keuzes. Die zijn ook hard nodig wanneer we werkelijk de kansen willen benutten die de duurzame revolutie ons biedt.

De kans op een rechtvaardiger belastingstelsel bijvoorbeeld. Waar we niet alleen de inkomen en winst, maar vooral de vervuiling belasten. Want waar we in de zoektocht naar het belasten van winst altijd achter het net blijven vissen - met een druk op de knop verhuis je de immers een miljard naar het andere eind van de wereld - daar kunnen bedrijven niet ontsnappen aan het belasten van CO2- uitstoot. De winst verplaats je boekhoudkundig zo naar de Kaaiman-eilanden, maar je raffinaderij staat rotsvast in Rotterdam. De ervaringen met het Europese emissiehandel-systeem laten zien dat het mogelijk is om zoiets ongrijpbaars als kooldioxidegas effectief van een prijs te voorzien en daarmee de investeringen de juiste kant op te sturen en publieke middelen te genereren. De opbrengst van het Europese emissiehandel-systeem loopt in de honderden miljarden. En dan geven we ook nog eens veel te veel CO2-rechten gratis weg aan bedrijven en vliegtuigmaatschappijen. Met de politieke moed om dit systeem veel beter te benutten kan de opbrengst, betaald door de vervuilers, omhoog en kan de belasting op arbeid, vooral opgebracht door de middenklasse, eindelijk omlaag.

En er is meer mogelijk in de synergie van rechtvaardigheid en duurzaamheid. Waarom gunnen we mensen met een kleine portemonnee, de huurders van sociale woningen, niet een lagere energierekening en een comfortabeler huis. Met de grootschalige isolatie van huurwoningen kan het oprukkende fenomeen van energie armoede, mensen die de energierekening niet meer kunnen betalen, structureel en effectief worden bestreden. Veel effectiever dan met toeslagen of andere lapmiddelen. Niets staat sociaaldemocraten in de weg om de oude bondgenoot in de sociale strijd, de woningbouwcorporaties, weer eens te omhelzen en gezamenlijk de duurzame toekomst te lijf te gaan. En ja, de aanschaf van zonnepanelen is duur. Maar je verdient ze terug op de energierekening. Als we de aanschaf nou eens publiekelijk voorschieten en de aflossing via die energierekening laten lopen, kan iedereen, ook mensen zonder spaargeld, daarvan profiteren.

Ons ideaal houdt ook niet op bij de landsgrenzen, of zelfs maar bij de grenzen van ons continent. Internationaal biedt de vijfde technologische revolutie kansen die er voorheen niet waren. Als we de potentie van de Noord-Afrikaanse zon weten te ontginnen met investeringen en technologische samenwerking, kan een energie-infrastructuur worden gegenereerd waar zowel Europa als Afrika van kunnen profiteren. Misschien stappen we dan eindelijk uit die verstikkende mal van het zogenaamd gulle Europa en het zogenaamd hulpeloze Afrika en kan de echte solidariteit beginnen.

En tot slot onderwijs. Ongelijkheid is de uitkomst van de race tussen onderwijs en technologie, zei Tinbergen. De ongelijkheid wordt groter als het onderwijs verliest. En op dit moment is dat het geval. Het basisonderwijs, het beroepsonderwijs hebben een impuls nodig die de huidige discussie over procenten salarisverhoging uit het water blaast. Kort gezegd. Als we het onderwijs willen bieden dat onze kinderen verdienen en de duurzame toekomst vereist zullen we docenten twee keer zo goed moeten opleiden, en twee keer zoveel moeten betalen. En we zullen het accent vooral moeten verschuiven naar beroeps- en techniekonderwijs. Het advies van de commissie onder leiding van Martin van Rijn was niet populair, maar hij had wel gelijk. We hebben in dit land veel te veel economen en veel te weinig technici. Als je daar echt iets aan wilt veranderen moet je ook met geld durven schuiven. Radicalere keuzes zijn nodig.

En dit zijn nog maar vier mogelijkheden van een offensief programma waarmee de sociaaldemocratie de nieuwe toekomst tegemoet kan. Een toekomst die, zoals vaker in het verleden, in eerste instantie angst inboezemt en behoudzuchtige reflexen oproept. Kijk naar de discussie over het Klimaatakkoord. Kijk naar wat ik daar in de failliete aluminiumsmelterij, neigde te doen. Maar, net als daar in Delfzijl, zou dat totaal verkeerd zijn. De verandering waar we voor staan, moeten we niet willen vermijden, we moeten hem beetpakken. De duurzame revolutie is even onvermijdelijk als noodzakelijk. En hij is van ons, sociaaldemocraten. Want de duurzame revolutie zal rechtvaardig moeten worden vorm gegeven. Of hij zal falen. En juist op dat punt kunnen wij laten zien wat we waard zijn. U heeft wellicht vernomen dat ik daar vanuit Brussel mijn steentje aan ga proberen bij te dragen. Maar ik roep u ook op. Doe mee. Trek een rood(groen) hesje aan. En ga aan de slag.

Met dank aan Franklin van der Pols voor ondersteuning bij de eindredactie en Stichting Willem-Dreeslezing voor het beschikbaar maken van de tekst.

Het co-referaat van de directeur van het CPB, Laura van Geest vindt u hier.

----------

Over de Willem Drees-lezing

De Willem Drees lezing wordt georganiseerd door de stichting Willem Drees-lezing. Zij stellen zich ten doel om de grote betekenis die dr. Willem Drees heeft gehad voor de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat in de 20ste eeuw te memoreren door jaarlijks een publieke lezing te organiseren.

Met behulp van deze lezingen wil de stichting de principes van de verzorgingsstaat actualiseren en verdiepen. De stichting hoopt daarmee een bijdrage te leveren aan het waarborgen van een rechtvaardige en democratische verdeling van kennis, inkomen en macht in Nederland en daarbuiten. 

kijk voor meer informatie op willemdrees.nl