Op vrijdag 12 maart 2010 organiseerde de Werkgroep Geschiedenis van de Wiardi Beckman Stichting een bijeenkomst over Pieter Jelles Troelstra. Aanleiding voor deze bijeenkomst was het verschijnen van de biografie Politicus uit hartstocht van Piet Hagen. Bovendien wordt dit jaar de 150ste geboortedag van de sociaaldemocratische politicus herdacht. In het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis luisterden ruim honderd belangstellenden naar vier bijdragen over Troelstra’s betekenis voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). De bijeenkomst werd afgesloten met een forumdiscussie over de prikkelende vraag van welke politieke partij Pieter Jelles anno 2010 lid zou zijn.
‘Zonder hartstocht gaat het niet’
De biografie kostte zeven jaar werk en telt bijna duizend pagina’s, maar auteur Piet Hagen gaf de aanwezigen in twintig minuten een helder overzicht van het politieke leven van Pieter Jelles Troelstra (1860-1930). Met het doel de historiografische ‘vernislagen’ van de partijman af te krabben, onderscheidde Hagen enkele plus- en minpunten van zijn politieke loopbaan. Dat Troelstra de onderlaag van de bevolking een maatschappelijk bewustzijn en emancipatiedrang bijgebracht heeft, mag volgens Hagen als grootste verdienste voor de sociaaldemocratie worden beschouwd. Schaduwkanten waren ondermeer zijn soms koppige neiging tot oppositie, de negatieve houding ten opzichte van de sociaaldemocratische gemeentepolitiek en de weinig strategische gevolgen van de ‘vergissing’ in 1918. Als eigentijdse speculatie doemt, op de dag dat Wouter Bos zijn leidersfunctie binnen de PvdA neerlegt, ook de vraag op of Troelstra zich vandaag de dag als partijleider verkiesbaar zou stellen. Volgens Hagen had Troelstra wel raad geweten met de huidige economische crisis, de reactionaire maatschappelijke tendensen en de verschillende stromingen binnen de sociaaldemocratie. Tegelijkertijd wist de ambitieuze en bevlogen politicus ook dat iedere tijd zijn eigen leider en politieke stijl behoefde.
Troelstra en de internationale politiek
Bram Stemerdink, oud-Tweede Kamerlid, staatssecretaris en minister voor de PvdA, nuanceerde Troelstra’s positie in de internationale politiek. Het is waar dat hij voor partijzaken veel naar het buitenland afreisde, maar internationaal gezien was Troelstra van weinig belang. Met name zijn bijdrage aan het debat over de Eerste Wereldoorlog gaf ruimte voor discussie. Troelstra pleitte, tegenover de principiële en revolutionaire romantici, voor nuchterheid en realisme in de bewapeningskwestie. Hij steunde in 1914 de mobilisatiekredieten en dat maakte zijn positie in de partij en de Nederlandse politiek niet makkelijk. Tegelijkertijd bond Troelstra de strijd aan tegen de verschrikkingen van de oorlog en zette hij zich in voor een vredesprogramma. Precies deze ambivalentie komt terug in latere sociaaldemocratische discussies – Indonesië, Srebrenica, Uruzgan – over het gebruik van geweld in oorlogstijd.
Troelstra’s kameraden
Adriaan van Veldhuizen, historisch onderzoeker aan de Universiteit Leiden, schonk aandacht aan de persoonlijke verhoudingen tussen Troelstra en een aantal minder bekende namen binnen de vroege sociaaldemocratische beweging. Zo bleek de partijman bij roerige vergaderingen in de vrijwel onbekende Wolf Lelie een heuse bodyguard te hebben. Samen met zijn kameraad Manus Degen hield Lelie met brute kracht de belagers af van Troelstra, die op zijn beurt met handen in de zakken het rumoer gadesloeg. Figuren zoals Lelie en Degen hadden weinig kennis van de socialistische ideologie, maar vormden volledig onderdeel van het partijleven. Troelstra was voor hen een belangrijke man en wellicht inspirator, maar ook de persoonlijke netwerken van zijn onbekende kameraden gaven de partij haar vorm.
Troelstra als parlementariër
Erie Tanja, historisch onderzoeker aan de Radboud Universiteit, gaf een indruk van Troelstra als parlementair voorman van de SDAP. Tijdens Troelstra’s lidmaatschap van de Tweede Kamer maakte de SDAP-fractie een geweldige groei door: de partij steeg van twee zetels in 1897 naar vierentwintig van de honderd zetels in 1925. Een duidelijk confessioneel overwicht en vanaf 1918 ook communistische en christen-socialistische partijen maakten het de sociaaldemocraten niet makkelijk. Dit leidde regelmatig tot botsingen tussen Troelstra en zijn tegenstanders, zoals in 1912 over de Pensioenmotie en in 1916 over de parlementaire schadeloosstelling. Zijn achtergrond als academicus, jurist en bourgeois verbond hem met de andere Kamerleden, maar in zijn retoriek verzette Troelstra zich tegen heftig en emotioneel tegen de parlementaire ‘heren’ en benadrukte hij zijn inzet voor de arbeiders.
Discussie
De middag werd afgesloten met een discussie over de betekenis van Troelstra voor de sociaaldemocratie in het algemeen en de PvdA in het bijzonder. Onder leiding van dagvoorzitter Jacco Pekelder, voorzitter van de Werkgroep Geschiedenis en historicus aan de Universiteit Utrecht, gaven Hans Blom (emeritus hoogleraar Universiteit van Amsterdam), Paul Kalma (Tweede Kamerlid voor de PvdA) en Bertus Mulder (voorzitter PvdA gewest Fryslân) hun visie op de invloed van de sociaaldemocratische politicus. Onderwerpen als Troelstra’s Friese identiteit, zijn concurrentie met uiterste linkse groeperingen en de voortdurende spanning tussen revolutie- en reformismedrang kwamen ter sprake. Het was vooral Troelstra’s ervaring met maatschappelijke druk en ingewikkelde machtsverhoudingen die voor de PvdA nog steeds betekenis heeft. Zoals Mulder opmerkte, bekeerde de SDAP zich tijdens Troelstra’s leven tot de parlementaire democratie, maar blijft dit politieke systeem ook vandaag de dag een onvoltooid project in de sociaaldemocratische visie.
---
Ter gelegenheid van de 150e geboortedag en de 70e sterfdag van Piter Jelles Troelstra organiseren het Historisch Centrum Leeuwarden en Tresoar op 12 mei een symposium in Leeuwarden. Bekijk de uitnodiging voor meer informatie: troelstra_symposium.pdf
Downloaden nee
