Werk zit mensen hoog. Ogenschijnlijk doet de Nederlandse arbeidsmarkt het uitstekend, zeker in vergelijking met landen om ons heen. Maar er is veel onvrede: over de grote flexibiliteit die van mensen geëist wordt, over de onzekerheid van werken op basis van tijdelijke contracten, over het gedrang aan de onderkant van de arbeidsmarkt, over de beperkte autonomie van professionals en over de uitholling van zeggenschap van werknemers.
Tegelijkertijd leeft er ontevredenheid onder mensen die ogenschijnlijk een prima baan hebben. Zij zoeken naar goed werk en naar een balans tussen werk en de rest van het leven. Hoe kunnen we zorgen voor goed werk voor iedereen? En wat staat er tussen het ideaal van goed werk en de praktijk van vandaag?