De Nieuwe Bank - zonder beursnotering

Debat: De Nieuwe Bank

Woensdag 1 februari wordt het rapport van de Monitoring Commissie Code Banken in de Tweede Kamer besproken. Daarom voeren we op deze plek de komende tijd het debat over hoe De Nieuwe Bank er uit moet zien.

Bijdragen: 
1

‘De Nieuwe Bank. Alternatieve grondslagen voor een onmisbaar instituut’, is de titel van bijdrage van Donald Kalff en Hans Verkoren aan het WBS-jaarboek. Ze tonen de risico’s aan van een beursnotering voor het bankwezen en doen voorstellen om het bestuur van grote financiële instellingen structureel te verbeteren. De belangrijkste conclusie: haal banken van de beurs, want het risico is te groot.

In de houdgreep van beurs, accountancyregels en analisten
Het voorbeeld van ING laat zien hoe beursgenoteerde banken na het uitbreken van de kredietcrisis het extra zwaar te verduren kregen. Daarbij speelden de sinds 2005 geldende internationale accountancyregels (IFRS) een grote rol. Deze regels dwingen financiële instellingen om koersdalingen van hun aandelenportefeuille en andere bezittingen al in het eerstvolgende kwartaal (vroeger: pas bij verkoop) ten laste van hun bedrijfsresultaten te brengen. Onder invloed van die papieren verliezen daalde de beurskoers van ING van 30 euro in 2007 tot 5 euro in oktober 2008. Dat dwong de bank, in combinatie met een geforceerde afboeking van de Amerikaanse hypotheek portefeuille in de V.S., om steun bij de Nederlandse overheid te zoeken – voor een bedrag van ruim 20 miljard euro.

Maar dat was niet het enige. De kwetsbaarheid van ING valt ook toe te schrijven aan de permanente druk van beursanalisten en aandeelhouders om de winst en de beurskoers zo hoog mogelijk op te voeren. Om die reden werden, terwijl de kredietcrisis al gaande was, miljarden euro’s aan een koersverhogende inkoop van eigen aandelen besteed. Vergelijkbaar was de positie van andere beursgenoteerde banken. ABN Amro werd mede rijp voor overname vanwege opeenvolgende strategiewijzigingen die alle gericht waren op verhoging van de winst per aandeel. En Fortis, zwaar belast door de exorbitante prijs die het voor onderdelen van ABN Amro betaalde, ging definitief onderuit toen beursanalisten en de financiële pers het vertrouwen in het bestuur opzegden. Omgekeerd kon de Rabo-bank dankzij het ontbreken van een beursnotering verliezen in Londen en in Amerika absorberen zonder vervolgschade.

Banken van de beurs
De conclusie moet zijn dat een beursnotering van banken – in combinatie met de invoering van nieuwe accountancyregels – te grote risico’s met zich meebrengt. Zij heeft direct bijgedragen aan het ontstaan en verdere verloop van de financiële crisis. Voor een ‘de-listing’ van ING valt veel te zeggen, maar deze is niet gemakkelijk te realiseren. De kansen om ABN Amro een beursgang te besparen zijn veel groter. Het kabinet heeft de Tweede Kamer toegezegd dat alle tot nu toe verworven inzichten in de privatisering van overheidsbedrijven zullen worden meegewogen en dat alle mogelijke vormen van privatisering zo lang mogelijk open zullen worden gehouden. Dat biedt de mogelijkheid om de alternatieven voor een beursgang grondig te onderzoeken en zo te ontsnappen aan het web van irrealistische verwachtingen dat de financiële markten rond beursgenoteerde banken weven.

Alternatieve besturingsmodellen
Zo’n ‘alternatieve positionering’ van banken zou ook betrekking moeten hebben op het bestuur en het intern toezicht. De problemen in de financiële sector zijn ten onrechte als een gedragscrisis bestempeld, maar er is ook sprake is van een systeemcrisis.

Het tekortschieten van Raden van Commissarissen tijdens de crises is goed gedocumenteerd. Het gevaar van een éénhoofdige leiding is aan het licht gekomen. Bestuurders van banken bleken een veel te breed en te omvangrijk takenpakket te hebben.

Er zijn twee mogelijke structurele oplossingen voor de gesignaleerde problemen die beiden passen binnen de bestaande wet en regelgeving en gemeen hebben dat het externe toezicht wordt vergemakkelijkt. In alle varianten ontbeert variabele beloning elke rationele grondslag. Wij kiezen daarom voor hoge vaste beloningen, mede om de onafhankelijkheid van bestuurders veilig te stellen.

In het eerste voorstel wordt de huidige Raad van Commissarissen vervangen door een 5-tal in alle opzichten onafhankelijke commissarissen, die als team opereren en zich volledig aan hun aanzienlijke takenpakket kunnen wijden. De noodzaak van diep inzicht in regelgeving, in de veranderende rol van het toezicht, in risico’s waaraan de bank blootstaat, in de commerciële merites van de bestuursvoorstellen en in de kwaliteiten van het management in alle geledingen van de bank vergt een radicaal andere werkwijze. Deze stap zou gepaard moeten gaan met de inrichting van een collegiaal bestuur nieuwe stijl onder andere om de afhankelijkheid van de bank van een CEO te vermijden.

De essentie van het tweede voorstel is de vervanging van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur door één bestuursorgaan. Deze nieuwe Raad zorgt voor de maatschappelijke verankering van de bank. Niet door aan de hand te lopen van aandeelhouders of van andere belanghebbenden. Maar door economisch duurzaam te opereren en zo de continuïteit van de dienstverlening te garanderen. Het nieuwe Bestuur is verantwoordelijk voor de positionering van de bank en de daarbij passende veranderingen in de portefeuille van activiteiten. Het past de organisatie en de besluitvormingsprocedures daaraan aan, waarmee ook de grondslag wordt gelegd voor de benoeming van het management. Uiteraard creëert en bewaakt het Bestuur het financiële raamwerk en is zij verantwoordelijk voor de financiering van de bank. Het nieuwe Bestuur delegeert alle management en operationele taken.

In essentie gaat het ons om een zo groot mogelijke pluriformiteit in de besturing van banken ‘De internationale concurrentiepositie van de Nederlandse financiële sector zal daar wel bij varen.’