Wat is daarop uw antwoord?

Debat: Met het gezicht naar de wereld

Op deze plek voeren we de komende periode het debat over de contouren van een nieuw sociaaldemocratisch buitenlandbeleid. Een voorlopige samenvatting van de belangrijkste standpunten medio januari zijn te vinden in het overzichtsartikel.

Bijdragen: 
28

Wat is daarop uw antwoord?

Deze resolutie gaat over immigratie, mensenrechten, milieuproblemen, Europa en ontwikkelingsbeleid, terreinen waarop de tegenstellingen tussen het kabinet en de PVV, tussen de coalitie en de oppositie groot zijn. Wilders staat met zijn rug naar de enge buitenwereld gekeerd: Nederland moet Israel steunen, maar heeft verder niets buiten de deur te zoeken. VVD en CDA willen wel degelijk buitenlands beleid voeren, maar dat moet blijkbaar vooral het eigenbelang op korte termijn dienen. De ene visie wordt gekenmerkt door nationalisme, de andere door kortzichtigheid. Dat is in het buitenland niet onopgemerkt gebleven: de Nederlandse reputatie kalft dan ook snel af. Nederland wordt steeds meer gezien als een vreemde vogel op het internationale toneel.

De twee visies vormen een uitdaging voor de PvdA. Wat is daarop het antwoord? Helaas: dat is er niet. De resolutie lijkt daardoor merkwaardig weinig politiek, eerder een doorwrocht stuk voor interne discussies dan munitie voor een politiek gevecht. Ik beperk mij verder tot twee onderwerpen die nu in de vuurlinie liggen: Europa en ontwikkelingssamenwerking.

Europa
Een beter en sterk Europa is natuurlijk geen doel op zich, ook al staat dat letterlijk zo in de conceptresolutie. Gelukkig laat de resolutie het daar niet bij: er worden ook twee argumenten genoemd voor een pro-Europees beleid. Het eerste komt er op neer dat we samen sterk zijn: Nederland kan via een Europees buitenlands beleid proberen doelstellingen te bereiken die op eigen kracht onhaalbaar zijn. Het tweede argument is dat nationaal beleid vaak niet het antwoord kan zijn op milieuproblemen of financiële instabiliteit: regulering moet dan op Europees niveau plaatsvinden.

Dat zijn heel goede argumenten, maar is dat nu alles? Het klinkt mager. Geen woord over wat de EU heeft bereikt met brede integratie, die eerst van drie zuidelijke dictaturen fatsoenlijke, goed functionerende democratieën heeft gemaakt en dat succes nu herhaalt in het oosten, een ongelofelijke prestatie. Geen woord ook over de enorme bijdrage van de gemeenschappelijke markt aan de Nederlandse welvaart. Waarom niet? Is de PvdA bang om gezien te worden als ‘neoliberaal’?

Bij het referendum over Europa in 2005 hanteerden sommige politici absurde argumenten: zonder Europa `zou het licht uitgaan’. De PvdA heeft dat niet gedaan, maar laat nu de kans lopen om met een serieus verhaal over het belang van Europa te komen. Dat is jammer: ook hier verdient Wilders een weerwoord.

“Voor een stabiele euro moeten de landen van de Eurozone in economisch en financieel opzicht naar elkaar toe groeien uitgaande van houdbare overheidsfinanciering ..”, zegt de tekst. Dat wordt vaak beweerd, maar het blijft een misvatting: een muntunie kan wel degelijk functioneren zonder dat de lidstaten naar elkaar toe groeien. Binnen de VS is dat mogelijk door arbeidsmigratie, binnen de EU door uiteenlopende rentes. Dat het fout ging, heeft een heel andere reden. De leiders van de eurozone groeven hun eigen graf door zowel te beweren dat ieder land zijn eigen boontjes moest doppen (no bail out) als te juichen toen de rentes convergeerden: die combinatie is niet geloofwaardig. Wat nu dreigt is dat de Europese leiders politieke eenwording, waarvoor weinig draagvlak bestaat, gaan verkopen als een manier om de euro te redden. Zo wordt een economisch probleem verruild voor een politiek probleem; dat lijkt me heilloos. Ook hier moet de PvdA duidelijk maken hoe zij tegenover Wilders en de coalitie staat.

Ontwikkelingssamenwerking
De resolutie is duidelijk over de doelstellingen: zij pleit voor “drastische hervorming van het neoliberale economische model dat de ongelijkheid in de wereld vergroot”, voor het opkomen voor de belangen van de allerarmsten en voor rechtvaardige mondialisering. Maar welk beleid staat de PvdA voor? Dat wordt niet duidelijk. “Het nieuwe OS-beleid moet zich in eerste instantie richten op het wegnemen van structurele belemmeringen voor een rechtvaardige ontwikkeling en emancipatie van de armen en gemarginaliseerden … “. Is dat nieuw? De resolutie stelt dat het OS-beleid fundamenteel van koers moet veranderen, maar ook dat die koerswijziging al is ingezet door het vorige kabinet. Waar zet de PvdA zich dan precies tegen af? Tegen het huidige beleid dat veel ruimte geeft aan het Nederlandse bedrijfsleven? Maar daarover wordt niets gezegd. Opnieuw: een gemiste kans.

Over één punt is de tekst wel heel duidelijk: ontwikkelingslanden moeten meer beleidsruimte krijgen. Prima, maar wat betekent dat voor het beleid? Meer begrotingssteun? Meer nadruk op verantwoording achteraf op hoofdpunten in plaats van op frequent overleg en evaluatie? Daarover woedt al heel lang een internationale discussie. Waar staat de PvdA in dat debat?

Eerlijk gezegd: er lijkt geen visie op OS-beleid te zijn. De resolutie komt niet verder dan een paar losse opmerkingen: ontwikkelingslanden zouden de eigen industrie moeten kunnen beschermen (dat hebben veel Afrikaanse landen decennia lang gedaan, ondanks al die “eenzijdige nadruk op liberalisering en deregulering van markten”) en een groeibeleid moeten kunnen voeren met meer aandacht voor ongelijkheid (maar wie verhindert dat dan?).

“Nederland moet opnieuw het voortouw nemen in de aanpassing van het ontwikkelingsbeleid aan de nieuwe mondiale verhoudingen ..”. Wat een pretentie! Nederland heeft een zwakke positie in het internationale ontwikkelingsdebat. Dat komt deels door de argwaan die de gedoogconstructie wekt en door de nadruk van het huidige kabinet op eigen belang. Maar het komt vooral doordat Nederland al heel lang inhoudelijk weinig te melden heeft. Dat lag meestal niet aan de bewindslieden - Pronk, Herfkens en Koenders hadden als ministers tal van ideeën - maar wel aan de organisatie van het departement. Het WRR-rapport zag dat als een essentieel probleem. Het kabinet dat zegt dit rapport uit te voeren, negeert natuurlijk de belangrijkste aanbeveling: haal het ontwikkelingsbeleid weg bij de amateurs. De relatief beperkte kennis van ontwikkelingsvraagstukken op het ministerie zal dan ook een probleem blijven. Dat betekent dat Nederland niet zo heel veel respect geniet in internationale fora en dus geen voortouw kan nemen.

Tenslotte een opmerking over de ideologische ondertoon: wie het kapitalisme vooral ziet als een monster dat moet worden gekooid – en daar lijkt het hier toch wel op – kan buitenspel komen te staan in het debat. Wat is nu eigenlijk dat “neoliberale economische model” dat drastisch moet worden hervormd? Vast niet het hervormingsbeleid waardoor honderden miljoenen mensen, vooral in China, ontsnapten aan de armoede.