Debat: Met het gezicht naar de wereld
Op deze plek voeren we de komende periode het debat over de contouren van een nieuw sociaaldemocratisch buitenlandbeleid. Een voorlopige samenvatting van de belangrijkste standpunten medio januari zijn te vinden in het overzichtsartikel.
Mensenrechten als religie
The Dutch, zo zeggen de Britten, are always right but seldom relevant. Zie daar de kern van ons buitenlands beleid. Nederland doet er zelden toe. En het heeft er niet de schijn van dat dit binnenkort beter wordt. De natiestaat uit het Westfaalse systeem heeft fundamenteel aan belang ingeboet. NGO’s, multinationale miljoenenondernemingen, regionale organisaties en internationale fora beheersen het spectrum. Alsof dat nog niet erg genoeg is, heeft de Nederlandse overheid zichzelf de afgelopen decennia alsmaar vrijwillig verkleind en geprivatiseerd. Een groot deel van onze soevereiniteit is naar de Europese Unie gegaan.
Dit alles geeft aanleiding tot een aantal Annie Romein-Verschoor achtige vragen. Waarheen – waarvoor? Waartoe zijn wij op aarde? Waar doen we het allemaal voor? Waarvoor een Nederlands buitenlands beleid?
Om met de laatste vraag te beginnen – Nederland is een klein land. Voorbij de tijd dat het Koninkrijk een koloniaal imperium had waar de zon nooit onderging. Wij grenzen niet meer aan alle zeeën, en zijn geen grote speler (meer). Het is belangrijk dit toe te geven. Het zelfbeeld van Nederland als middelgrote mogendheid, of als groot land onder de kleinere zorgt voor permanente schizofrenie. Het doet denken aan Frankrijk, dat de VS consequent een hyperpuissance noemt, om zichzelf dan in ieder geval nog een puissance te kunnen noemen. Nee, beter is het ronduit toe te geven – Nederland is een klein land, met een groots verleden en een grote toekomst. Maar echt meetellen in de geopolitiek, nee dat doen we niet.
Wat kunnen we dan wel? Nederland is vanouds een handelsnatie met een open blik. Zo staat Nederland ook internationaal (goed) bekend: open, tolerant, welvarend. Het is Hugo de Groot geweest die als een van de eerste het internationaal recht vormgaf. Wijdvermaard is zijn de iure belli ac pacis maar hij schreef ook het minder bekende mare liberum (over de vrije zee) – de strekking: kleinere landen hebben belang bij internationale spelregels die door iedereen gerespecteerd worden.
Rechtsregels, en bescherming van de zwakkere tegen de sterkere, respect voor het individu en inperking van de macht van de staat zijn wezenskenmerken van Nederland. En wij vinden deze idee zo juist, zo fundamenteel, dat we vinden dat ze niet alleen in Nederland, maar overal ter wereld zou moeten gelden. Het opkomen voor mensenrechten loopt als een rode draad door het Nederlands buitenlands beleid.
Helaas ontbreekt het ons aan morele moed en zelfverzekerdheid onverminderd voor mensenrechten op te komen. Mensenrechten bevinden zich op drie niveaus in crisis (1).
Allereerst een funderingscrisis. Waar eens iedereen in God geloofde en toen in de Rede, lijkt het nieuwe geloof ‘de mensenrechten’. Maar mensenrechten als concept zijn helemaal niet probleemloos. Het Westen verkeert in morele crisis. Mensenrechten zijn helemaal niet universeel, zo werpen onze tegenstanders ons voor de voeten. Het is een Westerse uitvinding, gerevitaliseerd nadat Europa zich in twee verwoestende oorlogen bijna kapot had gemaakt. Niet waar, zeggen wij, bij de totstandkoming van de UVRM waren ook een vooraanstaande Mexicaan, Chinees, Uruguayaan, Libanees, Iraniër en Indiër betrokken. Maar terwijl Azië steeds zelfverzekerder (en machtiger en rijker) wordt, weten wij ons steeds minder goed raad met het vage besef dat we onder aanroeping van hogere principes onze eigen waarden aan anderen proberen op te leggen. Terwijl mensenrechten in het publieke en juridische domein tot duizelingwekkende hoogtes stijgen, is hun filosofische fundering problematisch.
De tweede crisis, die van ‘legalisme’, bestaat hierin dat de mensenrechtenkampioenen een groot geloof hechten aan Verklaringen, Verdragen en Pacten. Maar het feit dat we een groot aantal teksten hebben, wil nog niet zeggen dat mensenrechten beter gerespecteerd worden. Nergens is de kloof tussen wet en werkelijkheid zo groot als op dit terrein. De houding van veel ‘mensenrechters’ lijkt te zijn dat dan de realiteit zich maar aan moet passen aan het papier.
De derde crisis is die van de ‘Nationale Veiligheid’. In naam van bescherming van de mensenrechten worden diezelfde rechten aan de kant gezet, althans tijdelijk opgeschort. Het martelverbod leek in de VS opeens een stuk minder absoluut. Maar ook hier in Nederland worden de grenzen regelmatig opgezocht, en grijpt de overheid onder het mom van veiligheid diep in in de (digitale) vrijheid van haar burgers. Maar: als de overheid probeert wetsovertreders aan te pakken door zelf de wet te overtreden, is alles weg. Of, zoals een Amerikaanse opperrechter ooit zei: ‘Nothing can destroy a government more quickly than its failure to observe its own laws or worse the disregard of the charter of its own existence.’
Voetbal, zo sprak de wijze Louis van Gaal aan de vooravond van de WK voetbalfinale in juli 2010, is de nieuwe religie van de mens. Met evenveel recht zou men kunnen zeggen dat mensenrechten de nieuwe religie zijn. Niemand is tegen, niemand spreekt zich er openlijk tegen uit, iedereen bewijst lippendienst. Zozeer dat het potsierlijk wordt, en uiteindelijk leeg en betekenisloos.
Wat is er dus nodig?
Eén: We stoppen met nieuwe Verdragen en Verklaringen. Zeker geen nieuwe zaken voor aparte categoriëen zielige mensen, zoals vrouwen, kinderen, gehandicapten of homo’s. Wat nodig is is een era of application (Koffi A. Annan). Er ligt heel veel, en heel veel moois, maar te veel landen tekenen en ratificeren zonder vervolgens werkelijk iets te veranderen.
Twee: De keizer moet uit de nieuwe kleren. Niet iedereen hoeft voor mensenrechten te zijn. Niet iedereen kàn voor mensenrechten zijn. En niet alle mensenrechten zijn even belangrijk. Het recht op vrije tijd staat niet op gelijke voet met de vrijheid van meningsuiting. Als alles even belangrijk is, is uiteindelijk niets belangrijk.
Drie.:Geen Afrikaan of Aziaat vindt het leuk om gemarteld te worden. Regeringen werpen ons voor de voeten dat we Westerse waarden exporteren. Als je burgers de vraag voorlegt of ze in vrijheid willen leven en vrij hun mening willen kunnen uiten, zullen weinigen zeggen dat dit Westerse ideeën zijn.
Terug naar de praktische politiek. Akkoord, Nederland is een kleine speler. Oké, we zijn niet altijd relevant. De natiestaat heeft geen monopolie meer. In de huidige wereldwanorde is sprake van een veelheid aan actoren met evenzovele agenda’s. Maar niemand voelt zich Unilever, Shell, Greenpeace, of VN. Mensen voelen zich Nederlander, Braziliaan, Nigerijn. De natiestaat is en blijft het referentiepunt en het belangrijkste normatieve kader. En binnen deze constellatie kan NL doen waar het altijd goed in is geweest: zowel handel als vrijheid exporteren.
Referenties
(1) C. Gearty (2005), Can Human Rights Survive?
- login of registreer om te reageren
Lees alle reacties van deze auteur
