Kiezen voor internationale solidariteit, ook binnen Europa

Debat: Met het gezicht naar de wereld

Op deze plek voeren we de komende periode het debat over de contouren van een nieuw sociaaldemocratisch buitenlandbeleid. Een voorlopige samenvatting van de belangrijkste standpunten medio januari zijn te vinden in het overzichtsartikel.

Bijdragen: 
28

De uitwassen van het kapitalisme moeten worden beteugeld. Het is tijd voor meer internationale solidariteit, tijd voor meer nadruk op een menswaardig bestaan voor iedereen en tijd voor een duurzame internationale ontwikkeling. Dat is aansprekend en nodig.

Toch oogt de conceptresolutie in veel opzichten te vaag en is hij niet concreet genoeg. In een aantal gevallen wordt om de hete brij heen gedanst en worden geen duidelijke standpunten ingenomen. Wat zijn nu onze ambities op het gebied van Europese samenwerking? Leggen we nadruk op behoud van de eigen soevereiniteit of zien we toch verdergaande integratie als ideaal. Zijn we bereid meer bevoegdheden aan Brussel toe te kennen, eventueel onder de voorwaarde dat de macht van het Europees Parlement wordt versterkt. Een doordachte visie kan niet zonder keuzes op dit terrein.

Onder 3.1 wordt terecht gesteld dat we in Europees verband een uiterste krachtsinspanning moeten verrichten teneinde er zorg voor te dragen dat alle lidstaten volledig aan het integratieproces mee kunnen blijven doen. Maar mag dat ten koste gaan van de economische soliditeit van de sterkste landen? Alweer geen klaarheid. Mijns inziens kan dit vraagstuk worden ondervangen door de volgende zinsnede in te voegen: Omwille van het gezamenlijke integratieproces mogen extra financiële inspanningen van de meest draagkrachtige leden worden gevraagd. Dat heet internationale solidariteit. Maar die solidariteit mag voor de zwakkere staten niet worden uitgelegd als vrijbrief voor het niet nemen van de eigen verantwoordelijkheid. Het integratieproces is pas geslaagd als het economisch en financieel fundament van alle afzonderlijke lidstaten er sterker van wordt.

Enigszins contrair lijken de standpunten die zijn neergelegd in de beginselen 6 en 7. Het zesde beginsel legt nadruk op de ‘responsibilty to protect’. Maar onder beginsel 7 staat dat het niet de bedoeling is dat westerse landen hun economische en militaire machtspositie niet mogen gebruiken om hun wil op te leggen aan andere landen. Wel mag er worden ingezet op contacten met burgers. Wat zeg je daar nu mee? Ondermijnen mag wel, maar rechtstreeks interveniëren niet? Zijn er grenzen aan de ‘responsibility to protect?’ Daar kunnen goede redenen voor zijn, maar zeg dat dan ook. Maak helder waar je nu echt voor gaat.

Onder 3.2. staat dat we streven naar een raamwerk voor productieve en niet-vervuilende investeringen, financiële systemen die ten dienst staan van economische ontwikkelingen en een gezonde en rechtvaardige arbeidsmarkten met betere kansen voor jongeren. Zijn we nu opeens de vrouwen vergeten? In veel landen is ook nog veel te doen op het vlak van vrouwenemancipatie.

In paragraaf 3.3 wordt terecht ingezet op de 3D-doctrine. Maar in de resolutie wordt de militaire dimensie wel heel erg gemarginaliseerd. Door de militaire dimensie zo ondergeschikt te maken, kun je militairen ertoe dwingen een weg te volgen die hun eigen veiligheid schaadt. Een militair moet robuust militair kunnen én mogen optreden. Als je dat niet wilt moet je alleen ontwikkelingswerkers sturen.

Paragraaf 3.7 bevat een pleidooi om op klimaatgebied in fase 2 ambitieuze doelstellingen uit te onderhandelen. Het betoog kan hier aan kracht winnen door die doeleinden concreet te maken.