Debat: Met het gezicht naar de wereld
Op deze plek voeren we de komende periode het debat over de contouren van een nieuw sociaaldemocratisch buitenlandbeleid. Een voorlopige samenvatting van de belangrijkste standpunten medio januari zijn te vinden in het overzichtsartikel.
Internationale politiek en sociaaldemocratische verbeelding
De ontwerpresolutie over sociaaldemocratische internationale politiek bevestigt krachtig het internationalisme dat inherent is aan de sociaaldemocratie en doet in deze donkere dagen zeker menig links hart sneller kloppen. Bij de doelen die volgens deze ontwerpresolutie het Nederlandse buitenlandse beleid moeten dienen, kunnen we een onderscheid maken wat betreft de gemeenschap waar die doelen betrekking op hebben. Enerzijds is dat uiteraard de eigen nationale gemeenschap, waarbij het daaruit volgende ‘nationale belang’ vooral begrepen moeten worden in termen van het waarborgen van, zoals de resolutie stelt in één van haar beginselen, het vermogen van Nederland als democratie, net als dat van andere ‘democratische samenlevingen om de hen gewenste groeistrategie, verzorgingstaat en sociale arrangementen te kiezen en te onderhouden’. Anderzijds heeft vanuit de visie die in dit ontwerp wordt ontvouwd het buitenlands beleid ook de wereldgemeenschap als geheel op het oog. Deze gemeenschap is niet alleen een gemeenschap van staten, maar ook een wereldsamenleving die alle wereldburgers omvat en hen allen een recht op een menswaardig bestaan toekent. Sociaaldemocratische politiek is dus enerzijds gericht op de mogelijkheden van het kunnen realiseren van sociaaldemocratische waarden in eigen land en anderzijds op het realiseren van een internationale en mondiale orde die diezelfde waarden weerspiegelt. En dat is niet alleen omdat in een dergelijke omgeving het makkelijker wordt op nationaal niveau sociaaldemocratische politiek te voeren, maar ook omdat het een doel op zich is. Hierin onderscheidt de sociaaldemocratische politiek zich ook meteen van haar ideologische tegenhangers en zeker van het buitenlands beleid van het huidige kabinet dat niet alleen de wereldgemeenschap als referentieobject ontbeert, maar ook het nationale belang verengt tot die van de BV Nederland.
So far so good. Maar bij de vertaling hiervan naar een internationale politiek ter verwezenlijking van sociaaldemocratische waarden mis ik enigszins wat ik sociaaldemocratische vergezichten zou willen noemen. Natuurlijk zal de betere wereld die sociaaldemocraten voorstaan niet van vandaag op morgen gerealiseerd kunnen worden en misschien ook wel nooit volledig. Maar het gaat er wel om te weten waar we naar streven en te blijven nadenken over nieuwe wegen die dat doel dichterbij kunnen brengen. Niet dat op kortere termijn niet ook allerlei maatregelen genomen kunnen en ook genomen moeten worden, maar bepaalde hervormingen vergen nu eenmaal een langere tijdshorizon. De ontwerpresolutie blijft mijns inziens enigszins steken in het enerzijds opsommen van belangrijke maar vrij abstracte waarden zoals bestaanszekerheid, mensenrechten en duurzaamheid, en anderzijds in een waslijst van vaak hele concrete maatregelen – van een financiële transactiebelasting tot de naleving van het Arms Trade Treaty tot een nieuw klimaatverdrag. Allemaal behartigenswaardige zaken waarvan het goed is dat ze in deze resolutie staan. Maar ik mis de praktische georiënteerde verbeelding van het soort waar de lange geschiedenis van de sociaaldemocratie zo rijk aan is en de daaruit voortvloeiende ambitie die verder reikt dan de optelsom van deze beleidsvoorstellen.
Ik wil er twee zaken uitlichten. Ten eerste: waar het gaat om het vermogen van de Nederlandse democratische samenleving om haar eigen sociaaldemocratische keuzes te maken, vind ik de agenda te defensief. De ambitie hier, en dit staat zelfs zo opgenomen in de beginselen, is ‘een moderne versie van het Rijnlandse model als wenkend alternatief’. Een rechtvaardiger Europa zou dit mogelijk moeten maken. Is het nou echt niet mogelijk om een iets verder reikend ‘wenkend’ perspectief te bieden? En hoe wenkend is dat perspectief eigenlijk? Het Rijnlandse model, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland bestond, had zeker ook zijn tekortkomingen, juist ook vanuit sociaaldemocratisch perspectief. Maar los daarvan, een sociaaldemocratische internationale en Europese politiek zou toch verder moeten gaan dat het verdedigen of vernieuwen van een al dan niet reëel existerende variant van het kapitalisme; zij zou moeten blijven nadenken over zo niet alternatieven voor het kapitalisme dan wel radicalere hervormingen ervan, die duurzaam sociale rechtvaardigheid en collectieve waarden boven die van private winsten kunnen waarborgen. Daarbij gaat het niet om het ontwerpen van socialistische blauwdrukken, maar wel om ideeën ten aanzien van bijvoorbeeld verdergaande democratisering van de economie en het aan banden leggen van de macht van het kapitaal, en niet alleen van het financiële kapitaal (al moet dat de eerste prioriteit zijn nu), maar ook van het transnationaal mobiele bedrijfsleven in het algemeen. Zonder een meer structurele inperking van deze macht van het kapitaal zullen sociaaldemocratische waarden ook moeilijk duurzaam verwezenlijkt kunnen worden. Zo heeft het Rijnlandse model het neoliberale Europese integratieproces en dito mondialiseringproces niet overleefd, juist omdat het niet compatibel bleek met een interne Europese markt waarin het kapitaal zich volledig vrij kan bewegen. Zo heeft Europa geen bescherming geboden tegen het neoliberale mondialiseringproces, zoals sociaaldemocraten oorspronkelijk hadden gehoopt, maar dat proces juist versterkt en bovendien wettelijk verankert op supranationaal niveau. Het is om die reden dat sociaaldemocratische intellectuelen in Duitsland in toenemende mate tot de conclusie komen dat Europa dus niet werkt vanuit sociaaldemocratisch oogpunt, en dat men misschien beter terug kan gaan naar de nationale staat om tenminste iets van het door de neoliberale Europese storm vergane Rijnlandse model weer boven water te takelen. Dat een dergelijke nationale route ook nieuwe gevaren met zich zou kunnen brengen (niet in de laatste plaats voor de vrede in dit continent) en dat het voor een middelgroot land als Nederland sowieso geen optie is, staat buiten kijf. Het moet dus, en kan alleen, in Europees verband georganiseerd worden, zoals de ontwerpresolutie ook terecht stelt. Maar de vraag is blijft hoe met 27 lidstaten, met 27 verschillende sociale stelsels, en een desintegrerende eurozone dit doel nagestreefd kan worden. Er zijn hier geen pasklare antwoorden, maar het is wel nodig dat men veel verdergaand dan in deze resolutie wordt voorgesteld de regels van het Europese spel zal moeten veranderen en een deel van de liberalisering (van bijvoorbeeld publieke dienstverlening en van kapitaal en overnamemarkten) uit naam van de interne markt terug zal moeten draaien.
Het tweede punt dat ik wil belichten heeft betrekking op het niveau van de wereldgemeenschap en dus een rechtvaardigere wereldorde. De vraag die op het spel staat, is hoe deze gerealiseerd kan worden binnen de context van zowel de zwaarste crisis van het mondiale kapitalisme sinds de jaren dertig als de meest ingrijpende (en door de crisis versnelde) herschikking van de mondiale de politieke geopolitieke verhoudingen sinds het einde van de Koude Oorlog en waarschijnlijk zelfs sinds de Tweede Wereldoorlog. Het is hier dat mijns inziens duidelijkere keuzes gemaakt zouden moeten worden. Wat betreft het eerste stelt de resolutie terecht dat met name het wereldwijd ontketende financiële kapitalisme beteugeld dient te worden. Dit is niet alleen van belang voor een rechtvaardige wereld als doel op zich, maar uiteraard ook voor het kunnen realiseren van een sociaaldemocratisch(er) Nederland en Europa. Maar de praktische invulling van deze beteugeling blijft in de resolutie beperkt. Er wordt een aantal zeer welkome maatregelen genoemd – zoals de splitsing van banken – maar de ambitie blijft in andere opzichten bescheiden. Waarom bijvoorbeeld alleen de hoge bonussen beperken? Hier dreigt de PVDA bijvoorbeeld links ingehaald te worden door het Sustainable Finance Lab onder leiding van CDA’er Herman Wijffels, die onder andere voorstelt bonussen in de financiële sector in het geheel af te schaffen. Ook vraag ik me af wat de verwijzing naar Nederlands ‘zeer grote’ financiële sector betekent. Zou de in deze context genoemde maatregel van een hogere kapitalisatiegraad niet sowieso wenselijk zijn? Hoe dan ook, als men het financiële kapitaal echt weer dienstbaar wil maken aan de productieve economie, betekent dat onvermijdelijk een verkleining van die in de afgelopen decennia opgeblazen sector. Het betekent ook, wanneer er niet overgegaan wordt tot (volledige) nationalisatie (al zou het n-woord zeker geen taboe moeten zijn, niet alleen als noodmaatregel maar mogelijk ook als structurele oplossing) dat finance, zoals Keynes als schreef, een stuk nationaler moet worden. Hier lijkt de noodzakelijke ‘strategische keuze’ dan ook nog niet helemaal gemaakt of consistent doordacht.
De resolutie noemt meerdere malen de grote uitdaging van geopolitieke verschuivingen, maar zegt weinig over wat dat dan voor Nederland en voor sociaaldemocratische internationale politiek betekent. Europese eenheid, zo merkt de resolutie op, wordt in dit verband nog urgenter. Ja, maar hoe dient Europa en ook Nederland zich te verhouden tot een opkomend China enerzijds en een mogelijk verder neergaande Amerikaanse hegemoon anderzijds? In de context van de Koude Oorlog heeft de sociaaldemocratie zich altijd nauw verbonden met de VS. Nu meer dan twintig jaar na de val van de Berlijnse muur is ook voor de Nederlandse sociaaldemocratie die Atlantische band ook niet vanzelfsprekend meer, getuige het feit dat de resolutie er nauwelijks aan refereert. Zij committeert zich echter wel opnieuw aan niet alleen de nog altijd door de Amerikanen en de Amerikaanse machtpolitieke agenda gedomineerde NAVO, maar ook aan de in dit verband uit te voeren ‘vredesmissies’, en wat eufemistisch heet de ‘operaties van vredesopbouw’. In dit verband wordt verder herhaaldelijk de versterking van het 3-D concept als speerpunt genoemd. Maar wanneer heeft dit concept in de praktijk nu eigenlijk goed gewerkt in het kader van de bevordering van de vrede en wederopbouw? Ook volgens de PVDA was Uruzgan verworden tot een vechtmissie. Maar hoe kon dat ook anders binnen de context van een door de VS geleide hegemoniale oorlog? En in de interventie in Libië bleek dat achter de responsibility to protect toch de facto een oorlog met als doel een ordinaire regime change schuil ging – hetgeen uiteraard het in deze resolutie gepropageerde concept van R2P alleen maar moreel heeft ondergraven.
Mogelijk uit de beste bedoelingen, maar mogelijk ook vanuit een nog overgebleven Atlantische reflex, laten sommige sociaaldemocraten zich dus nog steeds te vaak achter het karretje van de hegemoniale politiek van de VS spannen. Juist nu de hegemonie van de VS aan het afbrokkelen is, zal zij zich eerder vaker dan minder vaak van militair geweld bedienen om aan die macht vast te houden. Als men echt werk wil maken van die rechtvaardige wereldorde zal men hier heel duidelijk afstand van moeten nemen en los van de VS, de NAVO ondanks, een eigen onafhankelijke koers moeten varen: ondubbelzinnig kiezen voor een Europese en niet voor een Atlantische internationale politiek. Maar zoals het past in de Nederlandse traditie lijkt ook de PVDA deze keuze nog steeds niet te willen maken, maar zowel kool als geit te willen sparen. Daarenboven dreigen de toenemende geopolitieke spanningen tussen de VS en China op middellange termijn in een echte gevaarlijke confrontatie uit te monden. Hoewel een dergelijk scenario niet onvermijdelijk is, is het in ieder geval van groot belang dat Nederland en Europa zich in een dergelijk structureel conflict niet laten meeslepen. Dus ook op het punt van de geopolitieke herordening van de wereld zouden de strategische consequenties, op basis van de beleden idealen, nog wel wat verder doordacht mogen worden.
Kortom, niettegenstaande het feit dat als deze resolutie morgen tot regeringsbeleid verheven zou worden ik drie gaten in de lucht zou springen, zou mijns inziens de sociaaldemocratische ambitie nog verder moeten durven reiken. Want al zal de internationale niet morgen heersen op aard, verbeeldingskracht in het nastreven van dit aloude ideaal blijft geboden.
- login of registreer om te reageren
Lees alle reacties van deze auteur
