Debat: Met het gezicht naar de wereld
Op deze plek voeren we de komende periode het debat over de contouren van een nieuw sociaaldemocratisch buitenlandbeleid. Een voorlopige samenvatting van de belangrijkste standpunten medio januari zijn te vinden in het overzichtsartikel.
Gelet op de enorme beroering waarin Europa al anderhalf jaar verkeert, verdient de Europese paragraaf in de buitenlandresolutie een verdere uitwerking.
Het lijkt mij helder dat de bestaande Europese besluitvormingsstructuur onwerkbaar is en dat er een forse stap gezet moet worden richting een politieke en economische/fiscale unie. Zoals zoveel commentatoren al gezegd hebben: het ontbreken daarvan was een weeffout bij de start van de monetaire unie die dringend herstel behoeft. Door de intergouvernementele besluitvorming kunnen individuele landen besluiten nemen die grote gevolgen hebben voor heel Europa. Slowakije bijvoorbeeld stond op het punt verdere kredieten voor Griekenland af te wijzen. Dat had kunnen leiden tot een Grieks faillissement, met onvoorspelbare gevolgen voor de hele unie. De procedurele gang langs 27 parlementen is ook omslachtig en traag terwijl in crisissituaties snelheid juist nodig is.
Het is dringend gewenst dat er als eerste stap een ministerie van financiën komt voor de Eurozone, dat toezicht houdt op de nationale begrotingen en zo nodig ingrijpt. En dan niet door sancties op te leggen. Het idee van (semi)-automatische sancties als een land in financiële problemen komt is economisch absurd en contraproductief: de problemen worden alleen maar groter.
In de Rode-Hoed-bijeenkomst van 1 december werd een goede link gelegd met de Nederlandse Artikel-12-wetgeving. Als een gemeente niet meer uit haar financiële problemen kan komen kan ze hulp krijgen, maar wordt wel onder curatele gesteld.
Zo moet het ook in Europa. Een land dat de begrotingsnormen overschrijdt kan onder strikte voorwaarden hulp krijgen. Dat lost twee problemen op. Een land heeft geen voordeel meer met het liegen over problemen, zoals Griekenland. En de patstelling als een land boetes simpelweg niet betaalt, verdwijnt.
De eerste voorwaarde is het verhogen van de belastingontvangst. Juist sociaal-democraten moeten m.i. bepleiten dat bij begrotingstekorten een adequate belastingheffing en – inning als eerste in het vizier komen. Als de Zuid-Europese landen hun belastingen zouden ophogen naar het Europese gemiddelde zouden hun begrotingsproblemen al voor de helft zijn opgelost (zie hier). De laatste decennia is er een trend om meer de nadruk te leggen op indirecte belastingen, om problemen met belastinginning te omzeilen. Maar die indirecte belastingen drukken vooral op de laagste inkomens. Het is absurd dat zo de asociale houding van de rijken gehonoreerd wordt. Veel sociaal-democraten bewijzen lippendienst aan het belang van de studie van Wilkinson en Picket over het sterk nadelige effect van een grote inkomensongelijkheid (‘The spirit level’). Maar er is geen coherente sociaal-democratische campagne tegen belastingontduiking en – ontwijking. In Nederland moet een Artikel-12-gemeente de belasting verhogen naar de wettelijk vastgestelde limieten. Om dat op Europees niveau te kunnen doen moeten er dus afspraken komen over belastingnormen. En de inning daarvan moet bewaakt worden.
Vervolgens moeten de uitgaven onder de loep komen. In Nederland kijkt de toezichthouder waar gemeente-uitgaven boven het landelijk gemiddelde liggen. Daarop moet de gemeente bezuinigen. Ook wordt de gemeentelijke efficiency onder de loep genomen. Zulke afspraken moeten er ook komen in een Eurozoneverdrag. Daarin moeten ook normen komen voor verzorgingsstaatuitgaven. Geen minimumnormen, zoals de resolutie voorstelt. Dat leidt maar tot een race naar de bodem. De sociaal-democratie moet juist een solide verzorgingsstaat voorstaan. Beter is het corridormodel van Klaus Busch, waarbij de minimale welvaartsstaatuitgaven van een land gekoppeld worden aan het BNP (zie hier. Het kan en mag niet zo zijn dat sociaal-democraten bepleiten dat begrotingstekorten moeten leiden tot een onevenredige afbraak van de welvaartsstaat.
Ook voor de hulp moeten criteria worden vastgesteld. Mogelijk is het een idee om die te koppelen aan de automatische begrotingsstabilisatoren (zoals ook in de VS gebeurt, zie hier en Goodhart: Europa after the crisis). Om de hulp te kunnen verstrekken heeft het Eurozoneministerie een eigen budget nodig. Een ministerie zonder budget heeft geen handelingsmogelijkheden. Het eeuwige moeten bedelen om geld bij de lidstaten is absurd en voedt het Eurosceptische populisme. Goodhart citeert een studie uit 1993 die becijfert dat een budget van 2% van het EU-BNP de Unie voldoende handelingsmogelijkheden biedt. Het lijkt mij een prima idee om de opbrengst van de voorgestelde financial transaction tax daarvoor te gebruiken. Zo’n gebruik verdeelt de opbrengsten van financiële activiteiten ook rechtvaardiger over Europa.
Een Eurozone ministerie van financiën moet natuurlijk democratisch worden gecontroleerd door het Europese parlement. Dat is een goede stap richting een echte Europese regering. De resolutie zou aandacht moeten besteden aan het proces dat daarbij gevolgd kan worden. Een lastig probleem is het meestemmen van Europarlementariërs uit de landen die niet bij de Eurozone horen. Een goede stap naar een Europese regering is het democratisch kiezen van de voorzitter van de Europese Commissie. Die kan dan een regering samenstellen die op voldoende draagvlak kan rekenen in het Europese Parlement. Daarbij moet de eis vervallen dat ieder land een eigen commissaris heeft. De invloed van de landen kan geborgd worden door het instellen van een ‘Eerste Europese Kamer’ van regeringsvertegenwoordigers.
De resolutie onderschrijft dat het stabiliteits- en groeipact (SGP) aangescherpt wordt. Prima. Maar dat moet niet alleen gelden voor landen met een te groot begrotingstekort. Die tekorten ontstaan deels door onevenwichtige handelsstromen binnen de EU. Vooral Duitsland en Nederland hebben onder meer door een sterke loonmatiging een enorm handelsbalansoverschot gekweekt. Omdat de EU vooral interne handel bedrijft gaan deze overschotten logisch gepaard met tekorten elders. Het komt neer op ouderwetse ‘beggar-theigh-neighbour’-politiek. Een symmetrisch SGP verplicht dus landen met een groot betalingsbalansoverschot om dat af te bouwen, bij voorbeeld door de lonen te verhogen. Dat is ook wenselijk: zowel in Duitsland als in Nederland is het aandeel van de lonen in het BNP de laatste 20 jaar flink gedaald. De Friedrich Ebert Stiftung heeft hier diepgravend over gepubliceerd. Voor een zeer goede synopsis zie Hacker: 'Contours of a political union'. Juist sociaal-democraten moeten voorkomen dat landen elkaar beconcurreren door de lonen steeds weer te beperken. De cryptische zin ‘dat de vraagkant van de economie’ meer aandacht verdient’ doelt hier mogelijk op.
De paragraaf over de regulering van het financiële kapitaal is terechtgekomen in paragraaf 3.2.
Is dat vanuit dezelfde strategie als waarmee de Engelsen een transactiebelasting op mondiaal niveau bepleiten? Een wereldwijd toezicht op de financiële wereld zit er voorlopig niet in. Maar het is wel dringend gewenst dat het toezicht op de financiële sector van het nationale niveau overgaat naar het Europese niveau. Ik wil daar in het kader van deze reactie niet uitgebreid op ingaan, maar verwijs naar de uitstekende motie die de SPD hierover in de Bondsraad heeft ingediend (zie hier)
Tenslotte: de resolutie neemt m.i. globalisering als onvermijdelijk uitgangspunt. Mij lijkt dat een stap te ver. Ik verwijs naar het werk van Dani Rodrik. Hij stelt dat democratie, economische integratie en nationale soevereiniteit niet tegelijk gehandhaafd kunnen worden en bepleit voor het behoud van de democratie door een beperkte economische integratie op wereldschaal. Hoe die precies moet worden ingevuld vergt een veel uitgebreider discussie. Maar de vaststelling van het uitgangspunt is de start daarvan (zie bijvoorbeeld hier).
- login of registreer om te reageren
Lees alle reacties van deze auteur
