De verantwoordelijkheid om te beschermen is breder

Debat: Met het gezicht naar de wereld

Op deze plek voeren we de komende periode het debat over de contouren van een nieuw sociaaldemocratisch buitenlandbeleid. Een voorlopige samenvatting van de belangrijkste standpunten medio januari zijn te vinden in het overzichtsartikel.

Bijdragen: 
28

De verantwoordelijkheid om te beschermen is breder

De resolutie van de commissie Schrijver over sociaaldemocratische internationale politiek kiest weliswaar een duidelijke richting, maar is verder weinig concreet. Aan tal van zaken geeft de resolutie geen invulling of slechts in heel beperkte mate, terwijl andere zaken, zoals het Israël-Palestina conflict, uitgebreid besproken worden. Er is daarom sprake van een zekere disbalans in de resolutie. In dit stuk zal ik mij beperken tot één van de zaken die naar mijn mening niet voldoende uitgewerkt zijn, namelijk de verantwoordelijkheid om te beschermen, beter bekend als de “responsibility to protect”.

Dit concept, dat de resolutie op een enkele plaats weliswaar formeel omarmt, wordt in de tekst van de resolutie niet verder uitgewerkt. Dat is een gemiste kans, omdat het begrip meer inhoudt dan op het eerste gezicht het geval lijkt. De “responsibility to protect” vindt zijn oorsprong in een rapport van de internationale commissie over interventie en soevereiniteit uit 2001. In dit rapport werd een poging gedaan om humanitaire interventies en de soevereiniteit van landen met elkaar te rijmen. Soevereiniteit in absolute zin zou namelijk betekenen dat geen ander land het recht zou hebben om in een ander land te interveniëren zonder toestemming van de machthebbers in dat land. Maar wat als de humanitaire situatie in het land in kwestie om ingrijpen vraagt?

Het rapport formuleert criteria op basis waarvan er inbreuk gemaakt mag worden op de soevereiniteit van een land. Het bijzondere aan het rapport was niet zozeer de inhoud, maar het feit dat in 2005 de algemene vergadering van de VN het rapport en de daarin geformuleerde criteria omarmde. Er bestond consensus over wanneer het gerechtvaardigd is om inbreuk te maken op de soevereiniteit van een land, tot op dat moment politiek gezien een enorm controversieel onderwerp.

De basisprincipes van de “responsibility to protect” houden in dat de soevereiniteit van een staat ook betekent dat je verantwoordelijk bent voor de burgers in dat land. Wanneer bijvoorbeeld de bevolking groot leed wordt aangedaan door een burgeroorlog of een vorm van onderdrukking, en de staat dat leed niet kan of wil stoppen, zal het principe van non-interventie moeten wijken voor de internationale verantwoordelijkheid om de burgers van dat land te beschermen. Deze twee principes vinden hun oorsprong o.a. in de verantwoordelijkheden die voortvloeien uit het concept van soevereiniteit en een aantal verdragsrechtelijke verplichtingen.

Uit het concept van de verantwoordelijkheid om te beschermen vloeien drie verantwoordelijkheden voort: de verantwoordelijkheid om te voorkomen, te reageren en te herbouwen. Hierbij is vanzelfsprekend de verantwoordelijkheid om te voorkomen het meest belangrijke element van de verantwoordelijkheid om te beschermen. Met betrekking tot de verantwoordelijkheid om te voorkomen en te reageren zullen altijd eerst de minst vergaande maatregelen genomen moeten worden. In uitzonderlijke gevallen zal er sprake zijn van militaire interventie (denk bijvoorbeeld aan Libië en Ivoorkust). Daar kan alleen sprake van zijn op het moment dat er op grote schaal doden dreigen te vallen of gevallen zijn, of wanneer er genocide dreigt of al plaatsvindt. Militair ingrijpen zal zelf ook nog aan een aantal eisen moeten voldoen, waaronder de juiste intentie, het laatste redmiddel, proportionaliteit en een redelijk vooruitzicht op een positief resultaat. En last but not least zal er te allen tijde een mandaat moeten liggen van de VN Veiligheidsraad, waarbij wel vereist is dat de permanente leden van de Veiligheidsraad geen gebruik maken van hun vetorecht.

Theorie en praktijk blijken twee totaal verschillende werelden, want sinds 2005 heeft men op grote schaal nagelaten “the responsibility to protect” in de praktijk gestalte te geven. Denk bijvoorbeeld aan Soedan. Daar valt de overheid dorpen aan die vervolgens platgebrand worden; milities verkrachten op grote schaal vrouwen en meisjes, terwijl de rebellen die strijden tegen de overheid ook niet vrijuit gaan. In totaal zijn al meer dan twee miljoen burgers ontheemd geraakt en zijn er al honderdduizenden doden te betreuren. De president van Soedan reist door de regio zonder dat hij hoeft te vrezen voor het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof. De vraag is: waar waren de VN al die jaren? Die hielden elkaar wrang genoeg in de houdgreep vanwege Chinese en Russische belangen in Soedan: China heeft oliebelangen en Rusland heeft grote wapendeals met Soedan. Daarnaast is het maar afwachten hoe de situatie zich in Syrië ontwikkeld en of men op tijd maatregelen gaat treffen. De Arabische Liga heeft een eerste stap gezet in het afgelopen weekend.

Internationale solidariteit is één van de kernwaarden van de socialistische beweging. Daar geeft de resolutie getiteld “Sociaaldemocratische Internationale Politiek” invulling aan, maar als wij sociaaldemocraten op cruciale momenten solidair willen zijn met diegenen die in nood zijn, dan zullen we de “responsibility to protect” in zijn geheel moeten accepteren. Uit de praktijk blijkt dat de uitvoering nog veel te wensen over laat. Er ligt dan ook een forse uitdaging voor onze beweging om daar verandering in te brengen. Dat kan als we als socialisten en sociaaldemocraten internationaal de handen ineen slaan. De Socialistische Internationale is daar het platform bij uitstek voor. Daarnaast zullen er ook hervormingen nodig zijn, want zelfs als deze internationale beweging inderdaad massaal tot stand komt, dan is het nog steeds mogelijk dat een veto in de VN Veiligheidsraad ervoor zorgt dat er geen actie wordt ondernomen op het moment dat er ergens groot leed dreigt.

De PvdA zal dan ook in duidelijke bewoordingen in de resolutie moeten verwoorden dat we de “responsibility to protect” omarmen en dat dat betekent dat we daarmee ook de verantwoordelijkheid hebben om grootschalige mensenrechtenschendingen te (helpen) voorkomen. En net zo goed moeten we garant staan voor de hulp die nodig is om een land weer op te bouwen. Door als sociaaldemocratische beweging het voortouw te nemen in de wereld kunnen we het verschil maken.