In zijn haarscherpe essay "De crisis der partijen en enkele voorstellen deze te overwinnen" analyseert wijlen Bart Tromp de teloorgang van de traditionele politieke partijen en de consequenties daarvan voor de parlementaire democratie. Trompt stelt dat de Nederlandse politiek capituleert voor vormen van plebiscitaire democratie: zogenaamde ‘campagnepartijen’ profileren zich niet door politieke programma’s, maar zetten in op de (her)verkiezing van politici door middel van een rechtstreeks mandaat van de kiezers.
Tromp somt op wat volgens de meeste diagnoses ten grondslag ligt aan de crisis van de politieke partijen: Enerzijds valt zij te wijten aan het “verlies aan ideologische identiteit”, anderzijds wordt het voor politieke partijen “vanwege technologische en sociale veranderingen steeds moeilijker hun voornaamste functies volwaardig te vervullen.” Tromp lijkt deze diagnosen grotendeels te onderschrijven, maar er is wel één tendens in het maatschappelijke denken waarmee hij het fundamenteel oneens is: de individualiseringsthese.
Hierover schrijft hij: “De these van individualisering is min of meer klakkeloos aanvaard door grote politieke partijen, die hun verkiezingscampagnes dienovereenkomstig zijn gaan inrichten. Dat treft een sociaal-democratische partij het meest, want een ‘partij van verandering’ is juist aangewezen op de mobilisatie van collectieve belangen.” Volgens Tromp heeft dit ertoe geleid dat politieke partijen oorzaak en gevolg hebben omgedraaid: ze hebben niet ingezien dat hun strategieën, die de kiezer als een consument als op de kiezersmarkt behandelden, de crisis der partijen juist versterkt hebben in plaats van haar af te remmen.
Dinsdag stond op de voorpagina van NRC Next een foto van een geanimeerde Rutte, met om hem heen een cirkel van belangstellende burgers, met daaronder de kop “Er is geen kloof tussen burger en politiek, maar tussen burgers onderling.” Het stuk opent met de reactie van een verbaasde ambtenaar op de vraag van een journalist: “Daar heeft de minister twee uur geleden al een tweet over verstuurd.” Conclusie: Hoezo, kloof tussen burger en politiek? Politici staan juist (veel te) dichtbij het volk! Tegelijkertijd stelt Pieter van Os, de auteur van het artikel, vast dat termen als “achterkamertjes” en “zakkenvullers” het op straat nog nooit zo goed deden als nu. Hoe kan dat?
De analyse van Tromp lijkt precies op dit fenomeen een antwoord te kunnen formuleren: een samenleving die is ingericht op plebiscitaire principes functioneert op basis van instant-bevrediging (de onvermijdelijke consequente van een grootschalig direct mandaat), maar is tegelijkertijd (en juist om die reden) licht ontvlambaar. De “teleurstelling in de politiek” is een veelgehoorde klacht, maar feitelijk zit de vork anders in de steel: het is niet de politiek die gemakkelijk bevredigt of teleurstelt, maar een individueel persoon. Als sociaal-democratische partijen inderdaad ‘partijen van de verandering’ pretenderen te zijn, moeten ze als de wiedeweerga de vork oppakken en valse vooronderstellingen over de politiek beginnen door te prikken.
- blog van smurawski
- login of registreer om te reageren
Lees de blog van deze auteur
