Marijke Linthorst - Vorige week schreef ik over het advies van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aangaande het initiatiefwetsvoorstel ‘Verbod winstuitkering door zorgverzekeraars’. In die blog ging het met name om de gevolgen van de concurrentie tussen en de toetreding van nieuwe zorgverzekeraars. Maar de NZa beschrijft meer risico’s.

Eén van de redenen waarom de initiatiefnemers van het wetsvoorstel een verbod op winstuitkering door zorgverzekeraars voorstaan, is dat een groot deel van de inkomsten van zorgverzekeraars afkomstig zijn uit het vereveningsfonds. Uit dit fonds worden de verzekeraars gecompenseerd voor hun relatief ‘dure’ verzekerden. Dat gaat om grote bedragen. In 2015 ontvingen alle vier grote zorgverzekeraars, die samen zo’n 90% van de premiebetalers omvatten, méér geld uit het vereveningsfonds dan dat zij aan premies binnen kregen. Dat is geld dat door de belastingbetalers gezamenlijk wordt opgebracht om de solidariteit binnen het zorgstelsel te waarborgen. Dat geld zou dus niet ten goede moeten komen aan particuliere investeerders.

Wat zegt nu de NZa? De NZa signaleert dat een groot aantal zorgverzekeraars actief is in een groepsverband (concern), waarbinnen vaak ook aparte rechtspersonen actief zijn op het terrein van de aanvullende verzekering en de Wet Langdurige Zorg (Wlz), maar ook op het vlak van schadeverzekeringen en beleggingen. Vaak delen onderdelen van een concern diensten als ICT, gebouwen, zorginkoop en overhead. Volgens de NZa kan, vanwege de grote samenhang van deze onderdelen, winst weglekken via het doorbelasten van kosten. “Bepaalde kosten kunnen onevenredig hoog bij het onderdeel zorgverzekeringen worden neergelegd, zodat de eventuele winst elders in het concern wordt gemaakt. Dat hiervan gebruik gaat worden gemaakt, is niet ondenkbaar. Het is vergelijkbaar met (internationale) bedrijven die hun kosten en opbrengsten (fiscaal) zo gunstig mogelijk proberen te verdelen.” *

Voor de NZa betekent dit dat toezicht gehouden zou moeten worden op concernniveau, maar daar heeft de organisatie de bevoegdheid niet voor. Het toezicht beperkt zich tot het zorgverzekeraarsdeel. “Omdat het wetsvoorstel alleen regelt aan welke doelen winst mag worden besteed, maar niet waarvoor kosten mogen worden gemaakt of wat de opbrengsten voor activiteiten zouden moeten zijn, bestaat hier een mogelijkheid dat de beoogde werking van het wetsvoorstel wordt omzeild door uitgaven te doen in het kader van de operationele kosten of opbrengsten expres laag te houden.” **

Een tweede risico ziet de NZa als de zorgverzekeraar zijn activiteiten beëindigt. “Voor de volledigheid merken wij op dat het wetsvoorstel niets regelt ten aanzien van de aanwending van de reserves bij het eventueel staken van bedrijfsvoering van een zorgverzekeraar. Het lijkt mogelijk om langs die weg de strekking van het wetsvoorstel te omzeilen.” ***

Hier zegt de NZa dus feitelijk: de initiatiefnemers kunnen wel willen dat winsten die zorgverzekeraars maken ten goede komen aan de zorg (of aan de burger), maar de zorgverzekeraars hebben volop mogelijkheden om dat te ontwijken. Creatief boekhouden is daar een onderdeel van. Dat zou wat mij betreft eerder een reden zijn om het wetsvoorstel verder aan te scherpen dan het te verwerpen.

Ik heb in mijn blogs regelmatig een lans gebroken voor de zorgverzekeraars: geef hen de kans om te laten zien dat zij kwalitatief goede zorg willen faciliteren tegen een fatsoenlijke prijs. Maar op dit moment mis ik hun geluid. Ze bezweren weliswaar (met uitzondering van Zilveren Kruis Achmea) dat zij helemaal niet van plan zijn om winst uit te keren, maar ondertussen wordt er door hun belangenorganisatie Zorgverzekeraars Nederland wel gelobbyd om het wetsvoorstel te verwerpen. Als de zorgverzekeraars willen laten zien dat zij het vertrouwen van de burger verdienen zouden zij zich ondubbelzinnig vóór het initiatiefwetsvoorstel uit moeten spreken.

* Nederlandse Zorgautoriteit: Advies Wetsvoorstel verbod winstuitkering door zorgverzekeraars. Z.p. mei 2017. p.16-17.
** Ibid. p. 17.
*** Ibid. p. 20.

> Lees alle blogs van Marijke Linthorst