Opinie

Met enige verbazing kijken wij naar de besluitvorming in het Franse parlement over de Armeense genocide. Wat bezielt de politiek om te willen vaststellen hoe de geschiedenis moet worden geschreven? Waarom zouden Franse politici – nog los van alle Turkse protesten – canoniek moeten voorschrijven in welke termen de massale moord op Armeniërs in 1915 moet worden beschreven? En Turkse politici, maar dan spiegelbeeldig? Het is een praktijk die ver af staat van onze politieke cultuur en traditie.

Afgezien daarvan: het debat in Frankrijk over wat er bijna een eeuw geleden in Turkije gebeurde staat in schril contrast tot het onvermogen om het eigen verleden onder ogen te zien, zoals de dekolonisatieperiode (Algerije, Indochina) en het Vichy-bewind van Pétain. Maar er is ook een serie gebeurtenissen in de eigen Franse geschiedenis waaraan het begrip genocide kleeft, die in de officiële geschiedschrijving nauwelijks voorkomt en ook in de Nederlandse geschiedenisboeken over Frankrijk niet te vinden is: de massamoord tijdens de Franse revolutie op de inwoners van de Vendée – een departement dat ten zuiden van Nantes, aan de Atlantische kust, ligt. Dat komt vooral vanwege de ‘rechtse’ geur die aan deze gebeurtenissen kleeft. Ten onrechte, overigens.

Het is natuurlijk de vraag waarom je je druk zou maken over een kwestie van meer dan tweehonderd jaar geleden. Zoiets ontstaat allereerst door de hardnekkige ontkenning van de overwinnaars. En in de tweede plaats vanwege de identiteitsbepalende ervaring van de verliezers. Nog steeds zijn er tal van herdenkingstekens en evenementen in de Vendée die aan deze oorlog herinneren. Wat was er precies aan de hand? In 1793 vindt een opstand plaats in de Vendée tegen het revolutionaire centrum in Parijs. Deze opstand is toen en later geframed als een reactionair verzet van monarchisten en katholieken tegen de vooruitstrevende krachten van de Republiek. In feite gaat het om een massale volksopstand tegen als onrechtvaardig ervaren gevolgen en maatregelen van het revolutionaire bewind. Er volgt een burgeroorlog, maar met een ongehoord harde inzet van de kant van de nieuwe Parijse machthebbers. Nadat de boerenopstand is neergeslagen, besluit het revolutionaire regime tot het uitroeien van de gehele bevolking van het gebied dat de ‘Vendée militaire’ werd genoemd, inclusief de vrouwen (gevaarlijk als voortbrengers van het nageslacht) en kinderen (gevaarlijk als toekomstige opstandelingen). Uiteindelijk wordt – naar redelijk betrouwbare schattingen - een vijfde van de bevolking vermoord door het Republikeinse leger.

Pas bij de 200-jarige herdenking van de revolutie, in 1989 dus, werd onderzoek naar deze gebeurtenissen op een conferentie van historici voor het eerst weer serieus besproken in wetenschappelijke kring. Inmiddels heeft de historicus Alain Gérard er uitgebreid over geschreven. De oprichting van een studiecentrum naar de geschiedenis van de Vendée maakt deel uit van zijn werk. Maar veelbetekenend was het verschijnen van het boek Une blessure française in 2008 van de journalist Pierre Péan – kritisch volger van de Franse politiek en auteur van een groot aantal boeken, waaronder een biografie van Mitterand. Geïnspireerd door de geschiedenis van zijn voorouders in deze ‘Franse burgeroorlog’ schreef hij een buitengewoon kritische geschiedenis van het optreden van de revolutionaire machthebbers en militairen bij dit conflict. Het kwam hem, zo vertelde hij later, op de hoon van al zijn progressieve vrienden te staan.

De Vendée-oorlog is zo nog steeds een historische gebeurtenis die door rechts ten onrechte wordt geclaimd als bestanddeel van de eigen traditie en door links even onterecht wordt ontkend. Een uitspraak van het parlement lost in dit soort gevallen niets op. Het doorbreken van gevestigde, maar ongefundeerde opvattingen over het verleden in een open, onbevooroordeeld gesprek is daarvoor veel belangrijker. Om ook de schaduwzijden van de eigen geschiedenis onder ogen te zien. Daarin zijn wij trouwens geen haar beter dan de Fransen.