Kunnen aanvullende pensioenen inkomenszekerheid leveren?

De laatste jaren zijn de beschouwingen van academische economen nogal zwartgallig. Er gaat veel mis en dat valt wetenschappelijk te verklaren. Er zijn er die dat weten door te trekken naar de toekomst. Het is nu niets en het zal nooit wat worden, als we niet... En dan komt er een verhaal waar weinigen vrolijk van worden.

Met grote stelligheid beweert het Sociaal Cultureel Planbureau in navolging van het Centraal Planbureau hoe welvaartbedreigend de gezondheidszorg er in 2030 uit ziet, als we niet... Wanneer het over het pensioenstelsel gaat, zie je hetzelfde.

De auteurs van al dit diepzinnigs weten zonder uitzondering onzekerheden met betrekking tot de toekomst om te zetten in aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheden. Dat doen ze met behulp van problematische veronderstellingen, die steun zouden vinden in statistische analyses die helaas niet anders kunnen bieden dan een kijk op het verleden. Vervolgens komen er redeneringen van de soort 'indien dit dan dat'. De waarschijnlijkheid van 'indien' en 'dat' staat allerminst vast.

De burger wordt ermee geconfronteerd en moet het allemaal maar geloven bij gebrek aan beter. Beleidsmakers gaan er zich naar gedragen. Voor dat je het weet zit je in de dynamiek van de self fulfilling prophecy of in die van de black swan, omdat geen rekening is gehouden met een werkelijkheid die er anders uitziet dan voor waarschijnlijk werd gehouden.

We weten nu eenmaal niet zoveel en doen er verstandig aan om daarmee te leren omgaan. Met dit in gedachten kijk ik naar de discussie over het pensioenstelsel.

Ik zal toelichten dat menig beschouwing over dat stelsel zwanger is aan uitspraken die iedere deugdzame wetenschappelijke onderbouwing missen. Dat geldt zowel voor het optimisme van FNV Bondgenoten als voor het pessimisme van de zogenaamde deskundigen. Ik trof daarvan een mooi voorbeeld aan in het Financiële Dagblad van afgelopen zaterdag. Sweder van Wijnbergen en Kocken steken daar in een lang betoog hun waarschuwende vingertje op met als ondertoon dat de werkelijkheid zwarter is dan werkgevers en werknemers denken. Met zo’n achterliggend idee dat als je de discussie zo niet inzet er altijd weer belangenbehartigers en politici zijn voor wie de niet bestaande bomen in een niet bestaande hemel groeien. Ze maken best verstandige opmerkingen, maar ontsnappen niet aan de verleiding hun eigen wijsheid superieur te vinden, met behulp van een redenering die ook vol onzekerheden zit.

Het is zeker waar dat ons pensioenstelsel instabiel is. Premies vallen in een pot die belegd wordt in financiële activa. Deze moeten een kasstroom opleveren waarmee je pensioenen kunt betalen. De opbrengsten van de beleggingen zijn echter onvoorspelbaar. Dat zijn ze al op een termijn van enkele maanden en helemaal over langere perioden. De premieopbrengsten zijn dat strikt genomen ook. Hetzelfde kun je zeggen over de uitkeringen. Over de korte termijn kun je wat zeggen. Bij pensioenen gaat het echter over looptijden van vele tientallen jaren. Iedere veronderstelling is problematisch.

Natuurlijk is er de kwestie van de vermoedelijk gemiddeld afnemende beroepsbevolking (per fonds of polis overigens zeer verschillend) en de vermoedelijk gemiddeld toenemende levensduur. Maar hoe dat precies zit, weten we niet.

Je vindt beschouwingen die uitgaan van een bepaald verwacht rendement van de beleggingen. Gezien de onmogelijk zoiets met enige waarschijnlijkheid te bepalen, kun je dit soort beschouwingen terzijde schuiven. Storend is de bewering dat riskante beleggingen gemiddeld het beste renderen. Ze hebben in vaktermen wegens dat risico zeker een downside risk (verliespotentie) en ook een upward potential (winstpotentie), maar wanneer en in welke mate beide zullen optreden, weten we niet op voorhand. Grote verliezen zijn zonder meer mogelijk.

Evenzeer zijn de beschouwingen slecht onderbouwd, die als rendementsmaatstaf een willekeurig gekozen rentevoet hanteren. Met behulp van deze fictie en een veronderstelde uitgaande kasstroom aan uitkeringen kun je de hoeveelheid kapitaal berekenen die met hetzelfde rendement nodig is om het financiële plaatje rond te krijgen. Met andere woorden belegd vermogen en rendement zijn ook fictief. Daar is geen economische verklaring voor. Wanneer je een lage rentevoet hanteert, speel je op safe. Dat is het enige wat je kunt zeggen. Wanneer je meevallers hebt dat kun je daar de kwaliteit van je beleggingen mee verbeteren en aanwenden voor een tijdelijke verhoging van de pensioenrechten en de uitkeringen.

Zo’n onzeker pensioensysteem is onbevredigend als je mensen die gezien hun leeftijd het arbeidsproces verlaten enige inkomenszekerheid wilt bieden. Natuurlijk is er de welvaartsvaste AOW. Dat helpt. Maar kunnen we de aanvullende pensioenen niet wat zekerder maken? Natuurlijk helpt ook de plafonnering van de uitkering op basis van het middenloon. Evenzeer is dat zo met het uitstellen van de pensioengerechtigde leeftijd. Dat laatste is voor een belangrijk deel schijn, want mensen die voortijdig om wat voor reden dan ook hun baan verliezen, kun je niet in de kou laten staan. Voor sociaal democraten ligt er een uitdagende vraag.

Kunnen we meer zekerheid organiseren? Voor de overheid en haar medewerkers zou dat kunnen door een deel van het vermogen van de betrokken fondsen tegen een gegarandeerd rentepercentage van b.v. 4% uit te lenen aan de overheid zelf. Soms is dat voor de overheid nadelig maar soms ook heel fortuinlijk. Het fonds heeft dan in ieder geval een zeker rendement en koerszekerheid. Uiteraard blijft de mogelijkheid er om daarnaast vermogen te beleggen op de kapitaalmarkt met overigens alle risico’s van dien. Daar ligt een mooi punt met betrekking tot de kwaliteit van het fondsbestuur en de toezichthouder.

Bij het bedrijfsleven ligt dat ingewikkelder maar niet onoplosbaar. Het bedrijfsleven kan voor zijn investeringen terecht bij de fondsen met afspraken over minimale vergoedingen en zekerheden. Essentieel is dat de beoordeling van de vraag of een dergelijke belegging verantwoord is over gelaten moet worden aan een goed toegeruste investeringsbank, die men overigens voor dat doel zou kunnen oprichten, mits zij geheel onafhankelijk is van fonds en het betrokken bedrijfsleven. Kosten? Welnu, het wegzetten van geld via hedgefondsen, equity capital, investment banks en andere investeringsvehiekels kost nog veel meer. Ik weet dat er bij voorbaat aan zo’n voorstel veel vragen zitten. Maar laten we eens serieus kijken of zoiets mogelijk is. Nu voelen de mensen zich speelbal en dus slachtoffer van ongrijpbare financiële machten. Daar hebben sociaal democraten toch iets op tegen?