Waarom duurzame ontwikkeling niet lukt en hoe het anders kan

Louis Meuleman en Roel in ’t Veld - Het aanbrengen van samenhang tussen economische doelen, sociale doelen en milieudoelen blijft steken in mooie woorden.

De omschakeling van een verspillingseconomie naar een circulaire economie, binnen de randvoorwaarden van een gezond milieu en sociale rechtvaardigheid, gaat in Nederland met een slakkengangetje. Niemand lijkt zich echt druk te maken over de kosten daarvan op de lange termijn in termen van overheidsfinanciën, banen, gezondheid en solidariteit met diegenen die het moeilijk hebben.

Binnen Noordwest-Europa is Nederland al jaren een duidelijke achterblijver, met 4% duurzaam energieverbruik in plaats van de 12% van Duitsland; met in de grote steden geconcentreerde gebieden met ongezonde lucht juist op plekken waar mensen met lage inkomens wonen; met reusachtige subsidies voor grote energiegebruikers. Wie kan rekenen weet dat we hiermee de kosten naar de toekomst schuiven. Is dit beleid of is er over nagedacht? – om de woorden van Jan Schaefer maar eens te herhalen.

Tegelijkertijd behoren veel Nederlandse steden, kennisinstituten, grote bedrijven en bedrijven uit het midden- en kleinbedrijf wel tot de top. Zij klagen dat het overheidsbeleid het hen onnodig lastig maakt, dat het te wispelturig is, weinig logische samenhang bevat en geen langetermijnvisie kent, en dat het onduurzaam gedrag eerder beloont dan bestraft. Het nationale duurzaamheidsbeleid werkt eerder demotiverend dan stimulerend.

Ondernemingen (inclusief een groep geleid door oud-premier Balkenende) doen regelmatig een beroep op de overheid om een duurzamer, meer toekomstgericht beleid te ontwikkelen, opkomende initiatieven te ondersteunen, en om maatregelen te ontwikkelen die gelijke kansen voor de koplopers bevorderen (een ‘level playing field’) en afstraffing van ‘free riders’. Het is ook niet voor niets dat de Nederlander Peter Bakker voorzitter is van de World Business Council for Sustainable Development – Nederland loopt in sommige opzichten wel degelijk voorop.

Lees de rest van het artikel in de PDF