Waarom in de oppositie?

Bert Ummelen - Wonden likken en herbronnen: als het recept voor partijen die door de kiezers in de steek zijn gelaten ooit van toepassing was dan op de gedecimeerde PvdA. Maar waarom zou dat in de oppositiebanken eigenlijk beter gaan? Onder de omstandigheden waarin land en partij verkeren valt er best wat te zeggen voor een regeerrol.

Kiezers beoordelen partijen niet op grond van hun prestaties - dat is een rooskleurige voorstelling. Ze beoordelen ze op grond van de verwachtingen die ze daarover hadden. Dat is de PvdA opgebroken. De partij voerde een campagne van ‘leuke dingen voor linkse mensen’ en tekende vervolgens voor een hard bezuinigingsbeleid. Het landsbelang werd misschien gediend, het partijbelang in elk geval veronachtzaamd. Binnen de marges van een werkzaam herstelbeleid en coalitieverplichtingen aan de ideologische tegenvoeter was er gewoon niet genoeg ruimte voor een PvdA-profiel. Ondanks tromgeroffel over nivelleringseffecten, kinderpardon en bed-bad-brood bleef het in de beleving van veel mensen die hun stem aan de partij hadden gegeven allemaal ‘VVD light’.

Wonden likken dus. En natuurlijk herbronnen. Daar is eigenlijk geen verkiezingsdrama voor nodig; het is voor de PvdA een tweede natuur. Heeft de partij niet net weer een herbronningsoperatie achter de rug? Het Van Waarde-project van de Wiardi Beckman Stichting, de nu zwaar getroffen denktank, onderzocht wat voor sociaal-democraten in de 21ste eeuw van waarde zou moeten zijn. Het trof wat ongelukkig dat terwijl de partijdenkers hun pagina’s tikten de doeners de overheidsuitgaven in het gareel aan het brengen waren.

De Europese sociaal-democratie verkeert in een existentiële crisis. Zeker nu in Duitsland strohalm Schulz knakt lijkt daar geen ontkomen meer aan. De politieke stroming die zo lang haar betekenis vanzelf vond spreken, moet zichzelf intern en naar buiten verantwoorden. Kan de sociaal-democratie de idealen die ze in de industriële wereld en in de context van de natiestaat heeft ontwikkeld en hoog gehouden een actuele, aansprekende inhoud geven in de postindustriële, ’geglobaliseerde’ wereld?
Ook na het Van Waarde-project moet daar verder over worden gedacht. Maar waarom zou dat niet, net als dat project, te combineren zijn met een regeerrol? Regeren staat het kritisch doordenken van de raison d’être van de sociaal-democratie niet in de weg. Wat eerder in de weg staat is dat ideeënontwikkeling zich in de partij langs een parallelspoor voltrekt, terzijde van het Haagse traject. Voor de praktiserende politici lijkt zo’n wetenschappelijk bureau een zondagsschool; stichtend maar van weinig belang voor het doordeweekse leven.

Kabinetsdeelname onder aanmerkelijk gunstiger economische omstandigheden en in het gezelschap van partijen waarmee het ideologisch wat beter botert zou minder discrepantie tussen woord en daad opleveren. De PvdA vindt dat haar verbindende verhaal nog altijd van belang is. In een fragmenterende samenleving meer dan ooit. Is de oppositie de aangewezen plek als je die ambitie hebt? Dat mag nu, na de ongelooflijke optater die de partij heeft gekregen, zo lijken. Maar de PvdA is niet gemarginaliseerd vanwege haar ambitie, maar vanwege de onherkenbaarheid ervan tijdens Rutte II.

En een middelvinger naar de kiezers? Waarom zou een partij zich meer moeten aantrekken van mensen die haar de bons hebben gegeven dan van diegenen die haar trouw zijn gebleven? Nog altijd hebben een half miljoen kiezers de PvdA het mandaat gegeven haar ideeën naar vermogen te bevorderen.

In een coalitie met naast VVD en CDA, D66 en liefst ook CU zou er voor de PvdA, in de termen van wijlen Jaap Burger, iets te regeren kunnen zijn. Ondanks het kleine zetelaantal en de programmatische verschillen misschien wel meer dan in de afgelopen vier jaar. Op de politiek moeilijke dossiers (klimaat, migratie, inkomensverhoudingen) kan met D66 en CU – als representant van het christelijk sociaal denken de PvdA nabij – tegenwicht tegen rechts worden geboden. Natuurlijk kan de PvdA in zo’n coalitie kop van Jut worden van SP en GroenLinks. Dat is een niet licht op te vatten risico. Maar wat je voor te stellen van een oppositierol in de schaduw van deze grotere linkse broers?

De PvdA past na het debacle van maart terughoudendheid. Het geringe gewicht dat in onderhandelingen valt bij te zetten zal gecompenseerd moeten worden door de wil van ‘het motorblok’ om uit de impasse te geraken en tot een meerderheidskabinet te komen. De vraag wat de beste route is naar electoraal herstel is terzake. Junior partner zijn in een linkse oppositie of met een high profile ministerspost (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Samsom bij wijze van Wiedergutmachung op Milieu) laten zien waar de partij voor staat en wat ze nog vermag.

Er moet geduld worden geoefend. Maar op een uitgekiend moment zou de PvdA zich kunnen opwerpen als reddende engel voor een naar onbestuurbaarheid afglijdend land: een droomstart voor wie de gunst van de burgers wil heroveren. Toch?

Foto: harry_nl Flickr via Compfight cc