Uit het ziekenhuis

De focus in de zorg komt steeds meer thuis te liggen. Veel ouderen zeggen dit ook te willen, maar voor kwetsbare ouderen brengt dit risico’s met zich mee, zeker als de overgang van ziekenhuisopname naar huis niet vlekkeloos verloopt.

Ann-Silvie Penning de Vries - De gezondheidszorg in Nederland ontwikkelt zich in een sneltreinvaart. Zo is de opnameduur voor hart- en vaatziekten gehalveerd van twaalf naar zes dagen ten opzichte van 1995.(i) Daarnaast nam in de periode van 2008 tot en met 2014 de gemiddelde opnameduur voor alle ziekenhuizen af met twaalf procent.(ii) De focus in de zorg komt steeds meer thuis te liggen, in plaats van bij de verpleging- en verzorgingssector.(iii)

Dit zijn veelal positieve ontwikkelingen; voor veel mensen is het prettig om thuis te herstellen. Daarnaast past het bij de weg die de overheid is ingeslagen; het credo is zo lang mogelijk thuis wonen. Ook de meerderheid van de ouderen kan zich hierin vinden.(iv) Maar voor de groep kwetsbare ouderen is herstellen na een ziekenhuisopname niet altijd even makkelijk. De ontwikkelingen in de zorg vragen dus dat de aansluiting tussen ziekenhuis en de daaropvolgende zorgaanbieder (bijvoorbeeld thuiszorg) goed verloopt.

Onderzoek 'Van Waarde Lokaal' naar good practices
De Wiardi Beckman Stichting focuste zich met het actie-onderzoek 'Van Waarde Lokaal' het afgelopen half jaar op de vraag 'Hoe willen we oud worden in Nederland?'. In het kader van dit onderzoek ging ik onder andere langs bij twee ziekenhuizen in Nederland, die beide op een andere manier de aansluiting tussen ziekenhuis en opvolgende zorgaanbieder proberen te verbeteren en zo de veiligheid van ouderen te waarborgen.

In Nijmegen maakt het RadboudUMC gebruik van de transmurale zorgbrug, een concept dat wijkverpleegkundigen actief betrekt bij de overgang van ziekenhuis naar thuis. Helaas heeft dit project te kampen met het feit dat sommige thuiszorgorganisaties aan hun, door de verzekeraar gestelde, plafond zitten; zij kunnen op dit moment geen zorg meer leveren.(v)

In Delft werkt het Reinier de Graaf Ziekenhuis met het TIP programma van het ministerie van VWS; een 'stoplichtsysteem' waarbij een patiënt pas naar huis mag als alle lichten op groen staan. Dit systeem geeft de zekerheid dat bijvoorbeeld de afdelingsverpleegkundige akkoord heeft gegeven voor ontslag, maar ook dat de overdracht en medicatielijst door de opvolgende zorgaanbieder zijn ontvangen.(vi)

Deze ziekenhuizen zijn goede voorbeelden waar men werkt aan verbeteringen in de overdracht en zo de veranderde situatie in de zorg probeert te ondervangen. Echter, gebeurt dit nog lang niet overal.

In veel ziekenhuizen is de overdracht niet goed geregeld
Uit een onderzoek van de Inspectie van Gezondheidszorg (IGZ) in 2014 en 2015 blijkt dat in geen van de onderzochte ziekenhuizen een goede overdracht is gewaarborgd. Vaak gaat het al bij de start van het overdrachtsproces mis; het automatisch gegenereerde mutatiebericht (opgesteld door het ziekenhuis) wordt vrijwel niet in de dossiers van de zorgaanbieders opgenomen.(vii)

Ook signaleert de IGZ dat de veldnormen voor een goede overdracht te weinig worden nageleefd en dat de overdracht vaak niet tijdig of niet volledig plaatsvindt. Het gebrek aan tijdigheid komt onder meer doordat verschillende beroepsgroepen verschillende definities van tijdigheid hanteren, variërend van één dag tot twee weken. Ook komt het voor dat de verkeerde opvolgende zorgverlener wordt aangeschreven. Daarnaast ontwikkelen ziekenhuizen steeds meer een specialistisch profiel, met als gevolg dat patiënten soms voor ziekenhuiszorg buiten hun regio moeten reizen en dat de overdracht dus plaatsvindt tussen zorgverleners die elkaar niet goed kennen.(viii)

Niet alleen aan de start en gedurende de ontslagprocedure gaan er dingen mis – niet in de laatste plaats omdat de onderzochte ziekenhuizen geen duidelijk omschreven ontslagprocedure hadden. Ook het einde van het overdrachtsproces namen ziekenhuizen risico’s; soms kregen patiënten zelf de overdracht mee naar huis, waarmee zij onderdeel werden van het overdrachtsproces. De IGZ vindt dit risicovol, omdat kwetsbare ouderen bijvoorbeeld het belang van een tijdige overdracht kunnen onderschatten.(ix)

Hoe de transmurale zorgburg de zorg voor ouderen verbetert
De transmurale zorgbrug bestaat uit drie fases.(x) In de eerste fase worden geriatrische patiënten die minstens twee dagen zijn opgenomen in het ziekenhuis geëvalueerd door het geriatrieteam. Bij deze evaluatie wordt gericht gezocht naar ouderen die een verhoogd risico hebben op functieverlies, waar jaarlijks 100.000 65-plussers na ziekenhuisopname mee te maken krijgen. Aan de hand hiervan wordt een interventie bepaald.

De tweede fase wordt gekenmerkt door de overdracht. Een wijkverpleegkundige maakt in het ziekenhuis kennis met de oudere en krijgt een behandelplan mee van het geriatrieteam.

In de derde fase staat de behandeling van de oudere bij thuiskomst door de wijkverpleegkundige centraal. Het eerste huisbezoek vindt binnen twee dagen plaats, het daaropvolgende bezoek binnen twee weken. Daarna zijn er na zes weken, drie maanden en zes maanden nog contactmomenten, waarbij telkens het zorgbehandelplan als uitgangspunt wordt genomen. In samenspraak met de oudere beslist de verpleegkundige hoeveel contactmomenten er nodig zijn.

De resultaten van de transmurale zorgbrug hebben enorme potentie voor een grote groep mensen
Normaal gesproken overlijdt 35 procent van de 65-plussers na ontslag uit het ziekenhuis binnen drie maanden.(xi) Met de transmurale zorgbrug wordt sterfte onder ouderen binnen een maand na de ziekenhuisopname met 40 procent teruggedrongen.(xii) Het gebruik hiervan heeft dus enorme potentie voor een grote groep mensen. Jaarlijks wordt namelijk veertien procent van de 65-plussers in Nederland in het ziekenhuis opgenomen.(xiii) Daarnaast is deze groep groeiende; de verwachting is dat het aantal 65-plussers van zestien procent in 2012 naar tweeëntwintig procent in 2025 zal stijgen.(xiv)

Veel zorgprofessionals maken zich zorgen over de thuissituatie waarin kwetsbare ouderen terugkeren.(xv) Vaak is het wachten tot het weer mis gaat. Enkele aanbevelingen die voor veel ouderen de thuissituatie een stuk minder precair zouden maken;

Aanbevelingen:
- Als mensen na een ziekenhuisopname weer naar huis gaan, moeten goede zorg en ondersteuning geregeld zijn. De methode van de transmurale zorgbrug die sommige ziekenhuizen gebruiken is hiervoor een nuttig instrument. Er moet dan wel altijd voldoende ruimte zijn bij thuiszorgorganisaties om de zorg thuis te kunnen leveren.

- Mensen zouden na een ziekenhuisopname niet gebonden moeten zijn aan eventuele wachtlijsten van de gemeente (bijvoorbeeld voor huishoudelijke hulp of dagbesteding), juist omdat het voor hen belangrijk is om thuis zo snel en comfortabel mogelijk te herstellen.

Noten
(i) CBS (2016). http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=71860ned&D1=1,3,5...
(ii) Coppa (2015). Ligduurmonitor Nederlandse ziekenhuizen 2013 & 2014: trendbreuk in de ligduur. www.coppa.nl/wp-content/uploads/2016/01/Ligduurmonitor-2013-2014.pdf
(iii) Inspectie voor de Gezondheidszorg (2015). Continuïteit van zorg voor kwetsbare ouderen vanuit het ziekenhuis naar verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg en huisartsen niet gewaarborgd. http://www.igz.nl/Images/2015-06-08%20Rapport%20Continu%C3%AFteit%20van%...
(iv)Dit is één van de bevindingen van het onderzoek ‘Van Waarde Lokaal’ van de Wiardi Beckman Stichting.
(v) De Wiardi Beckman Stichting interviewde voor ‘Van Waarde Lokaal’ Trudy Jacobs over dit project. http://vanwaardelokaal.nl/interview/een-gesloten-afdeling-dat-echt-van-v...
(vi) De Wiardi Beckman Stichting interviewde voor ‘Van Waarde Lokaal’ Anja van der Eijk over dit project. http://vanwaardelokaal.nl/interview/als-ik-n-ding-kon-veranderen-aan-de-...
(vii) Inspectie voor de Gezondheidszorg (2015). Continuïteit van zorg voor kwetsbare ouderen vanuit het ziekenhuis naar verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg en huisartsen niet gewaarborgd. http://www.igz.nl/Images/2015-06-08%20Rapport%20Continu%C3%AFteit%20van%...
(viii) ibid. (2015).
(ix) ibid. (2015).
(x) Buurman, B.M., Parlevliet, J.L. & de Rooij, S.E. (2013). De transmurale zorgbrug: bruggen slaan voor innovatieve ouderenzorg. Bijblijven, 29, 4, p. 26-32.
(xi) Buurman, B.M., Hoogerduijn, J.G., de Haan, R.J., Abu-Hanna, A., Lagaay, A.M., Verhaar, H.J,. et al. (2011). Geriatric conditions in acutely hospitalized older patients: prevalcne and one-year survival and functional decline. PloS ONE, 6, 11, p. 1-7.
(xii) AMC (2013). Inzet wijkverpleegkundige na ziekenhuisopname redt levens. https://www.amc.nl/web/Het-AMC/Nieuws/Nieuwsoverzicht/Nieuws/Inzet-wijkv...
(xiii) Buurman, B.M., Parlevliet, J.L. & de Rooij, S.E. (2013). De transmurale zorgbrug: bruggen slaan voor innovatieve ouderenzorg. Bijblijven, 29, 4, p. 26-32.
(xiv) CBS (2013). Regionale prognose 2013-2040: vier grote gemeenten blijven sterke bevolkingstrekkers. https://www.cbs.nl/-/media/imported/.../2013-regionale-prognose-2013-204...
(xv) Dit is één van de bevindingen van het onderzoek ‘Van Waarde Lokaal’ van de Wiardi Beckman Stichting.