Tussen gelijkheid en gelijkwaardigheid

Paul de Beer & Adriaan van Veldhuizen - Overzicht van een eeuw sociaal-democratisch denken over gelijkheid. Toen Herman Gorter tijdens een propagandatocht een kopje koffie ging drinken, liet hij een jonge arbeider die hem vergezelde buiten wachten. Het voorval illustreert hoe dubbel de houding van sociaal-democraten vaak was in hun strijd tegen ongelijkheid.

Als geen andere politieke stroming wordt de sociaal-democratie geassocieerd met het streven naar gelijkheid. Toch wordt in sociaaldemocratische publicaties keer op keer benadrukt dat absolute gelijkheid niet alleen niet realiseerbaar is, maar ook niet wenselijk.

Dat geldt voor verschillende vormen van gelijkheid. Bij inkomens en opleidingen bijvoorbeeld, hoeft het eindresultaat niet voor iedereen gelijk te zijn. Het gaat om gelijke startkansen. Op cultureel gebied staat het gelijkheidsstreven ten dienste van een grote mate van culturele diversiteit. Hieruit volgen al meteen twee belangrijke constateringen over het sociaal-democratische streven naar gelijkheid. Ten eerste is gelijkheid geen doel op zichzelf, maar een middel dat optimale ontplooiing voor iedereen mogelijk maakt. Ten tweede leidt het — als het goed is — niet tot een eenheidsworst, maar juist tot verscheidenheid. Toch maken politieke tegenstanders van het gelijkheidsdenken nog regelmatig een karikatuur: degene die op sociaal-democratische gronden meer gelijkheid bepleit, maakt steeds weer kans om in de hoek van het communisme weggezet te worden als voorstander van een grauwe eenvormigheid. Het is jammer dat dit negatieve beeld waarin ‘radicale gelijkheid van uitkomsten’ zo prominent aanwezig is, vaak de boventoon voert in het op zichzelf belangwekkende debat over de interpretatie van het gelijkheidsstreven.

Lees de rest van het artikel in de PDF.