Het goede leven doorgeven

‘What matters to a society, is less what it owns than what it is and how it uses its possessions. It is civilized in so far as its conduct is guided by a just appreciation of spiritual ends, in so far as it uses its material resources to promote the dignity and refinement of the individual human beings who compose it.’ (R.H. Tawney, 1931)

Als boze jongeren slag leveren met winkeliers, zoals in Engeland gebeurde deze zomer, wat is er dan aan de hand? Hebben deze jongeren geen moraal meer overgedragen gekregen, hebben ouders en onderwijzers en sportinstructeurs en buurtwerkers en museumcuratoren gefaald in het voorleven en doorgeven van het goede leven, zodat slaan en stelen deze jongeren nu als een volkomen logische manier voorkomt om te bereiken wat ze willen, namelijk het hebben van meer spullen? Is dat alleen maar ontremming? Of is die maatschappij er juist uitstekend in geslaagd om haar moraal over te dragen op deze ‘opstandelingen voor een dag’, namelijk de impliciete regel dat alles waar je niet voor gepakt wordt is toegestaan, dat onder het mom van verzakelijking alles mogelijk is? Een regel die in Engeland lijkt te gelden bij afluisterpraktijken door een veelgelezen krant, bij de ondergang van banken waar de medewerkers met miljoenen aan bonussen wegkomen, en bij ongeremde declaraties van politici van regerings- en oppositiepartijen.

Het gehele artikel kunt u lezen in de bijgevoegde pdf. Reageren kan door een mail te sturen naar ppaulusma@wbs.nl. Deze reacties zullen op deze pagina geplaatst worden.

PreviewBijlageGrootte
sie_-_het_goede_leven_doorgeven.pdf1.64 MB