Groningen schaft gesubsidieerde arbeid af

Samen sterk voor een sociale stad, was de leus van de PvdA in de stad Groningen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Hoe staan we er voor in ‘stad’, zoals Groningers de stad Groningen plegen te noemen. Komen we als PvdA onze verkiezingsbeloften na? Ook in tijden van draconische rijksbezuinigingen?

We doen het zo gek nog niet in de zesde stad van Nederland. Het aantal bijstandscliënten neemt af, de participatiegraad stijgt. Aan de andere kant is het aantal bijstandscliënten en het percentage inwoners met een (erg) laag inkomen nog altijd hoger dan in vergelijkbare steden. En dat in een stad die zich ook positioneert als kennisstad, city of talent en die aan zo’n 50.000 studenten hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs biedt. Dit betekent dat we ons zullen moeten blijven inspannen om zoveel mogelijk mensen kansen te bieden actief deel te nemen aan de Groninger samenleving.

Het wordt ons door dit kabinet niet makkelijk gemaakt om onze idealen van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid overeind te houden. Er komen ongelooflijk grote bezuinigingen op onze stad af. Een overzicht in een notendop: re-integratiemiddelen: in 2009 kregen we nog € 46,5 mln van het rijk voor re-integratie en activering, in 2011 was dat € 41,6 mln en in 2015 hebben we hiervoor nog € 21,4 mln te besteden. Sociale werkvoorziening: een tekort van € 7,5 mln in 2011 loopt – zonder gewijzigd beleid - op tot € 12 mln in 2015.

We kiezen er nadrukkelijk voor om - ook al zit het tij tegen - ons te blijven inzetten voor de kwetsbare groepen in onze stad. Dit betekent wel dat we de beschikbare middelen moeten herverdelen. Op dit moment heeft de stad nog zo’n 1500 werknemers die in enigerlei vorm van gesubsidieerde arbeid zitten, en 8000 mensen met een bijstandsuitkering. Een onevenredig hoog bedrag vloeit vanuit de re-integratiemiddelen naar de gesubsidieerde arbeid. In 2010 was dat € 29 mln. Als we het belangrijk vinden dat zoveel mogelijk mensen actief meedoen, dan zullen we ons re-integratiebudget anders moeten verdelen. Dan kunnen we gesubsidieerde arbeid in de huidige vorm niet meer laten voortbestaan. Het kost gewoon te veel.

Inspraak
We zijn met onze plannen de wijken ingegaan. We hebben onze ideeën uitgelegd en iedereen de kans gegeven z’n mening te geven over onze aanpak. We hebben maanden van inspraak achter de rug. Wat ik opvallend vind, is dat er tijdens alle bijeenkomsten niet alleen zorgen werden geuit, maar er ook een groot gedeeld gevoel bestond dat we samen de schouders eronder moeten zetten. De bezuinigingen zijn niet alleen een probleem van de wethouder, maar zijn een probleem van ons allemaal. Ik vond het bewonderenswaardig en ontroerend om mee te maken hoezeer mensen bereid zijn ook een beetje over hun eigen schaduw heen te stappen. Dat is wat Groningen voor mij tot zo’n bijzondere stad maakt. We blijven de verbinding zoeken.

Inmiddels ligt er een kadernota met als rode draad om zoveel mogelijk mensen de kans te geven actief deel te nemen aan de samenleving. Het liefst via betaald werk en als dat niet lukt met andere werkzaamheden of maatschappelijke activiteiten. We verbinden daarbij nadrukkelijk collectieve en persoonlijke doelen. Als persoon ben je onderdeel van een groter geheel. Actief zijn is belangrijk voor jezelf en belangrijk voor het maatschappelijk en economisch leven in de stad. En beide doelen versterken elkaar.

De volgende uitgangspunten zijn leidend voor ons nieuwe beleid:

  • Werk en scholing zijn belangrijk om mensen de regie over hun eigen leven te laten voeren.
  • Activering is belangrijk om te voorkomen dat mensen aan de kant blijven staan.
  • Mensen moeten zich kunnen ontwikkelen, ook al zijn het soms kleine stapjes die ze zetten.
  • Mensen met een kleine afstand tot de arbeidsmarkt bieden we niet alleen een uitkering aan, maar ook een uitstroombaan, scholing en begeleiding, met als wenkend perspectief een regulier betaalde baan. In een uitstroombaan wordt werken gecombineerd met leren. De focus is uitstroom naar regulier werk in een bepaalde sector. Bijvoorbeeld: in de sector zorg is een groeiende vraag naar (divers) personeel. Om klanten klaar te stomen voor het vervullen van deze vacatures gaan ze werken op een uitstroombaan in de zorgsector. Tijdens het werken op de uitstroombaan krijgen ze scholing en begeleiding die gericht is op de uitstroom naar werk in deze sector. Uitstroombanen organiseren we met onze lokale re-integratiepartners die een netwerk in een branche hebben: in ons voorbeeld is dat een netwerk in de zorg. Deze brancheorganisaties zijn verantwoordelijk voor de ontwikkeling en de uitstroom van de klant. Zij krijgen de begeleidings- en scholingskosten vergoed van de gemeente. Als een klant uitstroomt naar een reguliere baan ontvangen ze een bonus.
  • Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt bieden we gedurende langere tijd een participatiebaan aan, met een bonus van € 100 boven op hun uitkering. De participatiebaan is voor mensen die om wat voor reden dan ook voorlopig (nog) niet toe zijn aan regulier werk. Voor deze mensen is het belangrijk dat ze actief zijn en (part time) en maatschappelijk nuttig werk verrichten. Deze mensen zijn bijvoorbeeld aan het werk in de fietsenstalling, de sportkantine, het buurthuis, de kinderboerderij of het podium voor het amateurtheater.
  • Ook de participatiebanen geven we vorm met lokale partners, die zich als werkcorporatie verbinden aan de participatiebanen; onze sociale werkvoorziening gaat hier een belangrijke rol in spelen. Met participatiebanen willen we een aandeel blijven leveren aan de infrastructuur van de stad en we kunnen blijven inzetten op het ontwikkelen van mensen. Mensen met een participatiebaan doen vrijwilligerswerk voor maatschappelijke organisaties, zoals sportverenigingen of instellingen voor de maatschappelijke opvang, of in de wijken (klussendienst, groenonderhoud).
  • We bouwen de dure, gesubsidieerde arbeid de komende drie jaren gefaseerd af. Daarvoor in de plaats komen, voor een deel, de participatiebanen. Op deze wijze kunnen we mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt tóch een zinvolle dagbesteding geven en indien mogelijk kunnen ze van daaruit via een uitstroombaan op de reguliere arbeidsmarkt geplaats worden.
  • De komende drie jaar houden we tweehonderd bestaande gesubsidieerde banen nog buiten de afbouw van de gesubsidieerde arbeid. Daarmee willen we de basisinfrastructuur gedurende de ombouw van het systeem op orde houden en ondertussen willen we het beleid voor de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt nog nadrukkelijker op de politieke agenda zetten.
  • We hebben een inspanningsverplichting om mensen met een langdurig gesubsidieerde arbeidsplek aan ander werk te helpen en hebben daarvoor een groot aantal mogelijkheden in de aanbieding. We willen harde afspraken maken met instellingen, organisaties en het bedrijfsleven voor het bieden van werk, werkleerplekken in combinatie met scholing.
  • We leggen een dwarsverband met de WMO op het gebied van activiteiten in het kader van dagbesteding. Er zijn ook mensen die dusdanige belemmeringen hebben dat zij niet kunnen werken op een participatiebaan. Voor deze mensen combineren we het activeren (lichte werkzaamheden, bijvoorbeeld in de buurt) met hun specifieke begeleiding (dagbesteding, hulp, zorg). Dat levert voor de mensen een betere, op elkaar afgestemde hulpverlening op. Bovendien denken we op deze manier de verschillende budgetten (Participatiebudget, WMO) efficiënter in te kunnen zetten.

Gedurende de ombouw van het systeem van gesubsidieerde arbeid naar de invoering van uitstroombanen en participatiebanen wordt topprioriteit in ons arbeidsmarktbeleid: een brede aanpak van de werkgelegenheid voor degenen die tot nu toe waren aangewezen op gesubsidieerde arbeid.

We moeten de krachten bundelen: werkgevers met onvervulbare vacatures, de sociale dienst met arbeidspotentieel in de kaartenbak en het middelbaar beroepsonderwijs dat in korte tijd mensen kan scholen. Vraag en aanbod moet bij elkaar worden gebracht. We moeten afspraken maken in de regio waar niemand meer voor kan wegduiken. De tijd van praten is voorbij, doen wordt het motto. Ik zie langzaam maar zeker een grote bereidheid ontstaan bij alle partners in de stad en in de regio voor een concrete aanpak van de problemen.

Tegelijkertijd gaan we ons armoedebeleid opnieuw bekijken. Dat gaan we doen samen met de mensen die arm zijn of arm zijn geweest. Zij zijn de ervaringsdeskundigen. Wat is er nodig om aan armoede te ontsnappen en hoe kunnen we dat samen met de ervaringsdeskundigen het best vormgeven?

We moeten alle zeilen bijzetten om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen in de stad Groningen. Dat is gezien de bezuinigingen die vooral de kwetsbare groepen zullen treffen de opgave waarvoor we staan. Wij vinden de verbinding met de stad daarin heel erg belangrijk. Samen kunnen we het best een duurzame en stabiele bodem voor een sociale stad leggen.

Het zal duidelijk zijn dat wij als PvdA en ik als vertegenwoordigend wethouder het niet zullen toestaan dat de kloof tussen arm en rijk, tussen laag en hoog opgeleid, tussen kansarm en kansrijk ook in onze stad steeds groter dreigt te worden. Wij willen versterken, verbinden en verantwoordelijkheid delen. Zo dicht mogelijk bij de mensen staan. Dat betekent niet dat alles bij het oude kan blijven. Dat betekent dus dat we de gesubsidieerde arbeid afschaffen. Dat betekent wél dat we ervoor kiezen om met minder geld méér mensen aan het werk of aan een zinvolle dagbesteding te helpen. En zo willen we onze verkiezingsbelofte gestand doen, ook in tijden van draconische rijksbezuinigingen!

Samen sterk voor een sociale stad!