De voorhoede van een vakbondsreveille

De schoonmaakbranche laat een nieuw soort protest zien tegen slecht werk: niet georganiseerd vanuit het kantoor van de vakbond, maar via het sociale netwerk van de werkenden. Organising heet deze uit Amerika overgewaaide manier van actievoeren. Merijn Oudenampsen: ‘De campagnes zijn een sociale lijm die de meest uiteenlopen etniciteiten met elkaar kan verbinden in omstandigheden van extreme fragmentatie.’

Resoluut stappen op 6 november 2007 zo’n vijftig mensen uit de metro bij de halte Amsterdam Amstelveenseweg. Ze dragen spandoeken, fluitjes, trommels, clownspakken en fel oranje vakbondsshirts. Iets later staan ze voor de gesloten deuren van het grote glaspaleis dat het hoofdkantoor is van de Nederlandse ING bank. Niet getreurd. De achterdeur staat nog open. Alleen een tussendeur wordt nog met man en macht door enkele paniekerige bewakers vastgehouden, maar na enig duw- en trekwerk moeten ook zij zich gewonnen geven. Het lawaai van vijftig uitzinnige demonstranten vult de chique hal van een van de twintig grootste banken in de wereld. De absolute top en onderkant van de Nederlandse arbeidsmarkt ontmoeten elkaar.

Wat de ING bank overkwam, zou zich herhalen in het nabijgelegen ABN AMRO-hoofdkantoor, in de terminal van luchthaven Schiphol, bij ministeries in Den Haag, bij de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht en bij nog een lange lijst van bedrijven. Het was het bescheiden begin van een inmiddels alom bekende campagne in de schoonmaakbranche, een van de sectoren waar door outsourcing en flexibilisering de positie van werknemers sterk verslechterd is. Een nieuwe campagnestrategie moet een antwoord bieden op de verzwakte positie van de vakbond in de dienstensector, waar de arbeidsmarkt gekenmerkt wordt door fragmentatie en tijdelijkheid. Het is een van de meest beloftevolle initiatieven om een antwoord te vinden op wat sommigen de nieuwe sociale kwestie zijn gaan noemen.

Het gehele artikel is in de bijlage te lezen.