De PvdA, Israel en de Palestijnen

Het schijnbaar vanzelfsprekend verbond tussen de joodse gemeenschap en de sociaal-democratie is verdwenen. Hoe komt dat en wat betekent het voor de nabije toekomst?

Op donderdag 18 juni 2015 liep het mis tussen de linkse fracties in de Amsterdamse gemeen- teraad en een groot deel van de Joodse gemeenschap. Plaats van handeling: de Boekmanzaal van de Stopera waar de commis- sie Algemene Zaken het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders be- handelde om een stedenband met Tel Aviv en de Palestijnse stad Ramallah op de West Bank aan te gaan. Met het ‘gayvriendelijke’ Tel Aviv dacht de Nederlandse hoofdstad onder meer op LHBT-gebied te kunnen samenwerken. Bovendien beschikte de plaatselijke ICT-sector over veelbelovende startups. Ramallah, regeringszetel van de Palestijnse president Mahmoed Abbas, leende zich vooral voor samenwerking op economisch terrein. Het was een compromis dat binnen het college van B en W was gesloten: een stedenband met Tel Aviv alleen was voor coalitiepartij SP onac- ceptabel, omdat de stad lag in een land dat ‘structureel internationale afspraken schendt’. Vandaar dat ter compensatie ook Ramallah in het vizier kwam. Een paar dagen voor de bewuste commissievergadering kon-
digde Het Parool alvast aan: ‘Burgemeester Eberhard van der Laan en locoburgemeester Kajsa Ollongren bezoeken in september beide steden om de samenwerking te beklinken’.1 Het bleek een hoogst voorbarige conclusie.