Lange tijd vonden sociaal-democraten het vanzelfsprekend dat kunst al vroeg in het onderwijs een grote rol moest spelen. Maar het belang van kunstonderwijs is weggezakt met de voortschrijdende emancipatie. Helaas, want de culturele scheidslijnen worden nu scherper dan ooit getrokken. Het werk van Emanuel Boekman wijst nog altijd de weg, volgens Frans Becker. Het is tijd voor serieuze actie.
‘Kan de overheid door haar bemoeiing met de kunst van den eigen tijd het scheppen van nieuwe schoonheid [..] bevorderen, het sluitstuk van deze bemoeiing en van die met oude kunst, is het toegankelijk maken van deze kunst voor allen.’ 1 Het toegankelijk maken van de kunst was het streven van Emanuel Boekman. Hij gaf daar tussen de wereldoorlogen vorm aan als sociaaldemocratisch wethouder van Amsterdam. Zijn ideaal van cultuurspreiding en het bevorderen van cultuurparticipatie is echter nog steeds actueel. Boekmans opvattingen bieden een inspiratiebron voor een eigentijdse kunstpolitiek. Het kunstonderwijs speelt daarbij een cruciale rol, mits systematisch opgezet en goed uitgevoerd.
Het proefschrift van de sociaal-democratische politicus en Amsterdamse wethouder Emanuel Boekman, Overheid en kunst in Nederland, dat hij op 6 juni 1939 in de aula van de Gemeente Universiteit van Amsterdam verdedigde, is een klassieker van sociaal-democratische kunstpolitiek geworden. Niet omdat het boek een politiek pamflet zou zijn of een indringende beschouwing over kunst en socialisme bevat; geen van beide is het geval. Het hoofdbestanddeel ervan is een gedegen historisch overzicht van de relatie tussen de Nederlandse overheid en de kunsten in de negentiende en de eerste decennia van de twintigste eeuw. Zijn dissertatie is een klassieker geworden, omdat Boekman in het laatste hoofdstuk, ‘Perspectieven’, een programma voor kunstpolitiek ontvouwt dat in sociaal-democratische kring en daarbuiten grote invloed zou hebben. ‘Een kunstpolitiek van de overheid’, zo luidt de centrale stelling van dat hoofdstuk, ‘moet er op gericht zijn, de belangstelling voor de kunst te vergrooten en, waar zij niet bestaat, te trachten belangstelling voor kunst te wekken. Wil deze kunstpolitiek echter inderdaad gericht zijn op het volk als geheel, of, tenminste, op een zoo groot mogelijk deel van het volk, dan kan zij niet anders zijn dan een deel van een sociale politiek in den ruimsten zin van het woord.’
Het volledige artikel is als pdf in de bijlage te vinden. Reageren kan door een mail te sturen naar forum@wbs.nl. De reacties zullen op deze pagina geplaatst worden.

