Bijdrage Van Waarde-debat Goed Werk

Marcel van Dam sprak deze tekst op 24 november 2011 uit in het kader van het Van Waarde-debat over goed werk in Groningen.

De kloof tussen mensen zoals u en ik die interessant, bevredigend en goed betaald werk doen en mensen die tegen hun zin, voor een loon waarvan ze niet behoorlijk kunnen leven, oninteressant, vervelend werk moeten doen waar iedereen op neerkijkt is enorm. Het vereist veel inlevingsvermogen om de weerzin te voelen waarmee die mensen naar hun werk gaan.

Dat inlevingsvermogen ontberen in ieder geval enkele PvdA wethouders in grote steden die, sinds gemeenten er financieel baat bij hebben dat er zo min mogelijk mensen in de bijstand zitten, hen onder afdreiging van het intrekken van hun uitkering dwingen werk te doen waar ze zelf nooit voor zouden kiezen. Zoals voormalig wethouder Schrijer van Rotterdam die iedereen die een langdurige bijstandsuitkering had een brief stuurde met als aanhef : Gefeliciteerd. U hebt een baan. U moet zich aanstaande maandag melden bij de Roteb, de Rotterdamse vuilverwerking. Van mensen die zich niet meldden werd de uitkering ingetrokken. Nederland kent 1.5 miljoen functioneel analfabeten. Dus Rotterdamse analfabeten werden van hun levensonderhoud beroofd omdat ze niet konden lezen of schrijven.

En wat te denken van zijn opvolgster die heeft besloten dat mensen die recht hebben op een bijstandsuitkering pas na drie maanden een aanvraag kunnen doen. PvdA wethouder Norder in Den Haag is ook bezig het aantal bijstandtrekkers te verminderen. Zo wilde hij hier verblijvende Polen hun recht op bijstand ontnemen. Hij sprak over een tsunami van Polen die Den Haag overspoelde. Mensen uit Polen die hier werk zoeken ziet deze sociaal democraat als een natuurramp. Deze wethouders zijn de weg kwijtgeraakt in een moeras waarin de PvdA is verzeild geraakt door twee hoofddoelstellingen van de sociaal democratie tegenstrijdig te maken. De twee hoofddoelstellingen waren om enerzijds iedereen voldoende bestaanszekerheid te bieden en anderzijds om voldoende werk te creëren om mensen hun eigen brood te laten verdienen. Gek genoeg is de welvaartsstijging er de oorzaak van de PvdA niet meer weet waar ze voor moet staan. Welvaartsstijging is te danken aan productiviteitsstijging. Wij zijn als land zo welvarend geworden omdat de Nederlandse werknemer de productiefste ter wereld is. Een van de redenen daarvoor is dat iedereen die niet mee kan komen in de ratrace, die niet productief genoeg is, door werkgevers niet meer in dienst wordt genomen. Ze zijn onrendabel geworden. De PvdA probeert al 25 jaar twee heren te dienen door enerzijds te accepteren dat het niveau van bestaanszekerheid steeds verder achterblijft bij de welvaartsstijging en anderzijds door mensen te pressen alsnog rendabel te worden, onder dreiging van het wegnemen van bestaanszekerheid. Waarmee de core-bussiness van de sociaal democratie werd gecorrumpeerd. De koopkracht van het huidige minimumloon en de daaraan gekoppelde uitkeringen is lager dan in 1980, ondanks de welvaartsstijging. Het aantal armen volgens de Europese armoededefinitie is gestegen van 4% in 1980 tot 11 % nu. Tegelijkertijd worden mensen met een uitkering gedwongen op straffe van bittere armoede werk te accepteren waar ze niet voor hebben gekozen, tegen een loon waar ze niet van kunnen leven, in een maatschappelijk klimaat waarin ze worden weggezet als profiteurs en fraudeurs. De sociaal democratie heeft armoede geaccepteerd als motivatie om mensen aan het werk te krijgen.

Geruisloos zijn sociale grondrechten zoals de vrijheid van arbeidskeuze en het recht op voldoende middelen van bestaan via de bijstand, rechten waar de PvdA lang voor heeft gevochten om ze in de grondwet te krijgen, bij het grootvuil gezet. Ik raak het maar niet kwijt, de verontwaardiging die zich van mij meester maakte toen ik voormalig PvdA staatssecretaris van Sociale Zaken Aboutaleb, in het programma “de wereld draait door” op de vraag wat het belangrijkste was wat hij als staatssecretaris had gedaan, trots hoorde antwoorden: Ik heb in strijd met de grondwet de bijstand voor jongeren tot 27 jaar afgeschaft.

Hoe kan de PvdA weer de partij van rechtvaardigheid en arbeid worden? Door twee radicale keuzes te maken. In de eerste plaats door iedereen voldoende bestaanszekerheid te garanderen, ten minste op het niveau van de Europese armoedegrens. Iedereen heeft recht op een inkomen van 60% van het mediane inkomen. Dat is het middelste inkomen, met evenveel inkomens eronder als erboven. Die armoedegrens is per definitie welvaartsvast.

In de tweede plaats door iedereen die een beroep doet op een inkomensvervangende uitkering of bijstand, automatisch in dienst te nemen van een gemeentelijk bedrijf dat drie functies heeft: a. de klassieke arbeidsbemiddeling voor mensen zonder werk. b. het organiseren van opleidingen en trainingen om de geschiktheid voor de reguliere arbeidsmarkt te vergroten en c. het creëren van banen en zinnige bezigheden voor mensen die blijvend kansloos zijn op die arbeidsmarkt. Het inkomen van dat bedrijf komt uit de premies voor werknemersverzekeringen, aangevuld uit de algemene middelen.

Het aantal praktische bezwaren tegen zo’n oplossing is misschien wel net zo groot als die tegen het huidige systeem. Het grote voordeel is niet praktisch maar ideologisch en ethisch van aard. Het gaat uit van een mensbeeld waarin iedereen, ongeacht zijn vaardigheden, recht heeft op een menswaardig bestaan. Vaardigheden zijn onrechtvaardig verdeeld. Met instemming las ik de rede van Cohen met de titel “Voorbij de meritocratie” Onze prestatiemaatschappij is ten onrechte gebaseerd op het idee dat vaardigheden eigen verdiensten zijn. Maar die zijn ons geschonken. Daar kun je geen rechten aan ontlenen, die scheppen verplichtingen. Toch vind ik dat Cohen in die rede te weinig onderkende dat een gebrek aan vaardigheden heel vaak wordt verward met onwil of de wens zonder tegenprestatie te profiteren van de verzorgingsstaat.

Niemand maar dan ook niemand begint aan zijn leven met de wil er niets van te maken. Maar veel mensen ontbreekt het aan mogelijkheden, vaardigheden, wilskracht en verantwoordelijkheidsgevoel om dat wel te doen. De stap dat wilskracht en verantwoordelijkheidsgevoel ook eigenschappen zijn die onrechtvaardig zijn verdeeld moet Cohen nog maken. De sociaal democraten van nu zijn te ver doorgeschoten met het benadrukken van de eigen verantwoordelijkheid van mensen zich aan te passen aan de prestatiemaatschappij. Onrendabelen kunnen dat niet. Daarom moeten we de samenleving geschikt maken voor hen.

Want ieder mens is uniek en, hoe onmachtig ook, hij of zij verdient respect, niet om wat hij kan, maar omdat hij er is.